Statistiek en astrologie volgens Dane Rudhyarsoms



door Sjoerd Visser

'k Ben Brahman. Maar we zitten zonder meid (J.A. dèr Mouw) (*)
> Index <

Inleiding

Kritische dialoog

Lieve Mona en andere bronnen van kennis

De waarde van astrologische aforismen

Reputatie-exploitatie in de kredietcrisis van 2008

De meetbaarheid van veronderstelde astrologische effecten

...

Statistiek en astrologie volgens Dane Rudhyar

Laboratoriumonderzoek versus fenomenologie

Normale versus Uranische wetenschappers

Verificatie versus falsificatie

Individueel holisme

Dat kan toch niet waar zijn?

Een nieuwe algebra voor de mensheid

Bronnen en Filosofische noten:

Edmund Husserl, Sir Arthur Conan Doyle



Inleiding

> Top <

Dit is een bespreking van het artikel Dane Rudhyar - Statistical Astrology and Individuality. Een fragment ervan stond in het artikel Basale statistiek en kansrekening voor astrologen, maar omdat dat artikel veel te lang werd, werd het opgesplitst in afzonderlijke artikelen. Dat zal in de toekomst wel vaker gebeuren om de complexe materie waarover ik schrijf nog begrijpelijk te kunnen houden. Het artikel van de Dane Rudhyar (1895-1985) is beslist de moeite waard om in zijn geheel te lezen, omdat het u de positie van astrologen tegenover het gebruik van statistische methoden in de empirische wetenschappen laat zien. Het is tevens een goede illustratie van de astrologische manier van denken.

Toen Rudhyar het artikel in 1971 publiceerde hadden de p-waarden van statistische toetsen hun waarde al bewezen. Ze waren een verplicht onderdeel van het Voorbereidend Wetenschappelijk Onderwijs (VWO). De waarde ervan zou ik pas later begrijpen toen ik geneeskunde studeerde. Toen ging het om de belangrijke vraag of een medicijn of gif gemiddeld gezien effectiever was dan placebo of niet. Alleen bij gebleken effectiviteit in grote groepen patiënten komt een geneesmiddel op de markt.

Het was me een waar genoegen om die statistische methoden vijftig jaar later toe te kunnen passen op een gerenommeerde astrologische database. Nu ging het om de vraag of bepaalde astrologische standen vaker of juist minder dan verwacht in bepaalde categorieën van personen voorkwamen of niet. Als dat met een aanzienlijke effect-waarde het geval zou zijn, dan zou dat empirische feit natuurlijk vermeld moeten worden in astrologieboeken. Maar als er statistisch gezien niets bijzonders aan de hand was, dan zou een waarschuwing voor onbewezen speculatie meer op zijn plaats zijn. Want dan werkten de astrologische principes in die categorieën blijkbaar niet.

Maar astrologen hadden grote moeite met de toepassing van statistische toetsen op hun astrologische wereldbeeld en visie. Ze probeerden de waarde van de statistische methoden met alle macht te ontkrachten. Zo ook Dane Rudhyar in Statistical Astrology and Individuality, wiens artikel ik bij nader inzien zou willen typeren als een toonbeeld van Cruijffiaanse logica:

Cruijffiaans kenmerkt zich door een verzameling woorden uit het voetbaljargon, het plat Amsterdams en oneliners die het midden houden tussen paradoxen, inzicht en open deuren. Taalkundige René Appel meent dat Cruijff 'op een heerlijke manier uitdrukkingen verkeerd gebruikt.' Omdat Johan Cruijff voor zijn toehoorders vaak niet te volgen was, spreekt men van Cruijffiaans taalgebruik.

Het gaat om een voor buitenstaanders lastig te ontrafelen woordenspel van feit en fictie dat bij goed opgevoede astrologen als wijs en gevat kan overkomen, maar dat toch met veel drogredenen aaneengesmeed is. Maar wat hebt u er dan aan? Is het een voorlopig werkbare hypothese? Omdat een deel van de gevonden feiten grotendeels wel lijkt te werken? Of ondermijnen onze volgens de oppositie vals gebleken feiten en uitgangspunten onze logisch gezien zo aantrekkelijke feiten en aannames? Wat is waarheid?

Over die noodzakelijke praktijk van het speculatief combineren van feit en fictie gaat dit verhaal. Het artikel zou daarom alle mensen moeten aanspreken. Want ook politici, leraren en journalisten worstelen met dat probleem. Wat is nu feit en wat is fictie? Heeft de I Have a Dream rede van Martin Luther King een recht op bestaan? Volgens zijn geestelijke moordenaars was dat niet het geval.

Ik heb een droom dat op een dag dit volk zal opstaan en recht zal doen aan de ware betekenis van zijn credo: "Wij beschouwen de volgende waarheden als vanzelfsprekend: dat alle mensen gelijk geschapen zijn".

Voor astrologen en de meeste ego's is ongelijkheid een vanzelfsprekend. Want alle mensen, culturen en ook hun horoscopen verschillen volgens hen van elkaar. En een groot deel van die ongelijkheid moet dus wel met hun horoscoop verklaarbaar zijn. Uw geboortetijd en plaats bepalen uw wezen. Dat is de kern van het astrologische verhaal. Maar toch is dat een drogreden. Want die door astrologen veronderstelde relatie tussen het individu en zijn horoscoop werd nooit statistisch aangetoond.

En hoewel de opvoedkundige waarde van Rudhyars betoog daarom maar heel gering is, is het toch wel een vermakelijk verhaal, dat u stimuleert om dan maar eens zélf na te denken. Hoe zit het dat dan wel in elkaar? Waarom lijkt de astrologie soms te werken, terwijl het bij nader beschouwing nooit kan kloppen? Die vragen komen hier verder aan de orde. Omdat ik zelf ook nog steeds mee worstel. Wat is nu een cultureel bepaald voldongen feit en wat is een door de omstandigheden bepaalde fictie? En wat hebben die die door ons gedeelde werelden nu echt met elkaar gemeen?

Voor een leek is het niet gemakkelijk om Rudhyars betoog na te trekken. Intuïtieve gedachtensprongen die u niet direct kunt volgen, kunt u ook niet zomaar weerleggen. En dat geldt ook voor de astrologische berekeningen van uw computer. Het zal wel waar zijn, ook al zie ik het zelf nog niet. Maar de valkuil van die in mist gehulde kwesties is dat u het er dan maar weer bij laat. Laat de Venus of Mercurius in mij er nog maar een nachtje over slapen.

Maar van uitstel komt afstel en dan heeft zo'n astrologische speculant toch wel weer een punt gescoord. De astroloog verwerft met mooie praatjes applaus bij volgers, zoals ook fraaie gedichten en symbolisch gebaren het op feestdagen en herdenkingen goed doen. Diep in uw hart wist u het al. Dit ruimdenkend genie op zijn terrein - religie, voetbal, politiek - vat iets kort en bondig samen, een geheim dat gewone mensen nog niet kunnen bevatten. Dan voelt het aan alsof de apostel Paulus u persoonlijk toespreekt over de aanstaande ontknoping van een groot mysterie (1 Korinthiërs 13:12):

Nu zien wij nog door een spiegel, in raadselen, doch straks van aangezicht tot aangezicht. Nu ken ik onvolkomen, maar dan zal ik ten volle kennen, zoals ik zelf gekend ben.

En spreek die diepzinnige woorden in een zaal vol aandachtige gelovigen maar eens tegen. Dan komt u als een onwillige dissonant over, een zwartkijker, die de hogere waarheid nog niet inziet. Tenzij u zich op een nog veel oudere traditie beroept, bijvoorbeeld door te verwijzen naar de bronteksten van de ongecensureerde apostelen. Maar ook dan is er op de spirituele markt van welzijn en geluk aldoor behoefte aan een beter dan het door G'd en zijn knechten geschapen product.

Maar voor dorre fact checkers klinkt zo'n spiritueel verhaal toch weer als de zoveelste loze belofte van een Donald Trump, Vladimir Putin of Xi Jinping. Is dat geen wishful thinking? Waar is die speculatie op gebaseerd? Moeten we de uitkomst van dat mysterie maar geduldig afwachten zoals in het bekende lied van Michel van der Plas? Of moeten we actie ondernemen tegen hun valse beloften en oplichterij?

Stil maar, wacht maar, alles wordt nieuw, de hemel en aarde.

Veel astrologen zien de astrologie als een manier om tot zelfkennis te komen. En dat lijkt mij inderdaad de belangrijkste functie van kabbala, astrologie en andere vormen van metafysisch denken te zijn. Het stimuleert u om op andere manieren naar de wereld te kijken en meer oog te hebben voor de vele raadselen van ons bestaan. Maar u moet ook niet te lang in antieke zienswijzen blijven geloven, als hun waarheid zich nog maar aan een paar mensen heeft geopenbaard. Als miljoenen gelovigen al twintig eeuwen op de Dag des Oordeels zitten te wachten, mogen de verwachtingen van hun apostelen wel wat worden bijgesteld. Ook al ervaart u de eindtijd in uw hier en nu. Maar aan de andere kant heeft het ook eeuwen geduurd voordat de slavernij werd afgeschaft en vrouwen kiesrecht kregen. Inmiddels zijn die vrijheden door subtielere vormen van onderdrukking vervangen. Wat dat betreft is er niet nieuws onder de zon. Maar wat al die kwesties met elkaar gemeen hebben is dat ze met al dan niet redelijke argumenten gepaard gingen die de moeite waard zijn om te bestuderen.

Kritische dialoog

> Top <

Het is lastig om u van een vals, maar dierbaar geloof te distantiëren, als uw voorgangers zich als wijzen aan het publiek presenteren, terwijl hun woordenspel voor uw perceptie veel te snel gaat. Hoe controleert u dat verhaal? Bent u dan naïef en onwetend of zijn uw opvoeders en leraren dat? Is het meer een didactisch of communicatief probleem of spelen emoties of particuliere belangen een leidende rol?

Feiten zijn feiten, maar hun definities en context kunnen per individu enorm verschillen. En dat is vaak weer cultureel bepaald. Zo is de Waarheid van het Woord van G'd voor sommige gelovigen een vaststaand feit, dat met hoofdletters in hun bewustzijn geschreven staat. En daar handelen ze dus met hart en ziel naar, met heel hun hebben en houwen. Maar voor meer sceptisch ingestelde lieden zijn het maar heilig verklaarde woorden. Die denkt Jaweh, Allah of Brahamn, het is alles een potje nat. En een filosoof vraagt zich af wat die woorden dan betekenen. Misschien leren mensen wel er in alle stilte over te mediteren, zoals Elia op de berg Karmel:

De berg Karmel werd beschouwd als een plaats die toegang bood tot JHWH , zoals het boek Amos suggereert .

Of zoals de Joodse mystica Etty Hillesum schreef over haar innerlijke bron:

Binnen in me zit een heel diepe put. En daarin zit God. Soms kan ik erbij. Maar vaker liggen er stenen en gruis voor die put, dan is God begraven. Dan moet hij weer opgegraven worden. Ik stel me voor, dat er mensen zijn, die bidden met hun ogen naar de hemel geheven. Die zoeken God buiten zich. Er zijn ook mensen, die het hoofd diep buigen en in de handen verbergen; ik denk, dat die God binnen in zich zoeken.

Als emoties of verhulde belangen bij de definiëring van een probleem een grote rol spelen, kunt u argumenteren totdat u er dood bij neer valt. Zo'n strijd valt rationeel gezien nooit te beslechten. Dan is er een derde partij bij nodig, zoals een rechter of een mediator, om de verschillende belangen tegen elkaar af te wegen. Maar bij gebrek aan kennis van uw kant moet u natuurlijk zelf harder studeren. En als u daarin vastloopt, kunt u maar beter uw leraar op de door u ervaren inconsistenties in zijn betoog wijzen. U begrijpt zijn voorstelling van zaken niet meer. Die bevragende attitude is een noodzakelijke onderdeel van iedere Bildung, het proces dat u helpt om een volwassen mens te worden. Het helpt niet alleen u, maar ook uw leraar en zijn aanhang om scherper te zien en beter te formuleren. Als ze dat zouden willen natuurlijk.

Zonder zo'n kritische dialoog maakt iedere leerling weer zijn eigen versie van een groot verhaal, iets dat we zien als mensen elkaar klakkeloos verhalen doorvertellen. Bij het doorgeven van exacte maten en wiskundige formules zal dat minder snel gebeuren, maar bij het gebruik van ruim op te vatten woorden en symbolen ligt het gevaar van vervorming van de oorspronkelijke boodschap altijd op de loer. Om die reden zetteen de ouden de

We zien dat lokale machthebbers de geschiedenis eeuwig herschrijven. Ze kiezen doorgaans die versie van het verhaal, die hen het meest uitkomt en doen daar soms nog een schepje bovenop. Of ze relativeren dat al te sterke verhaal om als een bescheiden Gutmensch over te kunnen komen.

Gutmensch (letterlijk goedmens in het Duits) is een ironische, sarcastische of neerbuigende term die vergelijkbaar is met 'weldoener', maar dan in negatieve zin.
Degenen die de term gebruiken, zien Gutmenschen als personen die een niet aflatende wens hebben om goed te zijn en zich hierin graag bevestigd zien. Verder wordt de Gutmensch gezien als moraliserend en dogmatisch en wil hij graag dat anderen zijn denkwijze overnemen. In politieke retoriek wordt Gutmensch gebruikt als een polemische term.

Het is maar net waar de spirituele markt behoefte aan heeft. En daarom maken menselijke ego's vaak een potje van het oorspronkelijke scheppingsverhaal dat de grote pottenbakker ooit eens voor ogen had. En dat kunnen best sterke verhalen zijn als ze van het gebrek aan openheid in het fluisterspel van een mysterieschool of internet bubbel kunnen profiteren. Achter gesloten deuren doen kritische factcheckers niet meer mee, tenzij iemand opeens terecht kwaad wordt, eruit stapt en gaat lekken. Maar die nestvervuilers kunnen natuurlijk op de benodigde sancties rekenen.

Als uw leraar u na een kritische vraag als een onoplettende domoor bestempelt, dan kunt u hem op de grote filosoof Socrates wijzen, die als enige wijze man in Athene doorhad dat hij eigenlijk nog niet zoveel wist. En niet toevallig waren het de wijze vrouwen uit zijn leven, van een profetes uit Delphi tot de meer profane Xantippe, die hem hier aldoor op hadden gewezen.

Om die simpele reden kan een dialoog met de traditioneel minder bedeelden, zoals Joden, Oeigoeren, vrouwen, kinderen en slaven ook voor de grote geestelijke en wereldleiders nog wel eens van meerwaarde zijn. Want doorgaans moeten ze hun verheven inzichten nog wel wat bijstellen als ze een persoonlijke relatie met die verschoppelingen willen aangaan. Maar meestal is dat een ver van mijn bed show. En dan krijgt u hun verstomde stem hoogstens via van horen zeggen kennis te horen:

Doel van het programma is om vooroordelen te bestrijden door degelijke informatie te geven. Wat in ieder geval gelukt is, dat de uitdrukking "Ver van mijn bed show" in de volksmond is opgenomen.

Argumenten die voor een nobel mannelijk publiek op de agora voortreffelijk werken, kunnen in achterstandswijken en ook bij u thuis nog wel eens averechts uitwerken. Ik denk dan aan de niet door Plato gepubliceerde, echtelijke twisten van Socrates met zijn jonge vrouw Xantippe, die zijn eeuwige waarheden weer vanuit een geheel ander gezichtspunt bekeek. Ze beleefde het vanuit een in de Atheense mannenwereld ongehoord feministisch perspectief. En zo nu en dan gaf ze haar eega een verfrissende opkikker in zijn zoektocht naar het wonderbaarlijke, zoals we kunnen zien we in de leerzame ets hiernaast van Otto van Veen (1607) over hun huwelijksbootje. En de denker Socrates kwam dan weer met zijn voeten op de aarde te staan. Wat klopt er dan blijkbaar niet in mijn visionaire verhaal?

De minder bedeelden hebben blijkbaar een heel andere kijk op de wereld dan de bevoorrechte heren en filosofen en dat maakt de samenwerking met hen een stuk lastiger. Moet een heer van stand ze negeren, uitroeien of anderszins monddood maken? Dat laatste klinkt misschien wat grof en onbeschaafd, maar zo kwamen de grote wereldreligies en beschavingen uiteindelijk wel tot stand:

De door Aristoteles in deductieve logica onderwezen Alexander de Grote was bepaald geen lieverdje voor andere beschavingen. Een door hem belegerde stadstaat kon kiezen tussen verwoesting of overgave. Wie niet meewerkte aan zijn Hellenistisch Plan werd gedood of tot slaaf gemaakt. En wie zich overgaf werd in het gunstigste geval een belastingbetalende onderdaan aan degene die hem het nieuwe normaal opdrongen had.

En ook de verheven keizer Constantijn de Grote, die het Christendom in Europa vestigde, stelde zijn doop met opzet uit, zodat hij nog een tijdje door kon gaan met het vermoorden van zijn opponenten. Onder het motto van de jonge kerkvader Augustinus die tot God bad: “Geef me kuisheid en matigheid. Maar nu nog even niet”.

Deze grote staatslieden hadden blijkbaar grote moeite met het tragische “Uw wil geschiede” van Socrates en Jezus, die naar het schijnt zich geweldloos schikten in hun lot. Wat is hier aan de hand? Hoe konden die rücksichtslose despoten ons ooit een betere beschaving bijbrengen? Tegen ieders beter weten in? G'ds wegen zijn blijkbaar wonderbaarlijk. Want over die ene zondaar die zich vlak voor zijn dood bekeerd, zullen de Hemelen juichen. Maar hun inkeer komt doorgaans te laat. En die wijsheid achteraf is wel erg wrang voor de vele slachtoffers van hun stupide schrikbewind. Hun grote verhaal waaraan zovelen moesten geloven.

Maar wie geeft nog om de details van nu niet meer te achterhalen historische feiten? Door de vervorming van verhalen in de tijd zijn de oorspronkelijke woorden en hun context niet meer te achterhalen. En bij de verkondiging van een heiligenverhaal heiligt het doel de middelen. Daarom zijn van alle boeken, de als heilig beschouwde boeken nog het minst betrouwbaar. Het publiek kent slechts de vlot leesbare eindversies ervan, maar niemand weet hoe het eens begon. Christenen vertrouwen dan op de twaalf apostelen die er volgens hun visie nog het dichtst bij zaten. Onbekende verhalenvertellers leiden dan weliswaar blinden, maar zelfs geruchten en vermoedens voelen vertrouwder aan dan toegeven dat u het helemaal niet weet. En zeker als het om zoiets belangrijks gaat als uw identiteit, geloof en beschaving. Want emoties vertroebelen het denken zodra iemand aan de grondvesten van iemands wereldbeeld knaagt.

Moderne geschiedenis wordt zo een geschiedenis van geschiedschrijving, het repetitief vervormen van ideeën en gebeurtenissen, om zaken te verhullen of te verbeteren, zonder dat we nog kunnen uitgaan van de inhoudelijke juistheid ervan. En bij dat goedbedoelde veredelingsproces ontstaan soms wonderbaarlijke verhalen over metafysische plofkippen en andere gedrochten waar iedere balans ontbreekt. Waarom zou u die ongelooflijke verhalen nog willen lezen? Omdat er een behoefte aan is. Sterke verhalen blijven bestaan zolang er een markt voor is, zoals ook bij sterke drank en opiaten. En hoe groter de menselijke nood en onzekerheid is, des te groter wordt onze behoefte om met een sterk geloof verzet te kunnen bieden tegen een onredelijk ogende werkelijkheid. En toch moet het wel anders zijn, zeggen we dan.

Lieve Mona en andere bronnen van kennis

> Top <

Het gevoel van “ik kan het niet meer volgen” overkwam mij als scheikundestudent tijdens de lessen kernfysica eind jaren zeventig, maar ook wel in de kerk of tijdens een politiek debat. Dat gaf mij een soort Kick inside zoals de zangeres Kate Bush (1957) haar spirituele wake-up call op jonge leeftijd verwoordde. Ik koos als lid van haar Verloren generatie (1956-1970) uiteindelijk voor een meer praktische studie en werd sociaal geneeskundige.

Ook wel: Generatie Nix of Generatie X. De verloren generatie kreeg te maken met massale jeugdwerkeloosheid en maakte vanwege het gevaar van soa's het einde van de seksuele vrijheid mee. Er werd geëxperimenteerd met verschillende samenlevingsvormen (niet meer direct vanuit het ouderlijk huis trouwen). Kwaliteit van het bestaan werd belangrijker, wat gevonden werd in de vorm van parttime werken, tweeverdienen of anderhalfverdienen. De levensstandaard steeg. Over het algemeen is deze generatie praktisch ingesteld, zelfredzaam, relativerend en is ze, hoewel opgevoed tot idealisme, door de maatschappelijke omstandigheden gestuurd richting een no-nonsensementaliteit.

In die sociale wetenschappen is de vraag óf iets werkt, bijvoorbeeld het tonen van een glimlach of een complimentje, belangrijk dan de vraag hoe het precies werkt. En ook in onze dagelijkse praktijk gaat het meer om de juiste toepassing van praktische kennis, dan dat u precies weet wilt hebben van al die onderliggende biochemische en fysische processen. De oppervlakkige wereld van de zichtbare fenomenen is al ingewikkeld genoeg. Laten de deskundigen maar over de details van hun theoretische modellen twisten, voor leken is het nuchtere advies van een wijze vrouw als Lieve Mona al goed genoeg.

We staan er zelden bij stil, maar ieder gevonden feit wordt door meerdere definities bepaald en over die definities kunnen geleerden al eindeloos debatteren. En op het deeltjesniveau van de exacte natuurwetenschappen kan geen mens het hele plaatje overzien. Dan is een elementaire deeltje weer hier, dan weer daar en ondertussen verandert het ook nog eens van gedaante. Om al die moleculaire processen op ieder moment voor ieder individu in iedere cel na te pluizen is ook voor een legioen wetenschappers ondoenlijk. Daarom concentreren artsen zich liever op de hoofdzaken als ze de concentratie van een stof uw bloed nakijken. En dat reductionisme werkt in de empirische praktijk best goed. Artsen en psychologen kunnen er rake voorspellingen mee doen.

Die empirische methode die met de wet van de grote getallen werkt, staat in schril contrast tot de werkwijze van diegenen die de betekenis van ieder detail uit uw horoscoop of van uw handlijnen menen te kennen. Ze kunnen er slechts over speculeren en hopen dat u hun pseudowetenschappelijke kletsverhalen voor lief neemt. En dat gebeurt in de praktijk best wel vaak, zoals ook gedesillusioneerde kiezers voor de valse beloften van populistische politici ontvankelijk zijn:

Pseudowetenschap is de benaming voor een stelsel van opvattingen, uitspraken, of handelingen dat de toets van een wetenschappelijke methode niet doorstaat, maar waarvan aanhangers toch beweren of suggereren dat het om wetenschap gaat. Gepresenteerde resultaten van pseudowetenschap kunnen niet bevestigd worden. Het kan gaan om het imiteren van wetenschappelijke uiteenzettingen en verklaringen, zonder dat er onderzoek volgens wetenschappelijke protocollen (zoals dubbelblind onderzoek) aan vooraf is gegaan.

Wie de simulatie hiernaast (bron) bestudeerd van de banen van vijf deeltjes die botsen met 800 andere willekeurige bewegende deeltjes ziet hoe complex zo'n interactie in twee dimensies al is. Daarom vindt er in de empirische wetenschap altijd een reductie plaats. Natuurkundigen en sociologen onderzoeken liever de kenmerken van groepen deeltjes, dan de exacte handel en wandel van individuele deeltjes en personen. Ze meten dus liever de druk en de temperatuur van een gas, dan dat ze gedetailleerd ingaan op de individuele Brownse bewegingen van de triljoenen individuele moleculen die de druk en de temperatuur van dat gas bepalen:

De brownse of browniaanse beweging is een natuurkundig verschijnsel, in 1827 beschreven door de Schotse botanicus Robert Brown bij onderzoek van stuifmeelkorrels in een vloeistof onder de microscoop. Hij merkte op dat de deeltjes, hoewel bestaande uit dode materie, een onregelmatige eigen beweging vertoonden en volgens een toevallig aandoend patroon in alle richtingen weg konden schieten. Wanneer deze aaneenschakeling van minuscule toevallige verplaatsingen lang genoeg duurt, verplaatst een dergelijk deeltje zich geleidelijk. Deze grillige beweging wordt ook wel een dronkemanswandeling (random walk) genoemd.

Maar kunt u met zo'n fundamenteel gebrek aan gedetailleerde kennis nog wel iets over een deel van de kosmos zeggen? Jazeker. In ieder geval wel over dat deel van de werkelijkheid dat u kunt overzien en waar u ervaring mee hebt opgedaan. U moet dan wel van aangeven waarover u iets kunt zeggen. Bijvoorbeeld dat u als weervoorspeller een uitspraak kan doen over het te verwachten gedrag van een wolkenfront in een bepaalde regio, maar geen uitspraken kunt doen over de individuele druppels, laat staan over de afzonderlijke moleculen binnen die regendruppels. En dat voorbehoud is inmiddels zo vanzelfsprekend, dat geen weerman of -vrouw dat nog expliciet hoeft te vermelden. Maar in andere, bij het grote publiek minder bekende branches van wetenschap, zijn volgens de reclamecode commissie nog steeds disclaimers nodig. Bijvoorbeeld dat lenen geld kost en dat dividenden niet gegarandeerd zijn. Maar voor individuele geloofsovertuigingen geldt deze verplichting niet. Daar geldt de vrijheid van meningsuiting.

De stochastische uitspraak van een meteoroloog komt er in de praktijk op neer dat in een gebied met een 80 % kans op regen niet iedereen diezelfde dag nat wordt. Maar ook in een gebied met slechts 10 % kans op regen per week, zal op termijn iedere boom toch wel wat regen ontvangen. En daar kunt u op rekenen. Maar waarom de ene boom veel langer dan een andere boom op regen moet wachten, dat kan geen meteoroloog u vertellen. Want empirische wetenschappers doen slechts aan kansberekening. Ze zeggen u slechts iets over de gemiddelde uitkomsten op een bepaald moment.

Vanwege die fundamentele onzekerheid op het individuele niveau, modderen wetenschappers maar wat aan via trial en error van simpel leren uit de praktijk tot experimenteel onderzoek in laboratoria. En dat proces verloopt met vallen en opstaan. In de biologische en culturele evoluties ging het ook al op die manier. Maar ondanks die levendige dynamiek ziet ieder levend wezen er vaak nog wel herkenbaar uit. Want als dat object uit zeer veel moleculen bestaat, zullen die gemiddeld gezien toch wel bij elkaar blijven staan. Pas na de dood overwint de entropie het en drijven de moleculen van levende wezens definitief uit elkaar. Om elders weer andere morfische patronen te vormen, zoals de willekeurig door elkaar geschudde ijzervezels in een magnetische veld:

In de fysica en de elektriciteitsleer is een magnetisch veld een veld dat de ruimte doordringt en dat een magnetische kracht op bewegende elektrische ladingen en magnetische dipolen uitoefent. Magnetische velden omgeven elektrische stromen, magnetische dipolen, en veranderende elektrische velden.

Hoe brengt de Kosmos orde en regelmaat in die ogenschijnlijke Chaos aan? Dat is de grote vraag van wetenschappers en filosofen. Biologen spreken van zeldzame adaptieve genetische mutaties, tegen een achtergrond van fysiologische homeostase. Sociologen hebben het over culturele revoluties en perioden van consolidatie, maar ook astrologen hebben daar hun ideeën over. Zo brengen astrologen uw gevoelsleven in verband met de snel wijzigende gedaanten en transits van de maan. Maar grote veranderingen in uw gevoelsleven beslaan doorgaans vele maanden. Uw eerste glimlach komt al na vier tot zes weken tot stand, ook al zijn uw ouders monsters. Dat is in de elfde (11/2) maand na de conceptie. Maar wat weet een zuigeling daarvan? En de daarvan afgeleide sociale glimlach negen (9) maanden na uw geboorte en achttien (18/9) maanden na uw conceptie werkt nog steeds in de sociale jungle van vandaag. Zeg maar vanuit uw conceptie gezien in uw elfde huis van vrienden of op de cusp van het zevende huis voor uw eerste sociale glimlach. Dat soort repeterende patronen hebben grote geesten als Pythagoras en Ptolemaeus aan het denken gezet. En de vele dwergen op de schouders van reuzen liften dan graag een eindje met hen mee.

Dat complimenten doorgaans werken, weten de meeste mensen wel. En ook astrologen hebben hier ervaring mee opgedaan. Maar er kunnen ook wetenschappelijke vragen over hechtingsgedrag gesteld worden. Dan moet u die vragen nader specificeren. Het gaat om onderzoeksvragen als: Wat bedoelen we in dit verband met “doorgaans wel”? Hoeveel complimentjes moet u daarvoor geven en voor hoe lang? Wanneer zeggen we eigenlijk dat “iets werkt” en hoe bepaalt u dat in een afzonderlijk geval? Hoe moet u het complimentje geven? Werkt een compliment voor Socrates ook bij Xantippe of heeft ieder mens weer zijn eigen voorkeuren? En zijn die verschillen groot of klein? Gaat het om de kwaliteit of de kwantiteit van complimenten? En hoe kunnen we die kwalitatieve en kwalitatieve aspecten eigenlijk meten? Want ook kwaliteit moet natuurlijk objectief meetbaar zijn.

Dat zijn de voor de hand liggende vragen, waar een Lieve Mona op basis van intuïtie en gezond verstand ook wel iets zinnigs over zeggen kan. De stelling dat een glimlach een positieve uitwerking heeft, zullen zowel astrologen als psychologen onderschrijven. Er zal hoogstens wat discussie ontstaan over de per geval te onderzoeken details. De regels, de belangrijkste uitzonderingen op de regels en wanneer die optreden, dat zal nader empirisch onderzoek dan wel uitwijzen, waarbij astrologen natuurlijk weer naar andere factoren zullen kijken dan sociale wetenschappers en psychologen. En als ze daarbij niet teveel uit elkaar groeien, dan kunnen ze elkaars kennis verrijken. Astrologen, artsen, psychologen en Lieve Mona hebben immers dezelfde empirische realiteit met elkaar gemeen. Ze kunnen elkaars beweringen in principe controleren. Een psycholoog die ook rekening houdt met de maanstanden, kan niet zomaar opzij geschoven worden door een astroloog, die beweert dat psychologen niets van astrologie afweten. En omgekeerd zal een klassiek geschoold medisch astroloog, toch ook wel iets van de moderne biologie en pathologie moeten afweten. Anders raaskalt hij maar wat in de ogen van medici en krijgt hij een proces wegens oplichting aan zijn broek.

We spreken dan van een empirische wetenschappelijke benadering, waar kennis gebaseerd is op met anderen gedeelde ervaring, waarneming en experiment. Die benadering staat in tegenstelling tot een formele wetenschap als de wiskunde of systeemtheorie, waar alles binnen dat systeem al uit axioma's beredeneerd kan worden. Maar dat betekent nog niet dat wiskunde en empirisme totaal verschillende takken van sport zijn. Zo kunt u natuurkundige wetten in wiskundige formules vastleggen, zoals in het beroemde e=mc^2 van Einstein. De kunst bestaat er uit die verschillende denkwijzen (deductie, inductie) slim met elkaar te combineren. En dat is een creatief proces met een aldoor open einde.

Bij een formele wetenschap als de wiskunde gaan de aanhangers uit van voor waar gehouden axioma's. Uit die postulaten worden weer andere stellingen afgeleid via deductie. Dat denken binnen een logisch systeem van grondregels en hun implicaties heeft een formele wetenschap gemeen met de dogmatiek van een geloof. Aan de principes van dat geloof (zeg: 1+1=2) wordt in principe niet getwijfeld. Maar de betekenis ervan voor de empirische praktijk zal vaak worden betwist. Omdat de praktijk veel weerbarstiger is dan iedere theorie doet vermoeden

De empirische werkelijkheid van een simpele boerensloot is al niet meer in een paar axioma's wetmatig te vangen. In zo'n complex ecosysteem gaat het er heel anders aan toe. Daar zien we dynamische processen waar aldoor dieren en planten geboren, getogen, vergiftigt, vermalen of opgegeten worden, zodat u er met de eenvoudige rekenmodellen niet meer uitkomt. Daar werkt alleen een voortdurende correctie en verfijning van uw rekenmodel via de empirische methode. En wilt u toch aan dat oorspronkelijke beeld vasthouden, dan moet uw wel een heel rare bril opzetten in het oude plaatje te kunnen geloven. En dat doen wetenschappers soms ook, als ze via reductie van de gevonden werkelijkheid er een op het eerste gezicht abstract en wereldvreemd theoretisch model van maken. Het model werkt dan als een soort zonnebril die er voor zorgt dat u ondanks een overvloed van data toch nog wel wat kunt zien.

In de empirische wetenschappen zijn de theoretische wetten voorlopige postulaten: hypothesen over hoe de wereld in elkaar zit, die door nieuwe feiten zowel ondersteund als weerlegd kunnen worden. Als de empirische feiten iets anders aangeven dan door de theorie werd verwacht, dan gelden de oude empirische wetten niet meer. Dat maakt ze natuurlijk nog niet meteen waardeloos, maar het beperkt wel hun bereik. Als universeel geldige waarheid worden ze dan gedevalueerd tot beperkt geldende benaderingen van de werkelijkheid.

Zo zal een gemiddelde bedompte boerensloot uit de tijd van M.A. Koekkoek (1873-1944), in de moderne wereld van de biotechnologie met bemaling, pesticiden en verse stikstof uit voormalig regenwoud, er veel opgeruimder uitzien dan in M.A. Koekkoeks tijd. En dat geldt ook voor Koekkoeks levendige boerenakkers. Maar moeten we die Koekkoeks dan afdoen als waardeloze schilderijen? Nee, natuurlijk niet. Maar die geïdealiseerde plaatjes zijn nu wel verouderd.

En dat is volgens mij ook het probleem van de klassieke astrologie. Hoe gaat u daarmee om? Is het oude plaatje beter of essentiëler dan het nieuwe plaatje? Zo veel wezenlijker dat u niet meer naar de actueel gevonden feiten hoeft te kijken? En welk probleem lost u daarmee op?

De waarde van astrologische aforismen

> Top <

Volgens veel astrologen was de astrologie ooit eens een empirische wetenschap, waarin hypothetische verbanden onderzocht werden tussen de sterren in de hemel en gebeurtenissen op aarde. En het hielp daarbij dat de sterren en planeten met mythologische goden geassocieerd werden. Zo kreeg iedere wandelende ster (planeet) de naam van een Griekse of Romeinse god. En daardoor ontstond het beeld dat een hemels pantheon dat de zaken op aarde bestierde. Zo boven, zo beneden werd een geaccepteerd astrologisch principe. De meest in het oog springende verbanden werden door astrologen als astrologische aforismen vastgelegd. Dat waren eens verifieerbare hypothesen, waarmee filosofen en astrologen uit de oudheid serieus rekening hielden. Omdat ze ervoor gewaarschuwd waren of er zelf ervaring mee hadden opgedaan. Maar ook omdat iedereen rekening moest houden met bovennatuurlijke machten. Want op het ontkennen daarvan stonden zware straffen als dood, marteling en verbanning. En of de oorsprong van dat geloof nu aards of hemels was, wetten waar de doodstraf op staat moeten worden gerespecteerd.

Maar er is veel tijd verstreken. In de moderne seculiere wereld gelden astrologische aforismen al lang niet meer als empirische wetten, laat staan als kosmische wetten. Daarmee doet u moderne astrologen beslist teveel eer aan. Voor veel leken gaat het vooral om een komisch weten, anderen vinden de astrologie ronduit belachelijk. Want u kunt tegenwoordig niets meer met astrologie voorspellen, behalve dan dat mensen die er nog wel in geloven zich ook eerder volgens sommige astrologische ideeën zullen gedragen. Maar een relatie tussen de identificatie met een bepaalde leer, zeg maar dat een vrouw een hoofddoekje moet dragen, en bijbehorend gedrag zien we ook terug bij andere geloven. Dat komt neer op het leven naar een bepaalde moraal, waarvan er vele varianten bestaan.

Maar die beperkte voorspellende waarde maakt die verouderde opvattingen nog niet waardeloos, integendeel. In bundels aangeboden hebben astrologische aforismen nog steeds wel een economische waarde. En dat komt omdat ze u een schijnbaar coherent wereldbeeld presenteren. Zoals zo veel uit feit en fictie samengestelde zelfhulp- en groeiboeken dat doen. Het idee dat er een zinvolle orde zit in de chaos, daar hebben mensen grote behoefte aan. En om die reden hebben ook op mythen gebaseerde tradities als Kerst of Sinterklaas zowel een emotionele als een economische impact.

Astrologische boeken, lezingen en cursussen hebben een prijs omdat ze u iets beloven. Ze beloven u iets van een oud mythisch weten, dat een extra dimensie aan uw leven geven kan. En dat werkt een tijdje voor degenen die erin willen geloven. Net zoals u met een goed parfum en een net jasje aan toch wat optimistischer door het leven stapt. Na een tijdje dooft dat kunstmatige effect weer uit, maar dat maakt zo'n gewoonte niet minder verslavend.

Bij astrologische producten gaat het economisch gezien om van het antieke weten afgeleide derivaten die in een modern jasje op de markt zijn gezet. En daar kan iemand waarde aan hechten, net zoals de financiële markten waarde aan obligaties toekennen. De marktwaarde van een staatsobligatie is de prijs die de hoogste bieder betaalt voor de belofte van de staat om aan zijn financiële verplichtingen te voldoen. En datzelfde principe geldt voor astrologische boeken en diensten. Want ook astrologen beloven u iets van waarde, waarmee u vroeg of laat iets zinnigs hoopt te kunnen doen.

Het spreekt vanzelf dat als die astrologische aforismen nog steeds economisch renderen, hun toepassingen ook in de hedendaagse empirische praktijk terug te vinden moeten zijn. En dat is zeker het geval. Het door George Akerlof en Robert Shiller beschreven phishing for fools marktevenwicht zorgt er wel voor welke astrologische verhalen goed verkopen. En daarbij helpt niet alleen het charisma van de astroloog; het gaat vooral om de blijde boodschap.

Phishing for Phools explores the central role of manipulation and deception in fascinating detail in each of these areas and many more. It thereby explains a paradox: why, at a time when we are better off than ever before in history, all too many of us are leading lives of quiet desperation.

De paradox komt er op neer dat in een situatie van overvloed van goederen en informatie, mensen toch regelmatig de verkeerde keuzen blijven maken, waardoor hun mogelijkheden voor welvaart en welzijn onvoldoende worden benut. Want anderen sturen uw gedrag door u op uw zwakheden aan te spreken. Naast de bekende menselijke hoofdzonden als domheid, ijdelheid, hebzucht, lust en luiheid, spelen reclame en marketing hierbij een doorslaggevende rol. En zo komt het dat niet de dwerg op de schouders van reuzen profiteert van het voorwerk van die reuzen, maar dat een kortzichtige aap op uw schouder de zaken voor u bepaalt. En die dagelijkse zondeval gebeurt op schijnbaar onschuldige manieren. Ze zijn een structureel fenomeen op de vrije markt volgens Akerlof en Shiller.

Stel, u zit in de trein op weg naar uw werk en u krijgt de gratis Metro in de hand geschoven. Het is slechts een vrij dunne krant met summiere berichten. U mist de overzichtsartikelen die de kwaliteitskranten u bieden, maar dat geeft niet. Want deze krant heeft wel oog voor uw behoeften. Een deel ervan gaat over oppervlakkige wereldse zaken die maar weinigen zullen interesseren, maar op de een na de laatste pagina staat de horoscooprubriek van Mieke van Kooten. En daar staat iets dat echt voor u persoonlijk op maat geschreven is. Of in ieder geval voor de sterrenbeelden van u en bekende anderen. En u kreeg het gratis en helemaal voor niets. Daar kunt u vast wel iets van opsteken. U weet maar nooit. U leest ze daarom allemaal maar door.

Maagd 23/8-22/9 kreeg op maandag 3 februari 2020 deze wijze levensles:

Jij maakt je zorgen omdat alles anders loopt dan anders. Je bent dat niet gewend, maar het wil niet zeggen dat deze manier verkeerd is. Sta open, je kunt veel leren van deze veranderingen.

Maagds tegenpool Vissen 20/2-20/3 kreeg een opbeurend verhaal:

Je kunt de situatie heel realistisch inschatten. Daardoor kun je ook de moed en het geduld opbrengen door te zetten, terwijl iemand anders al was afgehaakt. Heel goed gedaan.

U komt daarna in de goede stemming en bestudeert vol goede voornemens de laatste pagina met een hemelsblauwe advertentie van Albert Heijn.

U kunt al die uitspraken bestuderen en het blijken allemaal vriendelijke, positief denkende boodschappen te zijn. Ze strelen en versterken uw ego of sterrenbeeld op een prettige, bijna empathische manier. Ik spreek van bijna empathisch, omdat de schrijfster van die teksten u natuurlijk niet persoonlijk kent. Ze kent zelfs uw horoscoop niet. Maar het voelt aan als een verborgen connectie. En soms treft ze een gevoelige snaar in u. En dat lijkt me omdat ze aldoor de stijl hanteert die ook goede psychologen gebruiken. Is daar kennis van astrologie voor nodig? Nee, niet echt. Maar de astrologische marketing dat deze blijde boodschap exclusief voor u geschreven is, maakt haar wel aanlokkelijk. En dat geldt ook voor de daaropvolgende advertentie van Albert Heijn. Want toeval bestaat nu eenmaal niet in de wereld van list en bedrog.

In het als een retorische vraag gebrachte artikel Is astrologie een nieuwe vorm van zelfontwikkeling? (17 april 2019) lezen we waarom Metro's horoscooprubriek zo populair is. Het blijkbaar afdoende antwoord volgt meteen. Metro lezers willen meer over zichzelf leren. Maar of het op die dag ook zo in uw sterren geschreven stond, is ook voor astrologen maar weer een vraag. Hoe kunnen we dat ooit weten? Behalve dan dat we er vandaag voorlopig maar in geloven? En morgen is er weer een nieuwe dag, met wie weet, betere voorspellingen. En anders overmorgen of de dag daarop. En zo verder. Want je weet maar nooit.

Sinds jaar en dag is Metro's horoscoop de best gelezen rubriek van de krant. Waar astrologie vroeger nog wel eens werd weggezet als 'iets vaags' lijkt het de laatste jaren steeds populairder te worden. Het wordt vooral ingezet voor persoonlijke ontwikkeling. We willen blijkbaar steeds meer over onszelf te weten komen en zoeken daarbij de antwoorden die in de sterren staan geschreven. ”Er is steeds meer behoefte aan astrologie omdat mensen bewust van zichzelf worden,” zegt Metro's astrologe Mieke van Kooten.
Spirituele mens wil meer over zichzelf leren
Al zeventien jaar is astrologe Van Kooten verantwoordelijk voor de horoscopen in Metro. Ze legt uit dat je aan de hand van je geboortedatum, tijdstip en plaats kunt zien wat er gaat gebeuren. ”We zijn allemaal heel benieuwd naar wat er staat te gebeuren, maar zoeken de verklaring van de gebeurtenissen nooit in de astrologie”, vertelt ze. En dat is volgens Mieke onterecht, want zij stelt dat het toeval niet bestaat en dat heel veel dingen daadwerkelijk in de sterren staan. ”Je kunt er medische gegevens uithalen en veel over jezelf te weten komen, over je sterke en minder sterk kanten.” Volgens Van Kooten is astrologie een mooie manier van persoonlijke ontwikkeling reflectie. ”Mensen willen steeds meer over zichzelf leren”.

Mieke van Kooten stelt dat toeval niet bestaat en dat veel zaken in de sterren staan geschreven. We mogen aannemen dat die uitspraak voor haar betekent dat haar kennis van de astrologische stand van zaken relevant is voor de uitspraken die ze in haar horoscooprubriek doet. En ook al beperkte Mieke van Kooten zich slechts tot de twaalf zonnetekens en misschien enkele langzame planeten, als haar beschrijvingen voor Metro lezers vaak genoeg kloppen, stellen astrologen en hun cliënten terecht vast dat astrologie voor hen werkt.

Maar is dat ook zo? Wat betekent werken? Zou de waardering voor haar rubriek dramatisch dalen als we de voorspellingen voor de verschillende dierenriemtekens willekeurig zouden verwisselen? En wie zou zich daarover beklagen? De met astrologie bekenden of iedereen? En zouden astrologen dat simpele experiment wel willen uitvoeren? Waarschijnlijk niet. Astrologen zijn het over weinig eens, maar de dagelijkse horoscopen in kranten staan bij hen in kwaad daglicht, omdat ze slechts rekening houden met enkele astrologische factoren, als ze dat al doen. Astrologen zouden de hun onwelgevallige resultaten van dat onderzoek meteen aanvechten. Of anders maakt een ethische commissie wel bezwaar tegen de potentieel kwalijke gevolgen van ongewenste experimenten met onschuldige Metro lezers. Misschien vallen ze wel van hun geloof in de astrologie en of doen ze ineens voor hun zonneteken riskante dingen.

Vanwege het ontbreken van enige motivatie van astrologen om mee te doen aan simpele astrologische experimenten zullen we het nooit weten. Zolang hun astrologische imperium werkt, loopt het actuele rendement niet achter op het historisch rendement, zoals met de staatsobligaties van een failed state of de aandelen in een piramidespel eens zal gebeuren. In het ergste geval moet een curator een door aasgieren leeggeplukt karkas verdelen. Maar geldt dat ook voor de astrologie? Nee. En wel vanwege de ongrijpbare juridische status en stevige marktpositie van de astrologie. Hoe zit die markt in elkaar?

De firma Astrologie en zonen bestaat niet en kan dus ook niet failliet gaan. Het gaat namelijk om een veelvoud van astrologen, vennootschappen, theorieën, methoden en implicaties, zodat op ieder potje wel een dekseltje past. En als een toonaangevend astroloog een misser maakt, dan zijn er altijd wel weer andere astrologen die hem kunnen corrigeren. Die springen in dat gat op de markt. En vaak ziet die astroloog zijn fout dan ook snel in en maakt er weer verbeterde versie van. En dan klopt het astrologische plaatje weer als vanouds. U kunt een astroloog dus niet zomaar ergens op vast pinnen, want het astrologisch weten is diep, divers en wendbaar. Het individuele leven is immers ook een diep mysterie, zoals ook de grillige gedragingen van de Griekse goden dat waren. En daarom zijn er vele astrologische scholen en stromingen, maar nog geen enkel gedetailleerd en verifieerbaar basisboek waar iedere astroloog achter staat. Over de technische details van de horoscoop in het licht van de astronomische efemeriden bestaat er wel overeenstemming, maar over de zichtbare en meetbare implicaties van al die sterrenstanden nog niet. En daarom laat De astrologie zich ook niet beproeven. Ze verkiest onzichtbaar te blijven als een nog niet geopenbaarde nieuwe wereld.

Markttechnisch gezien doen astrologen dus goed aan marktdifferentiatie en weten ze net als pensioenfondsen en maffiabazen hun risico's over meerdere partijen te verspreiden. Als hemelse belofte voor de toekomst gaat de astrologie dus nooit failliet. Ze verliest hoogstens wat aan marktwaarde in minder goede tijden. Maar na een dip er is altijd wel een astroloog te vinden die het product wat aanpast, of met bevindingen aan komt draven waar alle astrologen zich ineens massaal achter kunnen scharen. En dan schiet de prijs van die vorm van astrologie weer omhoog. En daarna zal de waarde wel weer dalen. Want zo zitten de wetten van vraag en aanbod nu eenmaal in elkaar.

De prijs van een uniek astrologisch consult of een duur parfum wordt bepaalt door wat de cliënt er in die niche markt voor over heeft. De marktwaarde van de astrologie wordt dus niet bepaald door degenen die niét in dat product geloven. Die lieden kunnen gewoon worden genegeerd. Betweterige sceptici zijn geen doelgroep voor een astrologische marktcampagne. Ze zijn ook niet welkom op astrologische fora en markten, waar ze snel ontmaskerd worden als trollen. Maar de vele twijfelaars, die na hun eerste of zoveelste astrologische duiding zeggen: “Het zou best wel eens waar kunnen zijn. Ik zie daar wel wat in” zullen wel een goede doelgroep zijn.

Hoe slaat u hen aan de haak? Maak hen duidelijk dat uw expertise datgene is wat ze nodig hebben. U zit in de put, maar u komt er toch wel weer uit. Na tegenslag volgt voorspoed en omgekeerd. En wij astrologen hebben daar ook veel verstand van. Lees het maar na in onze boeken. Bestudeer onze astronomische efemeriden. Het circulaire karakter van het leven op aarde is daarin helemaal terug te vinden. Het klopt helemaal!


Maar ook al verwierven de heilige boeken van grote zieners uit de Oudheid ooit een Triple A rating, dan hoeft dat nog niet te gelden voor de tovenaarsleerlingen op de huidige markt. Want tegenwoordig gaat om een van horen zeggen wijsheid met een nog onbepaalde kans op slagen. Hoop op zegen is er natuurlijk altijd wel met de eeuwige waarheid in pacht, maar de juistheid daarvan ook in de praktijk te bewijzen is heel andere koek. En zeker omdat de spelregels van inmiddels radicaal veranderd zijn. Zo telt reputatie niet meer als doorslaggevend in de huidige wetenschapsfilosofie. Wie stelt die bewijst, geldt tegenwoordig als maatstaf in recht en wetenschap. En dat bewijs mag zelfs van vrouwen, kinderen of slaven afkomstig zijn. De kille Saturnale feiten tellen dus zwaarder dan de reputatie van de verteller.

Maar wat hebben de ouden ons aan jurisprudentie achtergelaten? Ik denk dan aan een soort astrologische Talmoed:

De Talmoed (Hebreeuws: .....) (= mondelinge leer) is na de Tenach (voor christenen het Oude Testament) het belangrijkste boek binnen het jodendom. Het bevat de commentaren van belangrijke rabbijnen en andere schriftgeleerden op de Tenach, veelal in de vorm van discussies tussen voor- en tegenstanders van een bepaald standpunt. Door deze aanvankelijk mondelinge traditie van uitlegging en verklaring van de Wet en profeten vanaf de tijd van Mozes is er zo een zeer uitgebreide samenstelling van mogelijke uitleggingen, wetsprecedenten, anekdotes, legenden en mythen verzameld.

We zien in astrologieboeken uitvoerig gespeculeer over hoe het zou moeten zijn, maar geen enkel goed gedocumenteerd empirisch bewijs. En we missen vooral een boven iedere discussie verheven astrologische Tenach, een op schrift gesteld basisboek dat de grondslag van de astrologische wereld zou moeten zijn. Astrologen maken weliswaar handig gebruik van allerlei mythen en sagen, waar soms een kern van waarheid in zit, maar een astrologisch canon van heilige boeken ik nog niet tegengekomen. Wat dat betreft blijft de astrologie toch vooral een ketters geloof dat tegen het conventionele denken rebelleert. En in die niche markt zien we relatief veel bohemiens:

Een bohemien refereert aan de praktijk van een onconventionele levensstijl, vaak in het gezelschap van gelijkgestemde mensen en met weinig permanente banden.

En grappig genoeg - of het nu komisch of kosmisch bedoeld is - zagen we onder astrologen significant vaker een Zon in Waterman. U leest er meer over in The astrological profile of 1867 ADB astrologers:

The highest found value for Sun in Aquarius (184) falls outside the range of in 95 % of cases expected values when taking a random sample from the ADB. As P(X >183) is 1,35 % and thus smaller than 2,5 %. We found 184 (9,9 %) of them against 1867/12 = 155,6 (8,33 %) predicted, having an effect size of 1,18.

Een mannetjesmaker die door astrologen ingehuurd was zou van dergelijke statistieken smullen. Die ruimdenkende groep is blijkbaar onder astrologen in de meerderheid. En als er uiteindelijk maar een paar kandidaten overblijven, zeg een ram, een boogschutter en een waterman, omdat negen kandidaten vanwege de hoge kiesdrempel uitgeschakeld werden, winnen de watermannen de verkiezingen. Ook al koos een ruime meerderheid van de bevolking voor een andere partij. Want zo werkt een effectieve verdeel en heers politiek.

Maar als bij nader onderzoek de astrologische voorstellingen van zaken niet meer kloppen, zoals bij het bedrieglijke plaatje van Koekkoeks boerensloot, dan moeten die aforismen toch wel in waarde worden gedevalueerd. En dat geldt al helemaal voor bundels aforismen, zoals u die aantreft in de populaire astrologie boeken. Ze bevatten dan zelden nog een kern van waarheid. Geen wonder dat veel astrologen daar hun hand niet meer voor in het vuur willen steken. Want als het ene na het andere aforisme al niet klopt, dan is het hele pakket ook niet veel meer waard dan oud papier. En dan heeft de astrologie als wetenschap toch wel een groot probleem. Hoe gaan astrologen met die blijkbaar verkeerde stand van zaken of hun sterren om? Daar komen we later nog op terug.

Reputatie-exploitatie in de kredietcrisis van 2008

> Top <

Maar eerst presenteer ik u een leerzaam voorbeeld over het samenspel van de elementen vuur, aarde, water en lucht uit de recente economische praktijk: De kredietcrisis van 2008. We kunnen dit zien als een metafoor van de astrologische praktijk, met al zijn paradoxen. Eerst werkte iets goed, maar later toch niet meer. Rara, hoe kan dat? Hoe ging dat in zijn werk? En wat kunnen we daarvan leren? Ik bespreek met dat doel voor ogen een passage uit het leerzame boek van de Nobelprijs winnaars Georg Akerlof en Robert Shiller: De economie van list en bedrog: Hoe de vrije markt ons voor de gek houdt.

Aanvankelijk werden hypotheken door lokale bankiers verstrekt, die weet hadden van de lokale omstandigheden. Ze kenden het huis, de koper, de verkoper, de markt en de lokale economische situatie. En met al die deskundigheid in huis kreeg het hoofdkantoor van die hypotheekverstrekker een Triple A rating. Want evenals de boeren en bankiers van de voormalige Boerenleenbank (Rabobank) wisten ze precies wat ze met hun geld deden. Ze werkten met hun eigen geld en hielden streng toezicht op alles wat met hun uitgeleende geld gebeurde. En als iets met hun investeringen mis dreigde te gaan, grepen ze tijdig in door orde op zaken te stellen en zo hun verliezen tijdig te beperken.

De problemen begonnen toen gebundelde hypotheken van Triple A geldverstrekkers ook als Triple A financiële producten op de vrije markt werden gezet. Hierdoor werd het mogelijk om hypotheken met iedereen op de wereld te verhandelen. Maar degenen die deze hypotheekderivaten opkochten, hadden slechts van horen zeggen kennis en vertrouwden het Triple A etiket, zonder concreet weet te hebben waar ze nu eigenlijk in investeerden. In tegenstelling tot de lokale bankiers hadden de bezitters van hypotheekderivaten geen enkele binding met de lokale realiteit. Ze gingen slechts af op de stijgende koersen van die financiële producten. De fondsen bleven in waarde stijgen zolang de huizenprijzen stegen. En die stegen omdat in onzekere tijden iedereen het liefst in vastgoed en veilige Triple A producten wilde investeren. Door de toegenomen vraag naar beleggingen in vastgoed kwam er veel kapitaal vrij voor nieuwbouwprojecten. De zaken van hypotheekverstrekkers verliepen zo goed, dat er met het vrijgekomen kapitaal ook kantoren gebouwd konden worden in gebieden met leegstand. Een lokale bankier zou daar nooit in investeren, maar op de phishing for fools markt werden ze aangeboden als solide hypotheken in uitstekend belegd (Triple A) Amerikaans vastgoed.

De windhandel in hypotheekderivaten verliep goed omdat de huizenprijzen stegen. En de prijzen stegen omdat er met de verkoop van huizen - zelfs met handel van onafgebouwde huizen - op korte termijn winst werd geboekt. We zien hier een cirkelredenering ontstaan, die door fact checking zou kunnen worden doorbroken. Maar daar hadden de hoofdrolspelers in dit economische drama geen enkele behoefte aan. Hypotheekverstrekkers, projectontwikkelaars, makelaars, huizenverkopers en speculanten, ze hadden allen belang bij hogere huizenprijzen. Ze riepen Halleluja bij ieder gebeurtenis die dat belang ondersteunde, maar sloten hun ogen voor verontrustende details, zoals de vele lege kantoorpanden die nooit renderend konden zijn. Banken en investeerders leenden dus steeds meer hypotheekgelden uit, zonder dat daar een toename van renderend vastgoed tegenover stond. Toen die financiële windhandel aan het licht kwam, kelderden de huizenprijzen en stortten de financiële markten massaal in.

De direct gedupeerden van de kredietcrisis waren het slachtoffer van reputatie-exploitatie geworden. Ze geloofden in de verhalen van kortzichtige dwergen op de schouders van voormalige financiële reuzen, die inmiddels ook geen idee meer van de lokale omstandigheden hadden. De luidruchtigste dwergen boekten met geleend geld enorme woekerwinsten, maar de vele slachtoffers die op het verkeerde moment in of uit de sinuscurve stapten verloren huis en haard.

De winnaars van dat piramidespel wilden de financiële kosten niet vergoeden. Ze hadden genoeg geld gespaard voor dure advocaten die er weer een mooi verhaal van maakten over het recht op bezit, een eigen mening en zo. Dat de financiële adviseurs met opzet vals hadden gespeeld kon niet worden aangetoond. Maar op advies van hun belastingadviseurs spendeerden ze voor de zekerheid wel geld aan goede doelen, om zowel hun reputatie op te vijzelen als ook om minder belasting te hoeven betalen. Want zo werkt de moraal in een kapitalistisch verdeel en heers systeem. Beroof uw tegenstanders van huis en haard, maar schenk gul aan uw vrienden. En investeer uw kapitaal vooral in particulieren en overheden die u gemakkelijk om kunt kopen.

U begrijpt dat de grootse verliezers van dit drama de gewone burgers waren. De inkomstenbelastingbetalers incasseerden niet alleen een waardevermindering van hun huis en pensioengelden, maar moesten ook nog eens bijdragen aan de geldinjecties waarmee de overheid het dreigende faillissement van belangrijke financiële instellingen wilde voorkomen. Zonder die staatssteun zou het hele financiële systeem in duigen vallen. En daar had niemand - behalve de sloebers die niets te verliezen hadden - enige baat bij. Maar kapitaalkrachtige bedrijven en miljardairs werden ontzien om te voorkomen dat ze massaal het land uit zouden vluchten.

Wat is de les uit dit verhaal? Wall Street is geen Hollywood. Bomen groeien niet tot in de hemel, tenzij u in sprookjes gelooft. En dat geldt ook voor astrologische verhalen. Ik gun iedere Assepoester een lang en gelukkig leven met de beste prins op op aarde. Maar of die uitkomst voor iedereen realistisch is, lijkt me onwaarschijnlijk. U moet toch weer teruggaan naar de bron. En dat is het lastige verhaal van ken uzelf en heb uw naasten lief. Maar dat universele verhaal heeft geen Triple A rating. Zie ook: The shape of stories, waarin de auteur Kurt Vonnegut zijn lezers op een humoristische wijze uitlegt welke verhalen (romans) goed verkopen en welke toch weer niet.

En wat heeft dit alles met astrologie te maken? Dat het geen kwaad kan om astrologische verhalen ook eens inhoudelijk te toetsen. Want dat een windhandel in eeuwige waarheden goed verkoopt, betekent nog niet dat dat stempel eeuwig geldig is. Zoiets zagen we al met Koekkoeks boerensloot en dat geldt ook voor antiek denken en oude politiek. U moet daarom wel zo nu en dan uw ogen voor de werkelijk gevonden feiten willen openen. Want anders leeft u slechts in een door u goed genoeg bevonden illusie, waar uw buren en kinderen niet zoveel aan hebben. Het was slechts úw verhaal.

De meetbaarheid van veronderstelde astrologische effecten

> Top <

We kunnen de astrologische reuzen uit het verleden niet meer over hun bevindingen bevragen. We kunnen slechts verifieerbare uitspraken doen over ons lokale astrologische hier en nu. Alleen door actueel onderzoek kan blijken of de uitgangspunten van de reuzen uit het verleden nog wel enige toekomst hebben. Maar als dat niet het geval is, dan moeten hun postulaten door andere regels vervangen worden. En dat is wat normale wetenschappers ook doen als ze de werkelijkheid gezamenlijk onderzoeken. Het met anderen gedeelde weten brengt ons dichter bij onze met anderen gedeelde werkelijkheid.

Maar werkt het in astrologisch praktijk ook zo? Nee, want zodra het gaat over de meetbaarheid van die veronderstelde astrologische effecten, doen vrijwel alle astrologen ongelooflijk moeilijk. Ze schieten in het verzet en gedragen zich als aangeschoten wild. Zoals de Amerikaanse president Donald Trump in de weerstand schoot, toen hem gevraagd werd zijn belastingaangifte te openbaren. Trump had gepocht dat hij een succesvolle multimiljardair was, maar volgens onderzoeksjournalisten zou hij maar 200 miljoen dollar bezitten. Ineens was het landsbelang in gevaar. Wat is er dan aan de hand?

Blijkbaar stuiten we dan op in het oog springende nieuwsfeiten, die niet ingewijden nog niet kunnen begrijpen en dus ook niet hadden moeten inzien. Zoiets gebeurde recentelijk nog toen de geheime notities van minister Ollongren naar buiten kwamen: Pieter Omtzigt, functie elders? Wat betekent dat in de praktijk? Moet Pieter Omtzigt dan net als de lastpak Jezus maar ten hemel stijgen, zodat niemand op aarde nog van zijn kritische visie last heeft? Eenmaal in de hemel aangekomen wordt hij op aarde gediskwalificeerd als een stuurman aan wal. Dat was de bekende truc van Putin om met de naar het Westen gevluchte oppositie om te gaan.

Met dergelijke niet voor de buitenwereld bestemde nieuwsfeiten dreigt het misverstand van valse geruchten (fake news) over nog meer lijken in de kast, waar de op uw ondergang beluste vijanden ongetwijfeld gretig misbuik van zullen maken. Zoiets moet u beslist verhoeden. Probeer in zo'n heikele situatie maar eens eerlijk en transparant te zijn. De multimiljonair Trump benut dan een team van advocaten die via omkoping, intimidatie en manipulatie weer een andere draai aan zijn verhaal mogen geven. En ook al overtuigde dat ad hoc verzonnen verhaal zijn aanklagers niet, zijn irrationeel denkende volgers bleven hem uiteindelijk wel trouw. Omdat het nu eenmaal moeilijk is om van een geloof afscheid te nemen. En al helemaal als u zich met dat mythische Make America Great Again (MAGA) verhaal identificeert.

Maar ook astrologen kunnen door onvoorziene ontwikkelingen in de problemen raken. Als expert op uw vakgebied is het al lastig om de niet altijd even helder geformuleerde regels van de ouden in uw astrologische praktijk toe te passen. Evenals politici stuiten astrologen steeds weer op nieuwe situaties, die toch weer een uitzondering op hun regels blijken te zijn. En dan blijken de gebruikelijke procedures ineens niet meer te werken. Hoe gaan astrologen en politici met die wisselvalligheden van het lot om? Tijdelijk onderduiken in de hoop dat het kwade gesternte daarna wel over zal gaan? Of moeten ze hun uitgangspunten wat herzien? En hoe, voor hoelang en aan wie moeten ze die nieuwe politiek presenteren?

Als het echt niet anders kan passen astrologen hun teksten wat aan. Met wat meer vaagheid of een extra disclaimer is het astrologische evenwicht voorlopig weer hersteld. En anders kan een extra hypothetische planeet of pas ontdekte planetoïde nog wel voor een astrologische oplossing zorgen. Ineens zien we het hele plaatje in een veel breder perspectief. En bewijs maar eens van niet, zolang onze verkoopcijfers blijven stijgen. Als zoveel mensen nog steeds in astrologie geloven, dan moet daar wel een kern van waarheid in zitten. En mocht u daar als astroloog wel eens aan twijfelen, uw trouwe klanten laat u toch ook niet liever in de steek.

Zo'n door de empirische realiteit afgedwongen beleidswijziging vraagt natuurlijk wel om een redelijk ogend onderzoek. Hoe gaat u om met de actueel gevonden feiten? Hoe doet u dat op een goede manier? Als uw eigen aannames niet meer kloppen met de empirisch gevonden feiten, moet u natuurlijk voor nog meer diepgang en kwaliteit op maat gaan. Empiristen kiezen dan voor een nog grootschaliger onderzoek met nog meer differentiatie. Maar slimme politici en zakenlieden weten dat het niet zozeer om de gevonden waarheid gaat, maar om wat de markten op dat moment van hen vragen. En zo beloven ze de ene partij het ene en een andere doelgroep weer wat anders. En als een voor hen belangrijke marktpartij wat anders wil, passen ze het geleverde product desgewenst wat aan. Maar de gevonden feiten die de aanleiding voor hun beleidswijziging waren laten ze liever buiten beschouwing. Ze framen de oorspronkelijke vraagstelling over een structureel probleem als armoede, liever naar een legalistisch probleem als het recht op bezit, zodra dat hen dat beter uitkomt. En zo laten ze de minder bedeelden toch weer in hun hempje staan.

De door door list en bedrog verstoorde markt vertelt ons hoe krom de gemiddelde burger in een bepaalde streek in het leven zal staan. Een door Putins staatspropaganda geïnformeerde Rus, zal het weer anders zien dan een Amerikaanse CNN of Fox News beschouwer. Want ze werden op verschillende wijzen geïndoctrineerd. En daarom zullen hun standpunten verschillen. Niet alleen over de gevonden feiten, maar ook over de betekenis ervan worden mensen heel anders geïnformeerd. Maar moeten we ons daarmee tevreden stellen? Bestaat er dan geen hogere waarheid?

En daarom kan het wel eens slim zijn om de zienswijzen van zoveel mogelijk burgers op een hoger niveau te bestuderen. Wat hebben ze met elkaar gemeen? Waar doen ze het eigenlijk voor? En op grond van welke (des)informatie baseren ze hun beslissingen? Als u dát bestudeert, leert u steeds meer over het wisselende gedrag van groepen mensen. Dat is wat psychologen, economen en sociologen uiteindelijk willen begrijpen. En ook natuurkundigen en biologen bestuderen de wereld op die empirische manier. Dan is een stier een stier en een ram een ram. Dat is slechts een kwestie van definitie.

Maar gelovigen in private waarheden kunnen niet op die manier te werk gaan. Ze lopen dan altijd weer tegen de wet van de grote getallen aan, die ze juist wilden ontwijken. Ze kiezen er daarom vaker voor om zich terug te trekken onder gelijkgezinden. Ze bestoken anderen met alternatieve feiten en wijzen op tekortkomingen van hun opponenten, terwijl hun vrienden juist zo aardig bleken te zijn. Zoiets kan toch geen toeval meer zijn? En in die retoriek van een miskend genie zal zijn achterban zich wel herkennen. Zo werkt het althans voor hen, al is dit niet meer dan voorlopig feit.

Maar zijn dat geen klassieke drogredenen? Leidt dat achterbakse gedoe niet van de omstreden kwesties af? Inderdaad. Ja, dat is het geval. Maar drogredenen en misleiding werken prima als u via beeldvorming invloed op de rechtsgang hebt. Politici en managers passen die trucs al jaren met veel succes toe om hun doelen te bereiken. En als niemand er zich mee bemoeit en u in alle rust ieder detail met uw juridische vrienden uit kunt werken, dan lijkt uw versie van de waarheid toch wel weer aan te slaan. En zo komen ook evident falende politici met list en bedrog toch weer aan de bak.

Maar hoe zit het de hedendaagse astrologen? Wat bedoelen astrologen eigenlijk als ze zeggen dat astrologie voor hen werkt? Wat verstaan ze onder kwaliteit en wat onder kwantiteit? Welke informatie is relevant voor hun particuliere visie op het individu, de samenleving of groepen daarvan? En hoe verschilt hun unieke positie van andere wetenschappelijke disciplines? Hoeveel ervaring moeten astrologiestudenten opdoen voordat ze de horoscoop van Donald Trump kunnen begrijpen? En waarom kunnen astrologen hun visionaire inzichten niet zo eenvoudig met anderen delen? Wat telt voor hen? Waar gaat het volgens astrologen eigenlijk om? Dat ieder individu weer anders is dan hij zelf had gedacht? Dat is een waarheid als een koe. Maar hebt u daar een astrolog voor nodig?

Over dergelijke mysteries laten we straks de beroemde astroloog Dane Rudhyar aan het woord, die ons uitlegt wat zijn bezwaren tegen de statistische methoden zijn. Rudhyar zal ons ook vertellen hoe het astrologisch onderzoek nog veel beter kan. Maar ik lever u liever ook meteen al mijn commentaar op zijn wat al te boude stellingen, om u op de vele lacunes en inconsequenties van zijn astrologische denken in mogelijkheden te wijzen. Want anders trapt u gemakkelijk in zijn voor ieders ego op maat gesneden verhaal. Want als u te snel door zo'n tekst heen gaat, vallen zijn vele sofistische wendingen u waarschijnlijk niet op. Maar toch staat zijn betoog vol klassieke drogredenen, die u zonder kritische leeswijzer niet meteen herkent.

En op die manier werken ook vele gewiekste reclamejongens, mannetjesmakers en politieke woordvoerders. Daarom is het wel goed om bij die argumentatie stil te staan en is dit artikel over drogredenen ook voor niet astrologen van belang:

Een drogreden (syn. schijnreden, sofisme) is een reden of redenering die niet klopt, maar wel aannemelijk lijkt. Drogredenen worden vaak in discussies gebruikt, maar ook wel in andere situaties.

Wat me vooral teleurstelde waren de vele belangwekkende feiten die Rudhyar niét de moeite waard vond om te vermelden. Onder het mom van holistisch denken vertelde hij u niet het hele verhaal. En dat komt vaak voor als mensen elkaar sterke verhalen vertellen. Grote ego's en invloedrijke groepen menen maar al te vaak dat ze het hele plaatje wel kunnen overzien en maken daar een imposant verhaal van. Maar na een tijdje komt er altijd wel een “onredelijke” Xantippe in hun leven, die hun “eeuwige waarheid” weer op zijn plaats zet. Deze onvermijdelijke strijd tussen de vele schepselen op aarde, die allen maar een deel van het geheel overzien, geeft een gezonde dialoog tussen opponenten die ooit eens een onafscheidelijk geheel waren volgens de scheppingsverhalen.

Zie mijn kritische commentaar op Dane Rudhyar daarom niet als een aanval op de persoon of datgene waarvoor hij staat, want daar gaat het me helemaal niet om. Dat zou net zoiets zijn als Cervantes Don Quichot als een dwaas te bestempelen en zijn knecht Sancho Panza als de ultieme realist. Maar dat is maar een klein deel van Cervantes verhaal over moreel ridderschap en de gemene praktijk.

Don Quichot (Spaans: Don Quijote of Quixote) is de hoofdpersoon in de door Cervantes geschreven roman De vernuftige edelman Don Quichot van La Mancha. Deze roman bestaat uit twee delen: het eerste werd gepubliceerd in 1605, het tweede in 1615.
Het boek is een van de eerste geschreven romans in een moderne Europese taal. Het vertelt de komische reisavonturen van een oude edelman die denkt dat hij een dolende ridder is. Deze hoofdpersoon, Don Quichot, is het stereotype van de idealist, een dwaze held die zich met zijn goede bedoelingen maar onpraktische daden min of meer belachelijk maakt.

Die tegenstelling tussen idealisme en realisme komt in ieder mens voor. Ook mijn ridderlijk ego denkt niet altijd even helder en verstandig in de ogen van anderen. En ook ik zal me door onbedachtzaamheid in de juiste woorden en exacte feiten kunnen vergissen. En de valkuil van het groepsdenken, met al die culturele vooroordelen die dat met zich meebrengt, is me als deelnemer aan het sociale verkeer ook niet vreemd.

Maar als mijn dierbaren me niet begrijpen en zeker als ik bij nader inzien mijn eigen woorden niet eens kan volgen, dan zal ik mijn standpunt toch moeten herzien, verhelderen en nader moeten specificeren. Ook al oogstte ik ooit eens succes met dat verhaal voor een ander publiek. Er bestaat nu eenmaal zoiets als voortschrijdend inzicht met als resultaat een betere metavisie. Iets dat ook geldig is voor de minder bedeelden.

Wijsheid en zelfkennis zijn giften van Vadertje Tijd waar Uranische lieden niet eventjes overheen kunnen springen. Het gaat me daarom om filosofische vragen als: Wat is nu eigenlijk redelijk denken? Vanuit welk perspectief werd dat bezien en wat mogen anderen daarvan verwachten? Wat is het verschil tussen redelijk denken en populistisch denken? En hoe komt het dat mensen de gebruikelijke drogredenen niet snel doorzien?

Over die grote vragen kunnen zowel de wereldgeschiedenis als de wereldliteratuur u veel verhalen vertellen. Er zijn namelijk aldoor meerdere zielen in uw borst, als u begrijpt wat ik bedoel, om Toonders stripheld Olivier B. Bommel te parafraseren. En om eerlijk te zijn begrijp ik de motieven van Heer Bommel vaak veel beter, dan die van de veel slimmere Tom Poes. En mijn sympathie gaat ook vaker uit naar de antiheld Donald Duck, dan naar zijn kleurloze neefjes. Maar de gevonden feiten tellen nog steeds in het avontuurlijke leven van een echte heer.



Statistiek en astrologie volgens Dane Rudhyar

> Top <

Dane Rudhyar (1895-1985) zet meteen de toon door het statistisch onderzoek van zijn collega astrologen als een modeverschijnsel te bestempelen. En daarmee suggereert hij dat een rechtgeaarde astroloog wel beter zou moeten weten. En inderdaad leverde al dat statistisch onderzoek astrologen maar weinig erkenning op.

The fashionable thing today for any astrologer who wishes to show his or her intellectual competence above the level of popular astrology is to start a "project" in which statistics will be used as a research tool. Many such projects have been started; some have led to "interesting" conclusions; others were given up, for the research produced only statistical nonsignificant results.

Het was Rudhyar niet ontgaan dat statistiek en kansberekening in de zeventiger jaren van de vorige eeuw een beslissend onderdeel geworden waren van vrijwel ieder academisch gebied. Maar Rudhyar ziet veel problemen bij de statistische benadering van astrologische claims, die anderen blijkbaar ontgaan.

A great many problems are involved in any discussion of the validity of using statistics in investigating the traditional claims of astrology – claims which establish a direct connection, strictly causal or otherwise, between the interrelated cyclic motions of the planets (including in this term the astrological Sun and Moon) and definite events on earth or characteristic traits in human beings. Some very basic questions should be asked; yet one finds them publicly discussed only on rare occasions, and this only rather superficially.

Hij vraagt zich af of de procedures van “een bepaalde klasse van wetenschappers” wel van belang zijn voor een traditioneel weten als de astrologie en of ze voldoende aansluiten bij de behoeften van moderne mensen waarvan een deel nog steeds in astrologie gelooft. Moet je hen nu met statistieken lastig vallen? Waartoe zouden we hun evenwicht willen verstoren? Wie heeft er nu eigenlijk baat bij statistische feiten?

Why and to what extent should the use of statistics according to procedures established by a certain class of officially recognized scientists be considered valid in the field of astrology? Are the astrologers who use this intellectual and analytical tool doing so in a truly significant manner, considering the traditional character of astrology or even in terms of a type of astrology fitting more meaningfully the need of present-day men and women? Why do they want now to use statistics?

Op de voor astrologen teleurstellende uitkomsten van het statistische onderzoek gaat Rudhyar wijselijk niet in, maar hij vraagt zich wel af wat de motieven van zijn meer empirisch ingestelde collega's dan wel zouden kunnen zijn. En daar heeft hij meteen al een antwoord op, zonder die onderzoekers zelf aan te woord te laten komen.

The last question is the easiest one to answer. Astrologers are living today in a society which puts a premium on intellectual-analytical disciplines; and at a time when the public interest in astrology has increased in a rather startling manner, two things have happened: (1) such a popularity has brought into the field many people who are trying to profit financially from it yet have no significant and proven knowledge of astrological methods and no conception of the astrological danger of their misuse in satisfying even more ignorant clients; (2) the worthwhile and trained astrologers suffer from being still scorned and ostracized by more scientifically trained persons who consider astrology to be a primitive superstition and who in this have the backing of old-fashioned laws so that indeed an astrologer even of the highest stature not only is not accepted in any official institution of learning – or, more recently, shoved in by the back door – but actually in most places is engaging in an illegal occupation, punishable by fine and/or imprisonment.

Hij komt dan tot de conclusie dat (1) met de populariteit van de astrologie ook de astrologische beunhazerij voor financieel gewin toenam en (2) dat zelfs “goed” opgeleide astrologen door academici simpelweg voor bijgelovigen en charlatans uitgemaakt worden. Het gevolg is dat bonafide astrologen zich gedwongen voelen om dan ook maar van die statistische methodes gebruik te maken om bij die “wetenschappelijke wereld” aan te kunnen sluiten of op zijn minst gevrijwaard te worden van juridische claims.

Thus, the eagerness which many astrologers display to use tools and methods of empirical research which today characterizes most branches of scientific enquiry is quite understandable. They hope and trust that by so doing they will be accepted on an equal footing by "the scientific community" whose influence dominates the modern mentality, especially in America.

Het kwam blijkbaar niet bij Rudhyar op dat zijn collega's de claims uit hun astrologieboeken wel eens wat objectiever wilden onderzoeken. Bijvoorbeeld, omdat hun met statistiek en kansberekening opgeleide kinderen zich bij ieder astrologisch aforisme terecht afvroegen: Is dat wel zo? De waarde van de astrologie stond ter discussie. Maar Rudhyar vermeldt dit voor de hand liggende motief niet. En dat is merkwaardig. Is het meten is weten principe not done, zoals het vragen om een godsbewijs in de kerk? Maar daar gunt Rudhyar zijn lezers de tijd niet voor, want hij gaat door met zijn verdachtmakerijen via het stellen van bepaald niet open vragen.

En voor welke wereld kiezen die empirisch georiënteerde astrologen dan wel? Ook daar heeft hij meteen al een antwoord op, voordat de lezer de kans krijgt om zelf bij die vraag stil te staan. Volgens Rudhyar gaat het in de wereld van de meetbare hoeveelheden vooral om macht en geld. In de wereld van de grote getallen overheersen banken en verzekeringsmaatschappijen die met een paar procent meer grote winsten kunnen maken, fabrikanten met rationele productiemethoden en gehaaide politici, voor wie iedere stem telt. Ze gebruiken kwantitatieve statistische methoden en dat levert hun naast geld en macht ook nog eens wetenschappelijk prestige op.

To use scientific methods is, therefore, a crucial matter involving social prestige and even security from legal prosecution. Thus, there must be "research" – this sacrosanct word among the intellectuals and directors of wealthy Foundations! – and any adequate type of research is supposed to make use of statistics. Statistics are used because any claim which aspires to be recognized as valid by the scientific mind (generally speaking and exceptions notwithstanding) must refer to measurable quantities. Our entire Western society is indeed dominated by quantitative values – by the amount of money involved, the number of war causalities, the time it takes for something to happen, and the percentage of successes and failures or yes or no votes.

Het gaat in die technocratische wereld slechts om kwantitatief meetbare zaken zoals winst, stemmen en economische groei waar de gewone man doorgaans maar het slachtoffer van wordt. Kwaliteit van leven telt voor die in cijfers geïnteresseerde technocraten niet. Kwaliteit is zoveel moeilijker aan te leveren. En daar heeft Rudhyar wel een punt. Maar doet dat argument er toe? Is het potentiële misbruik van statistieken een goede reden om dan maar van kwantitatief astrologisch onderzoek af te zien? Nee natuurlijk niet, want op die manier kunt u iedere techniek wel verbieden. Bij wapenbezit kan iedereen de noodzaak van regulatie nog wel inzien, maar het afzien van kwantitatief astrologisch onderzoek door astrologen lijkt me eerder een vorm van zelfcensuur.

Charlie Chaplin verbeelde het modernistische probleem in de stomme film Modern times. Na de jaren zestig kwam er veel verzet tegen de rationalisatie en mechanisatie van de economie. Het wemelt nog steeds van de lobbyisten op plaatsen waar de politieke beslissingen genomen worden. En vanwege de politieke bemoeienis van rijke bedrijven en belangengroepen komen voor de hand liggende zaken waar democratische meerderheden al jaren om vragen maar moeizaam of niet tot stand. En zowel private als overheidsinstituten proberen het wetenschappelijk onderzoek een bepaalde kant op te sturen. Zo kwam een miljarden verslindende wapenwedloop tot stand, terwijl de sociale wetenschappen en het milieu er maar bekaaid afkwamen.

Voor een holistisch denker of een milieu-activist hangen die zaken zonder twijfel met elkaar samen, maar voor intellectueel-analytische disciplines staat dat nog niet vast. Want door toegenomen kennis en techniek is de wereld veel ingewikkelder geworden. Maar in tegenstelling tot de bankiers en zakenlieden zijn wetenschappers en rechters zich wel degelijk bewust van het fenomeen belangenverstrengeling (pdf). En dat probleem proberen ze uit alle macht te vermijden. Maar is de astroloog Rudhyar ook bereid om objectief naar de gevonden feiten te kijken? Of probeert hij meer zoals een goed advocaat betaamt, dat idee van objectiviteit juist te ondermijnen? Staat hij voor een voornaam ideaal, zoals de emancipatie van de mensheid of richt hij zich meer op zijn eigen zakelijke markt? Ik weet het niet. U mag het zeggen.

Dane Rudhyar typeerde in de zeventiger jaren van de vorige eeuw de aard van statistische kennis als volgt:

We are today so used to refer almost everything to the result of statistics, to quantitative measurements and percentages that not only have we forgotten what qualitative means, but we are even beginning to think of sexual experiences in terms of electronic measurements of the intensity of muscular action in orgasms. How tragic!

Die uitspraak klinkt heel gevat, maar is het ook een goed argument? Wat waren de feiten en omstandigheden? Werd door het meten is weten principe van de seksuologen Masters and Johnson opeens de liefde verkracht? Rudhyar suggereert van wel. Maar wat is zijn alternatief? Moeten we dan maar weer in procreatie en Venus als godin van de liefde geloven? Wat zou een moderne Xantippe daarvan vinden? Door het werk van moderne seksuologen weten we dat haar orgasme er nog wel eens bij in schoot. Zijn er meer genuanceerde visies mogelijk? Ja, die bestonden er al. Maar Rudhyar vergeet te vermelden dat de seksuologie in de jaren zeventig een veel bredere insteek had dan de fysiologie van het orgasme. Hij reageert slechts met twee woorden op baanbrekend onderzoek dat hij misschien ergens uit de krant had vernomen, maar hij wekt niet de indruk ooit een seksuologieboek uit zijn tijd serieus ter hand te hebben genomen.

Rudhyar verwoordde wel de kern van de kritiek van astrologen op de analytische methodiek van het empirische onderzoek:

Empirisch onderzoek reduceert de complexe werkelijkheid tot maar een paar meetbare feiten. En daar herkennen we ons niet in. Want er zullen natuurlijk zoveel meer factoren een rol spelen. De holistische benadering zegt ons veel meer.

En astrologen denken dan meteen aan de niet door wetenschappers onderzochte astrologische factoren, die volgens astrologen een beslissende rol spelen in de vorming van ieder individu. Later zal Rudhyar u nog fijntjes uitleggen dat hij met de interacties van maar liefst tien planeten rekening houdt, waardoor een veel genuanceerder mensbeeld ontstaat dan door het meten van spierspanning tijdens een orgasme. Maar Rudhyar toont met zijn kritiek vooral zijn onbegrip van het empirisme aan. Empirisme impliceert immers al dat we de waarnemingen van andersdenkenden mee laten wegen. En dat mogen ook de waarnemingen van astrologen zijn. Maar het onderzoek moet wel gebeuren op een reproduceerbare manier, waarbij met alle potentieel relevante factoren rekening gehouden wordt. En dat zijn er veel meer dan de tien planeten van Rudhyar, zal ieder schoolkind inmiddels ook wel weten.

Het ging de empirische wetenschappers om de mate van correlatie tussen de door hen bestudeerde gebeurtenissen. Maar de seksuologen hadden echt wel door dat bij een orgasme veel meer factoren dan spierspanning van belang waren. Misschien speelde de maan of de horoscooprubriek van Mieke van Kooten wel een belangrijke rol in een individueel geval. En als een van die tien planeten - tegen alle verwachtingen in - toch een aantoonbare rol zou spelen bij de kwaliteit van uw orgasme, zouden seksuologen daar echt niet moeilijk doen. Zo'n onverwachte bijvangst zou zelfs hun interesse wekken. Maar dat lukt helaas niet vanuit de astrologische premise dat toeval niet bestaat als u maar selectief genoeg naar de gevonden feiten kijkt. Want normale wetenschappers en rechters worden niet geacht op zo'n bevooroordeelde manier naar de gevonden feiten te kijken.

Om de vele, al dan niet causaal met elkaar verbonden kansen op iets vast te stellen, doen empirische wetenschappers op grote schaal statistisch onderzoek naar de eigenschapen van allerlei entiteiten. Dat bleek de enige manier te zijn om complexe onbekende zaken te ontrafelen. We hebben het dan over de empirische cyclus, die we in Basale statistiek en kansrekening voor astrologen met u bespraken:

Volgens Adriaan de Groot bestaat de empirische cyclus uit een reeks stappen, die indien nodig meerdere keren herhaald kunnen worden:
  1. observatie: het waarnemen en verzamelen van empirische feiten
  2. inductie: het formuleren van een algemene veronderstelling op basis van observaties; van specifiek naar algemeen
  3. deductie: formuleren van specifieke toetsbare hypotheses; van algemeen naar specifiek (van theorie naar hypothese)
  4. toetsen: het toetsen van de hypothese door middel van een experiment
  5. evaluatie: de resultaten van het experiment waarnemen en evalueren door middel van falsificatie of verificatie

Het cyclische proces is bedoeld om stapsgewijs een beter beeld van een nog onbekende wereld te verkrijgen. Dat begint met eenvoudige observatie. Daarna volgt hypotheseformatie op basis van observaties. En om na te gaan of uw model wel klopt, volgen er beslissende experimenten die uw theorieën in de praktijk moeten beproeven. En daarna wordt die cyclus opnieuw doorlopen om steeds meer nuances in dat model van de wereld aan te brengen.

Maar dat moeizame leerproces verloopt natuurlijk veel vlotter als u al zeker bent van uw zaak, want dan kunt u tijdrovende stappen overslaan. Basale kennis die u al op school, door uw ervaring of tijdens een cursus astrologie meegekregen heeft, hoeft u natuurlijk niet opnieuw uit te vinden. Dat deel van de empirische cyclus hebt dan al met succes doorlopen. Misschien was u wel de beste van de klas met al die kennis. Of bleef u onbegrepen omdat u ver op de anderen vooruitliep.

Vanuit het perspectief van de volleerde astrologische grootmeester lijkt een astrologische duiding een koud kunstje te zijn. De astroloog hoeft geen weet te hebben van statistieken, want voor unieke gevallen bestaan toch geen controlegroepen. De astroloog zou hoogstens willen nagaan hoe het met die persoon onder soortgelijke astrologische omstandigheden eerder in zijn leven verliep. Maar bij de evaluatie daarvan heeft hij slechts te maken met de waarden en normen binnen de astrologische gemeenschap. En die virtuele controlegroep, zeg maar zijn astrologische weten, zit na jaren ervaring diep in het geheugen gegrift. Stap 4 van de empirische cyclus kunt u dus gerust overslaan. En dan komt u vanzelf bij stap 5 aan: Uw persoonlijke evaluatie van een uniek gebeuren. De resultaten van het experiment waarnemen en evalueren door middel van falsificatie of verificatie. U hoeft voor die uitleg slechts op een intuïtieve wijze na te gaan of dat wat u aantrof aan úw astrologische verwachtingen voldeed. En dan helpt het enorm als u via het astrologisch symbolisme een creatieve draai kunt geven aan ieder individueel geval, met ruime aandacht voor de feiten en omstandigheden die astrologisch gezien met elkaar lijken samen te hangen. En dan klopt alles weer als een bus. Maar is dat ook zo?

Wat ging hier mis? Wat was ook al weer het probleem met dat ruimhartige symbolische astrologisch denken? U kon er van alles mee verklaren, maar niets mee voorspellen. Aan pseudo-deductieve methoden kleven nogal wat nadelen weten artsen, onderzoekers en rechters, die hun oordeel slechts op bewezen feiten en omstandigheden mogen baseren. Ze kunnen dus niet aan komen draven met een broodjeaapverhaal uit de Astrologische Telegraaf. Want er op los speculeren met een mengsel van feit en fictie kan iedereen. En dat komt niet alleen op het schoolplein voor; we zien het ook onder academisch gevormde deskundigen in de media.

Door samenwerking en concentratie op de met elkaar gedeelde empirische feiten konden wetenschappers complexe zaken als het genoom ontrafelen. En dat is toch wel wel wat anders dan het slechts mondeling beleden geloof van astrologen met betrekking tot de werkzaamheid van hun planeten. Over het zo boven, zo beneden principe zijn astrologen het wel eens, maar over de praktische details en uitvoering ervan verschillen ze vaak van mening. Terwijl empirici consensus konden bereiken door met zijn allen op een logische wijze naar alle gevonden feiten te willen kijken. Maar betweters hebben moeite met synergie. Ze sluiten zich liever af voor de grotere wereld en bedenken hun eigen theorieën. En dat mag, zolang u maar binnen uw eigen kennisveld blijft. Maar die bescheidenheid is helaas niet zo vanzelfsprekend.

Ook politici hebben vaak moeite met samenwerken en de focus houden op de werkelijk relevante feiten. Zo kunnen parlementariërs goed bedoelde wetten uitschrijven, maar op de uitvoering komt het uiteindelijk wel aan. En u bent een onbekwame rentmeester als u de uitwerking van uw bemoeienis en regelzucht in en buiten uw vakgebied niet natrekt. Maar wat als parlementariërs gebonden zijn aan een van tevoren bekokstooft regeerakkoord, waarin de doelen, middelen en normen al bij voorbaat vaststaan? Dan hebben ze een probleem als uit onderzoek blijkt dat de uitvoering van hun plannen in de praktijk toch heel anders uitpakt. Hoe gaan politici daar meer om? Ze kunnen aan de bel trekken, spijt betuigen en naar betere oplossingen zoeken. Maar ze kunnen dat onderzoek ook negeren, bagatelliseren of in een kwaad daglicht zetten.

Wat doen astrologen met feiten die niet in hun Grote Plan passen? Ontkennen of wegredeneren is toch wel de regel. Want astrologen hechten meer waarde aan hun traditie, zeg maar hun astrologische regeerakkoord, dan aan de met anderen gedeelde empirische realiteit. En net als falende politici, proberen ze discrepanties tussen wat ze zeggen en wat ze doen weg te moffelen. En hoe doen ze dat? Met goocheltrucs, waarmee de aandacht van de nog onwetende toeschouwer van de hoofdzaken naar irrelevante bijzaken verlegd wordt. Dat laatste is wat Rudhyar hier doet. Hij gedraagt hij zich meer als een partij-ideoloog die met drogredenen de boel bij elkaar houdt, dan als iemand die echt geïnteresseerd is in de gevonden feiten.

Empiristen en goede onderzoeksjournalisten kiezen liever voor het voor iedereen zichtbare Aap, noot, Mies verhaal, dan voor de oudere, misschien wel diepzinniger leesplankjes. Want ze willen toch wel de wie, wat, waar, wanneer, waarom en hoe vragen voor u beantwoorden. En wetenschappers en journalisten passen die leesplankjes zo nodig aan als die niet meer voldoen aan het actuele beeld van de werkelijkheid. Want het gaat volgens hen niet om aangeboren kennis, maar om aangeleerde kennis, die steeds weer bijgesteld moet worden.

Het empirisme is een filosofische stroming waarin gesteld wordt dat kennis voornamelijk of geheel voortkomt uit de ervaring. Volgens de kennistheorie van het empirisme bezit de mens geen enkele vorm van aangeboren kennis, en moet bij de geboorte zijn geest opgevat worden als een onbeschreven blad of tabula rasa. Het empirisme staat in deze kennistheoretische opvatting tegenover het rationalisme, dat de rede en het denken aanwijst als voornaamste kennisbron.

Astrologen als Rudhyar bekritiseren het feit dat de statistische methoden ons alleen maar wat over groepen kunnen vertellen. En dat is correct. U kunt op grond van één empirisch onderzoek niet zo maar wat generaliseren over een individueel geval. U moet dus veel meer empirisch onderzoek doen en al het eerder verrichte en goed gedocumenteerde onderzoek bestuderen, voordat u iets zinvols over een specifieke kwestie kunt zeggen. En dat lukt pas na jaren studie van goed met elkaar samenwerkende onderzoeksgroepen.

Na tienduizenden man- of vrouwjaren van gericht empirisch onderzoek ontstaat pas het genuanceerde wereldbeeld over de kwesties waar de leerboeken en encyclopedieën thematisch over schrijven. En beknopte versies daarvan staan in de leerboeken van onze schoolkinderen als praktische informatie over hoe de wereld in elkaar zit. Maar hebben astrologen ooit aan dergelijke mega-projecten meegedaan? Nee. En ook al zou dat ooit het geval zijn geweest, dan ontbreekt helaas de documentatie. De aforismen en speculaties uit de astrologieboeken zijn daarom slechts gebaseerd op van horen zeggen wijsheid, maar niet op enig goed gedocumenteerd empirisch onderzoek. Daarom kunt u zich terecht afvragen of een astrologische verklaring van welk feit dan ook er nog wel toe doet.

Het astrologische verhaal rammelt aan alle kanten, maar wie zich afsluit van de wereld en slechts in zijn astrologieboeken en favoriete astrologieblog tuurt, zal toch wel eens merkwaardige astrologische patronen zien verschijnen. Wie maar lang genoeg op van de buitenwereld afgeschermde plaatsen zoekt, zal ooit wel iets van zijn gading vinden. Maar met welke relevantie? Wat astrologen als Dane Ruhyar niet lijken te beseffen, is dat de beperkingen die ze de empiristen verwijten ook gelden voor al hun astrologische uitspraken, ook al lijken die in hun ogen puur kwalitatief en individueel van aard. Maar begrippen als kwaliteit en kwantiteit maken net als de kleuren van de regenboog wel deel uit van een continu spectrum. Hoe kunt u ooit iets zinnigs zeggen over de kansen van een Zon in Ram in een bepaald beroep, zonder de astrologische kenmerken van allerlei beroepsgroepen statistisch te willen onderzoeken? Omdat ieder geval toch weer anders is?

De astrologische fijnproever Rudhyar speculeerde op basis van zijn astrologische deductievermogen en de wijze raad van paranormalen dat voor iedere graad van de dierenriem wel eens een ander verhaal van toepassing zou kunnen zijn. En zoiets kan natuurlijk best wel eens het geval zijn. Een belangwekkend detail dat al die empirici over het hoofd hadden gezien, maar dat paranormaal begaafde hoogbegaafden al meteen begrepen. Geen wonder dat u er dan met simpele astrologische statistieken niet uitkomt. En Rudhyar schreef daar zijn magistrale Astrological Mandala The Cycle of Transformations and Its 360 Symbolic Phases over:

Some three decades ago, in an attempt to produce a series of symbols that would be relevant to contemporary students of astrology, Marc Edmund Jones and a clairvoyant friend formulated the so-called Sabian symbols. Now Dane Rudhyar has taken these symbols and reinterpreted them to emphasize their character as a cyclic and structured series which formalizes and reveals the archetypal meaning of 360 basic phases of human experience. Rudhyar also demonstrates how the Sabian symbols can be used for divination. Like Tarot cards and the I Ching, they provide clues to the best way to face anxieties, or suggest what alternative courses of action might mean in one's life. In the form of pictures that are easily recognizable to people today, these symbols can be said to constitute a contemporary, American I Ching, a series of symbols that goes to the very root of planetary significance for our present era.

Maar dan hebben we wel te maken met 360 tot de macht 3 is 46.656.000 combinaties van zon, maan en ascendent in graad. Dat is maar liefst 27.000 maal zo veel als de al moeilijk voor gewone astrologie studenten te onderscheiden 1728 varianten van zon, maan en ascendent in teken. Het zal daarom nog wel een paar eeuwen duren voordat die speculatie weerlegd kan worden. Want de door astrologen vanzelfsprekende geachte verschillen van de 1728 varianten van zon, maan en ascendent in teken zijn nog niet aangetoond. En er is mij ook geen Astrologische Task Force bekend die dat belangwekkende empirische onderzoek doet. Maar mocht daar ooit toch een teleurstellend resultaat uit voortkomen, dan kunnen toekomstige astrologen bij Dane Rudhyar terecht die in de twintigste eeuw al 46.656.000 astrologische hoofdtypes had voorspelt. Dat is pas een kanjer! Maar een uitgewerkt plan ontbrak. Alles was slechts gebaseerd op speculatie.

Maar het grootse probleem van de astrologie is dat zelfs de meest basale astrologische aannames, zoals het idee dat driehoek aspecten kwalitatief gezien anders werken dan vierkant aspecten, empirisch gezien nog steeds onbewezen astrologische stellingen zijn. Terwijl dat soort effecten door observatie toch eenvoudig vast te stellen zouden moeten zijn. Maar astrologen hebben nooit de moeite genomen om hun basisprincipes op een wat grotere schaal systematisch te onderzoeken. En vaak gebruiken ze dan het excuus dat het voor ieder individu toch weer anders uit zou pakken. Maar geldt dat ook niet voor het advies op maat van uw belastingadviseur? Of voor de medicijnen die individuele mensen dagelijks slikken? Toch zouden we die claims over hun effectiviteit niet accepteren zonder grootschalig empirisch onderzoek met controlegroepen.

En dan hebben we het nog niet gehad over de nieuwste astrologische ontwikkelingen. Zo zijn uitspraken in astrologische boeken over later ontdekte buitenplaneten en asteroïden slechts gebaseerd op de gebruikelijke astrologische speculatie, maar niet op enig gedegen empirisch onderzoek. Want hoe zou dat ooit kunnen? Hoe kunt u zonder enige gedegen empirische basiskennis van de effecten van de zeven klassieke planeten, de additionele effecten van drie extra planeten op de gebeurtenissen op aarde wel eventjes kunnen opmeten? Maar astrologen die dergelijke visionaire boeken schrijven suggereren dat ze dat vanuit hun expertise konden afleiden. Maar die expertise berust op gigantische vooroordelen. Daarom speelt het creatief omgaan met de bemonsteringsfout zo'n grote rol in de astrologie. Er is er al veel geloof, hoop en liefde voor nodig om tot een acceptabele astrologische interpretatie van de gevonden feiten achteraf te kunnen komen. Maar een uitkomst voorspellen die anderen ook nog niet kunnen weten, kunnen astrologen nog steeds niet. Daarom werd Alan Leo in het jaar 1917 (18/9) veroordeeld tot waarzeggerij.

Het dieptepunt viel ongetwijfeld op 16 Juli 1917, de dag waarop de prominente Engelse astroloog en theosoof Alan Leo (1860-1917) veroordeeld werd wegens waarzeggerij. Spoedig daarna zou hij aan een beroerte komen te overlijden. Maar niet nadat hij zich teruggetrokken had om in Cornwall het astrologische denken te herschikken in de richting van de karakterlezing en niet meer als de voorspeller van een onvermijdelijk noodlot ["to recast the whole system and make it run more along the lines of character reading and less as the assertion of an inevitable destiny"].

Maar achteraf verklaringen mogen astrologen natuurlijk wel afgeven. Want iedere burger heeft nu eenmaal het recht op zijn eigen visie. En als die astrologische interpretatie op uw verleden slaat, dan zal de astrologische framing ervan vaak wel lukken, waarbij het beslist helpt als u uw levensverhaal met uw astroloog deelt. Evenals een goede pastor of psycholoog zal een astroloog vooral goed moeten luisteren om zich aan te sluiten bij de belevingswereld van zijn cliënt. Zeker kunnen we het niet weten, maar zo en zo kan het wel eens zijn gegaan, suggereren ze dan. En als hun cliënt dat beaamt, scoren ze weer een punt. Iets heeft een plekje gekregen, zegt de psycholoog dan. U mag nu weer verder zonder die ballast uit het verleden. U voelt zich verlicht of op zijn minst wat lichter in het hoofd.

Maar hoe het in de toekomst met u verder gaat, daar kan en mag geen astroloog of pastor niets concreets over zeggen. Want dat is hun expertise niet. Maar dat staat wel in schril contrast tot belastingconsulenten, artsen, psychologen en advocaten, die u met de juiste informatie wél een prognose op hun gebied kunnen geven. Waarom voorspellen die profane deskundigen zoveel beter dan astrologen en theologen?

De grote truc van al die sluw berekende empiristen is dat ze hun onderzoek vaak herhaalden onder dezelfde of juist met opzet wat andere omstandigheden. En zo konden ze zowel de empirische regels als hun uitzonderingen systematisch onderzoeken. Daarom weten slim met elkaar samenwerkende deskundigen veel meer van de empirische praktijk af dan al die astrologen die er bij voorbaat al vanuit gingen dat uw horoscoop zich volgens hun regels zou moeten gedragen. Ook al pakken die in ieder geval weer anders uit.

Wat Rudhyar niet wil erkennen, is dat kwalitatieve zaken als de mate van klanttevredenheid of het percentage rotte appels in de oogst kwantitatief gemeten worden. Via een retorisch woordenspel creëert Rudhyar een vals dilemma tussen kwaliteit en kwantiteit, zonder dat hij beseft dat de pioniers op het gebied van de statistiek en kansberekening zoals Ronald Fisher en “Student” William Sealy Gosset, zich juist met de kwaliteitsbewaking van producten bezig hielden. En dat werkt ook bij mysterieuze zaken zoals Ronald Fisher aantoonde in zijn beroemde Lady tasting tea experiment.

In the design of experiments in statistics, the lady tasting tea is a randomized experiment devised by Ronald Fisher and reported in his book The Design of Experiments (1935).The experiment is the original exposition of Fisher's notion of a null hypothesis, which is "never proved or established, but is possibly disproved, in the course of experimentation".
The lady in question (Muriel Bristol) claimed to be able to tell whether the tea or the milk was added first to a cup. Fisher proposed to give her eight cups, four of each variety, in random order. One could then ask what the probability was for her getting the specific number of cups she identified correct, but just by chance.
Fisher's description is less than 10 pages in length and is notable for its simplicity and completeness regarding terminology, calculations and design of the experiment. The example is loosely based on an event in Fisher's life. The test used was Fisher's exact test.

Students taak was het statistisch analyseren van monsters uit de industrie en landbouw. Als uit een kleine aselecte steekproef van een partij gerst of bier bleek dat de kwaliteit ervan beneden de maat was, dan moest die partij uit de productie worden genomen. En dat principe geldt natuurlijk ook voor alle toetsbare astrologische beweringen en technieken. Als bij nader onderzoek astrologische aforismen niet beter blijken te werken dan door toeval kon worden verwacht, dan werken ze blijkbaar niet. Maar met die simpele redenering had Rudhyar grote moeite. Want astrologie werkte voor hem en zijn cliëntèle toch wel. Hoe werkt die tovenarij dan? Alleen in besloten kring en onder gecontroleerde condities zoals bij een goocheltruc.

Inhoudelijk bood Rudhyar geen enkel steekhoudend argument. Hij negeerde het vastgestelde probleem. Hij speelde slechts in op uw emotie. Angst en verwarring zaaien via misleiding en suggestie werkt nu eenmaal. En zeker als uw publiek de gevonden feiten niet kent en ze misschien ook niet wenst te kennen. Daar hoeft u geen dwaas voor te zijn, bewezen politieke slimmeriken als Donald Trump, Vladimir Putin en Silvio Berlusconi. Ze praten als de gewone man die lak heeft aan de gevestigde academische wereld. Want dat genuanceerde academische verhaal gaat de gewone kiezer toch boven de pet. En zeker als die deskundigen elkaar ook wel eens tegenspreken. Als een populist dan aankomt met een helder verhaal, dat zijn publiek wel kan volgen en aanvaarden, dan klappen ze voor die populist. Ineens zien ze hoe de wereld in elkaar zit. En dan zijn ze geen dom stemvee meer, maar schrijven ze geschiedenis in resonantie met een groot genie die tegenstand bood tegen de elite.

Laboratoriumonderzoek versus fenomenen

> Top <

Rudhyar gaat vervolgens nog een stapje verder met het betwijfelen van de waarde van wetenschappelijk onderzoek. Hiertoe geeft hij een beschrijving van een klassiek experimenteel laboratoriumonderzoek, dat vooral in de natuurkunde gebruikt wordt. Het gaat om experimenten onder laboratorium condities, waarbij deskundigen waarnemingen doen met gecompliceerde meetapparatuur, die ook nog eens reproduceerbaar moeten zijn.

The general approach featured by the scientific mind is also an empirical approach; that is, it deals with observable facts. Besides, these facts must not only be observable with our senses or their mechanical prolongations, but they must also be observable by any "trained" observer anywhere and under rigidly defined circumstances which theoretically can be reproduced at will. The results of the experiments are said to provide "knowledge" – knowledge of "reality," that is, of how anything in our environment (which is supposed to include the cosmic environment) works.

Als wetenschappers daar wetmatigheden uit afleiden is er pas sprake van “kennis” van de “werkelijkheid”, waarbij opvalt dat Rudhyar sommige woorden tussen aanhalingstekens zet en andere weer vet afdrukt. Het spreekt vanzelf dat Rudhyar betwijfelt of die in laboratoria opgedane kennis nog wel relevant is voor astrologen en gewone mensen. Het antwoord op die vraag is natuurlijk nee, want astrologen houden zich met echte mensen bezig en die leven niet in laboratoria. Alleen als die echte mensen moeten werken, leren of sporten, worden ze in bepaalde hokjes geplaatst: Scholen, sporthallen, kantoren, fabrieken en ga zo maar door. En dan zien we ineens door de omgeving bepaalde gedragspatronen die we in andere settings niet zouden zien.

Maar ook artsen en psychologen hebben te maken met echte mensen. Die belangrijke nuance brengt Rudhyar hier niet aan. Hoe doen ze dat? Hoe kunnen ze enge ziekten behandelen, terwijl ieder mens toch weer anders is? Soms gebeurt dat inderdaad onder gecontroleerde omstandigheden, bijvoorbeeld tijdens een operatie of op de intensive care. Maar heel vaak mogen hun patiënten vrij rondlopen en krijgen ze hoogstens een vrijblijvend leefstijladvies.

Wat Rudhyar u niet vertelt of wenst te erkennen, is het feit dat in vrijwel alle menswetenschappen waar het onderzoeksobject niet in een laboratoriumhokje is op te sluiten, van geneeskunde tot psychologie, onderzoekers massaal van statistische onderzoeksmethoden gebruik gingen maken. En dat deden ze omdat die statistische testmethoden in de empirische praktijk heel goed bleken te werken. Dat bleek geen modegril te zijn, zoals Rudhyar suggereerde, maar werd het nieuwe normaal. En dat gebruik leverde veel nieuwe kennis en inzichten op: Zowel kwalitatieve als kwantitatieve kennis, zowel kennis van de regels als van de uitzonderingen. Maar die wetenschappelijke innovatie is juist wat Rudhyar als een moderne Don Quichot meent te moeten bestrijden. En de reden daarvan zal u inmiddels wel duidelijk zijn. Want juist dat statistisch onderzoek had astrologen en cliënten in hun hemdje gezet. Ze geloofden in iets dat niet bestond of op zijn minst nog niet “significant” aantoonbaar was. Ze werden voor bijgelovig uitgemaakt. Hun goede naam was aangetast.

Experimenteel laboratoriumonderzoek is een prima middel om hypotheses onder gecontroleerde omstandigheden te testen, maar met observationeel onderzoek kan dat ook. Wie het plaatje van het bekende sprookje over de nieuwe kleren van de keizer in bestudeert, zou meteen al kunnen begrijpen dat het vooral om uw manier van waarnemen gaat.

Houdt u uw ogen waakzaam open en hebt u een open blik voor wat u hier en nu ziet? Of leeft u in een verkrampte staat van waakzaamheid zoals de lakeien van de koning? Durft u uw ogen echt te openen voor wat er zich voor uw ogen afspeelt of vreest u de consequenties daarvan, zodat u liever wegkijkt zoals de menigte hier doet. Dat zijn vragen naar hoe u in het leven staat. En dat zal iedere dag weer anders zijn, want u hoeft niet iedere dag de strijd met draken aan te binden en of het wiel opnieuw uit te vinden. Die rust wordt u gegund. Dan maakt u gebruik van de kennis en waarden van de normale cultuur en wetenschappen, zonder u al te druk te maken over al die nog niet opgeloste maatschappelijke en wetenschappelijke problemen.

Maar als u op een ontspannen manier naar de wereld kijkt, kan er ook iets speciaals gebeuren, zoals bij Isaac Newton die op een idee kwam toen hij een appeltje van de boom zag vallen in G'ds Universum. “Hé, de appel valt naar de aarde toe, wat zou de Here daarmee bedoelen”? Of toen het Archimedes opviel dat de waterspiegel van zijn badkuip rees, nadat hij op dringend verzoek van zijn vrouw toch maar in bad was gegaan, in plaats van te blijven rumineren over de vraag hoe hij het volume van een gouden kroon berekenen kon. Zo'n sierlijk vormgegeven kroon is nu eenmaal geen kubus met een bekende inhoud. Maar de kroon verplaatst wel evenveel water als een kubus van hetzelfde volume. En dus waren ze in dat opzicht toch weer gelijk.

Maar ook een klein ventje kan u er op wijzen dat de nieuwe kleding van de keizer alleen maar in de menselijke verbeelding bestond. De meerderheid zag iets dat niet bestond en geloofde dus in een illusie. Is dat kleine ventje een out of the box denker of gewoon een simpele empirist die een domme opmerking plaatste bij wat hij zag? Dom, gezien de bekend geachte feiten, waarden en normen in dat koninkrijk. En omgekeerd kan een ervaren vogelaar u wijzen op een goed gecamoufleerde uil in uw achtertuin, een vogel die u daarvoor nog niet had zien zitten. Bestond die uil voor dit Ik zie, ik zie, wat jij niet ziet kiekeboe spel dan niet echt? Hoe komt zo'n schijnbaar metafysisch gebeuren tot stand? Gewoon door te blijven observeren en opnieuw de relevante vragen te stellen in plaats van te veronderstellen dat u het al weet.

De basis van wetenschappelijke kennis is objectief observeren en daar hoeft u in principe geen speciale training voor te ondergaan. Maar u moet ook niet teveel last hebben van persoonlijke belangen en cultureel bepaalde vooroordelen. Want dan loopt u het risico steeds weer te zien wat u denkt te kunnen zien. En dat juristen, journalisten, wetenschappers en andere deskundigen tijdens hun praktijkopleiding training krijgen om objectief te leren zien, de feiten te ordenen en rationeel te analyseren, heeft te maken met het probleem dat het menselijk brein van nature niet zo objectief en rationeel naar de werkelijkheid kijkt. Want waar heilige huisjes en persoonlijke belangen regeren, ontbreekt meestal het kritisch denken:

Kritisch denken is een vaardigheid die aangeleerd en gebruikt kan worden om te beslissen of een bewering waar, gedeeltelijk waar, of fout is en of een redenering geldig is. Het biedt handvatten om de natuurlijke aanleg iets te geloven te beteugelen en onlogische redeneringen en denkfouten te herkennen en voorkomen.

Dergelijke overwegingen waren de reden dat onze cursus Basale statistiek en kansrekening voor astrologen met het hoofdstuk Wat verwacht u aan te treffen? begon. Omdat we wel wisten dat het bij astrologen niet zoveel zin heeft om over de empirische wetten van de grote getallen te praten, zolang ze bij voorkeur vertrouwen op hun persoonlijke ervaring en intuïtie. Maar uw ego is weliswaar een goede huisadvocaat, maar zelden de expert met kennis van zaken in de ogen van rechters. En wie krijgt er dan gelijk? Dat hangt af van de gevonden feiten en omstandigheden. Waarbij de kwaliteit van de rechtsstaat en kennisinstituten per land kunnen verschillen. En welke feiten en omstandigheden voor u relevant zijn, hangt daarom weer af van de groepen waartoe u behoort en de visies en methoden die daar in zwang zijn.

Het antwoord op de vraag Wat verwacht u aan te treffen heeft vooral te maken met uw wereldbeeld, dus met de manier waarop u over de wereld denkt. En dat hangt weer af van uw perspectief en conditionering. Daarom worden uw waarnemingen niet alleen gekleurd door wat al dan niet op aarde of in de hemel aanwezig is, maar ook door wat u verwacht te kunnen zien. Wat u ziet, liefhebt of ontbeert kan dus al dan niet bestaan. Of het zal op zijn best in meer of mindere mate kenbaar zijn, omdat onze kennis over de werkelijkheid nu eenmaal relatief, provisorisch en beperkt is.

Tegenover dat beperkte empirische weten staat de claim van astrologen dat “astrologie werkt”. Ik zet dat fenomeen nu ook maar eens tussen haakjes (Noten). Want waar is die stelling op gebaseerd? Op de persoonlijke ervaring van astrologen? Is het een gedeeld geloof in kenbare magie of is het toch meer een vooroordeel, bijgeloof of illusie? Rudhyar geeft geen direct antwoord op die vraag, maar hij constateert wel dat astrologen eerder in “metafysische” dan in empirische principes zullen geloven, omdat de astrologische aannames en regels niet consistent en helder geformuleerd zijn en onvoldoende onderbouwd worden door empirische feiten. En als de astrologen toevallig wel uitspraken doen die kloppen, dan zijn die uitspraken door andere kennisdomeinen (fysica, astronomie, biologie, sociologie, psychologie, etc.) vaak eenvoudiger en beter te verklaren:

Astrologers claim, "astrology works." Their explanation of how and why it works are often naive and nearly always rely on some metaphysical principle which cannot be called "scientific" because it rests on assumptions which (1) are not clearly and consistently defined and (2) are not adequately supported by observable facts – or else these facts could be more simply explained by theories which have been found valid in other related fields of experimentation.

Maar wat is dan nog het voordeel van de astrologie? De eerder genoemde nadelen van de astrologie hebben ook hun voordelen volgens de Cruijffiaanse logica. Uit de opmerking van Rudhyar dat met de toegenomen populariteit van de astrologie ook de astrologische beunhazerij toeneemt, valt ook af te leiden dat iedere leek met de studie van de astrologie kan beginnen. En dan blijkt al snel dat iemand veel kan vertellen door creatief met de regels om te gaan. De aforismen van het astrologische symbolisme zijn weliswaar niet zo specifiek, maar ze zijn wel snel aan te leren en vlot op allerlei situaties in het heden, verleden en toekomst toe te passen. Dat is wat dit intuïtieve weten u in principe belooft.

Astrologiestudenten hoeven dus geen lange academische studie meer te volgen, waarmee ze hoogstens een expert kunnen worden op een piepklein deelgebied. De astrologie belooft haar studenten zo veel meer, namelijk dat ze zich expert mogen wanen op vrijwel ieder levensgebied met hun holistische kennis van zaken van tien planeten en twaalf huizen. Die astrologische belofte is natuurlijk te mooi om waar te zijn, maar opwindend is ze wel. Welke tovenaarsleerling zou zoiets magnifieks niet zelf eens willen ervaren:

This is astrology; it is not modern science. Einstein once said, "Science knows more and more about less and less." This is the result of its analytical and reductive approach to the empirical data of human experience. Astrology, on the other hand, is based on the concept that ten or so variables in relation to a couple of frames of reference (zodiac and house mainly) can, singly and by their combination, enable us to understand the past, present, and future of not only human persons, but as well of any organized and steady system of activities, be it a living organism or a social institution.

Het enige probleem is dat dit astrologische weten nog niet volgens de regels van “een bepaalde klasse van wetenschappers” aangetoond werd. Maar geldt dat niet voor al uw levensvragen? Beslist wel als een puberbrein ze tot metafysische proporties opblaast. Zijn de ultieme dimensies van tijd en ruimte ooit aangetoond? Kunnen planeten en sterren bewustzijn hebben? Word ik beroemd? Houdt mijn vriendje nog van mij? Niemand kan het antwoord op al die grote levensvragen geven, omdat de wetenschap ons maar een beperkte visie op de werkelijkheid geeft. En om die simpele reden lezen ook academici de hoe hoort het rubrieken in de krant, streekromans en het advies van Lieve Mona in de Story bij hun kapper. Want niemand kan nu eenmaal alles weten. En dus ook niet uw favoriete influencer, guru of astroloog. Maar erop los speculeren mogen en kunnen we allemaal.

And in between Falls the Shadow schreef ik elders.

All approaches to reality have their merits and shadow sides. So instead of attacking or ignoring approaches that are foreign to us, we could better determine their individual strength and weaknesses in their own field of competence. Staying within the limits of their competence, the medical doctor, jurist, astrologer and psychologist should complement each other, to benefit their clients.

Normale versus Uranische wetenschappers

> Top <

Rudhyar geeft vervolgens een ideaalbeeld van Wetenschap weer. Hij wil aantonen hoe onzinnig het is om de astrologie in een normaal wetenschappelijk jasje te stoppen. Dat is voor al die unieke astrologen een niet passend procustus bed. Want waar gaat het nu eigenlijk om? In ieder geval niet om Saturnale kennis, waarbij de astrologen aldoor in hun hempje kwamen te staan.

Maar wat kenmerkt een ware Uranische wetenschap dan wel? Dat zijn baanbrekende theorieën gebaseerd op intuïtie en verbeelding die voeren tot modellen van de werkelijkheid, die zowel nieuwe als oude facetten van de werkelijkheid beter kunnen beschrijven. Elegante theorieën die de gevonden feiten in eenvoudige formules of heldere principes kunnen verklaren verdienen hierbij de voorkeur. Verderop zal Rudhyar aangeven dat hij veel in deze manier van wetenschap bedrijven ziet. Don Rudhyar presenteert zich als de Einstein van de astrologie, hoewel hij slechts een achterhoedegevecht met windmolens voert.

Modern science, of course, makes great use of "theories" which are at first assumptions based on intuitive feelings and imagination – that is, on man’s capacity to produce images (or, as scientists say, "models") revealing as yet unperceived relationships between "events" or seemingly unrelated sets of operations. Certain characteristics make a new theory in science seem more likely to be acceptable and valuable; it should be as "simple" as possible, as "elegant" in its interpretation of known facts, and thoroughly consistent in all that can be deduced from it.

Het bovenstaande is het ideale plaatje van een grote baanbrekende theorie die volgens de wetenschapsfilosoof Thomas Kuhn (1922-1996) in zijn boek De structuur van wetenschappelijke revoluties (1962) een paradigmaverschuiving in ons denken geeft. En zo'n doorbraak komt ook wel eens voor bij een enkeling, voor wie het oude wereldbeeld van pa, moe en school niet meer klopt. Het verwerven van zo'n verruimde visie op de werkelijkheid duurt even, maar dan heb je ook wat. Het geeft een nieuw zelfbewustzijn, een soort wedergeboorte. Zo beschreef Keplers heliocentrische wereldbeeld met elliptische planeetbanen de planeetbewegingen eleganter dan het geocentrische Ptolemeïsche model met cirkelvormige banen. Het resulteerde in een eenvoudiger berekening van de banen van de planeten, maar het gaf ook trammelant met de kerk. Dus voordat die theorie geaccepteerd werd door kerk en wereld ging daar wel een tijdje over heen. En zo zal het met het aanstaande bewijs van de astrologie ook wel gaan, zal Rudhyar hoopvol hebben gedacht.

Vrijwel zeker heeft Rudhyar Kuhns boek gekend of zelfs wel gelezen, maar hij vermeldt het niet volgens een eeuwenoude traditie, die stelt dat een bronvermelding voor algemeen bekende geachte feiten niet nodig is. Dus als u voor eigen publiek een politiek correcte uitspraak doet, dan hoeft u uw bronnen niet te vermelden. Maar als u een andere mening toegedaan bent dan uw publiek, dan moet u dat natuurlijk wel uitvoerig aantonen. Vóór de uitvinding van de boekdrukkunst waren bronvermeldingen niet belangrijk. Monniken en schrijvers reproduceerden alleen datgene wat echt belangrijk was, zoals het kasboek van het klooster en klassieke geschriften als de bijbel. En schilders signeerden hun werken niet, want het was toch allemaal tot Gods glorie. In die tijd was het feit dat iemand Latijn of Grieks kon schrijven al belangwekkend. Dan had je blijkbaar met een geleerde te doen. Maar tegenwoordig leert ieder schoolkind al lezen en schrijven. En dus wordt er ook meer onzin verspreid. Daarom werd het benoemen van de geraadpleegde bronnen een essentieel onderdeel van het wetenschappelijke denken, zodat de lezer een onderscheid kan maken tussen feiten, meningen en veronderstellingen. Maar betweters als Rudhyar doen dat liever niet, zodat ze met andermans ideeën aan de haal kunnen gaan zonder verantwoording te hoeven afleggen. En zelfs al zou Rudhyar erkennen dat hij iets van Kuhn opgestoken had, dan is dat volgens mij maar een klein deel van Kuhns hele verhaal. Want Kuhns begrip van normal science noemt Rudhyar helemaal niet. En laat dat nu eens de gang van zaken zijn waar vrijwel alle wetenschappers zich mee bezig houden.

Normale wetenschap is een lange periode van betrekkelijke rust in de wetenschap waarbij bestaande paradigma's niet op de proef worden gesteld. Dit in tegenstelling tot revolutionaire wetenschap die een paradigmaverschuiving teweeg kan brengen. Het begrip is afkomstig van Thomas Kuhn die dit uitwerkte in The Structure of Scientific Revolutions waarin hij betoogt dat wetenschap niet altijd volgens de strenge eisen van de wetenschappelijke methode wordt bedreven.

Kuhns grote theorie die alles elegant verklaart, is in geen enkele tak van wetenschap terug te vinden. Want de meeste wetenschappers zijn bescheiden lieden die zich beperken tot hun vakgebied. Hun triomfen staan niet als voorpaginanieuws in de krant en worden ook niet in astrologieboeken vermeld. Wel zijn er honderden academische vakgebieden met volgens de Unesco wel 7,8 miljoen wetenschappelijk onderzoekers, die het allemaal weer wat anders doen. Ze modderen maar wat aan in wat Thomas Kuhn de normale wetenschapspraktijk noemde. Maar dat wil niet zeggen dat die onderzoekers geen wetenschap bedrijven. En het wil ook niet zeggen dat er geen revolutionaire doorbraken meer zijn. Op het gebied van de geneeskunde zijn dankzij de moleculaire biologie doorbraken op het gebied van zeldzame aandoeningen eerder regel dan uitzondering, maar ze komen zelden in de krant te staan. Ze voeren hoogstens tot een paradigmaverschuiving in een klein vakgebied. Maar ze bieden wel hoop aan miljoenen patiënten.

Het totaal aantal zeldzame aandoeningen is zeer groot. Naar schatting gaat het om 5.000 tot 8.000 aandoeningen, die 6-8% van de bevolking treffen (NPZZ, 2013). Voor Nederland zou dit neerkomen op ongeveer één miljoen mensen met een zeldzame aandoening. En dit aantal groeit nog steeds onder meer door verbeterde diagnostiek.

Maar hoe doen die onderzoekers dat? Door te meten, te wegen en te vergelijken in observationeel onderzoek en experimenten. En hoe wegen ze die gevonden feiten? Via statistische methoden en de common sense van een Georg Berkeley. Hebben ze daar een Uranische theorie die alles verklaart voor nodig? G'd behoede het! zou Friedrich Weinreb zeggen. Nee, want alleen de gevonden feiten laten tellen is al lastig genoeg voor ieder mens die moeite heeft met de aangetroffen “realiteit”. Idealistisch beter weten geeft alleen maar aanleiding tot nog meer Bricks to Bable stelde een gedesillusioneerde Arthur Koestler al vast. Geduldige observatie en een waarheidsgetrouwe beschrijving van de empirische feiten in uw onderzoekend leven volstaan. En u hoeft echt geen Einstein te zijn om te kunnen promoveren. Maar u moet wel uw best doen om de empirische feiten van u en uw medemensen zo goed mogelijk te bestuderen en samen te vatten. Maar die samenvatting hoeft beslist geen baanbrekende theorie of formule te zijn. Sommige zaken hebben gewoon te weinig met elkaar gemeen om onder één noemer te kunnen vallen.

Maar Rudhyar, die blijkbaar geen benul van de normale wetenschappelijke praktijk had, of het in ieder geval niet de moeite waard vond om ze te vermelden, gaat er vervolgens abusievelijk vanuit dat de astrologie pas een plaats onder het wetenschappelijke Pantheon verdient als ze zich als een Uranische theorie van de menselijke ervaring presenteert. Zeg maar, als een voor iedereen zichtbare hemelse openbaring waar geen sterveling meer omheen kan, zoals op de Messiaanse dag des oordeels. Maar dan moet wel eerst het onmogelijke gebeuren, namelijk dat alle astrologen het eens worden, stelt Rudhyar nuchter vast.

The first thing, therefore, that astrologers should attempt to do if they want to see astrology accepted as a modern type of "science" is to formulate its premises and its methodology in such a way that astrology as a whole should be presented as a simple, elegant, and consistent approach to human experience. This, however, is not done; and it is very hard to see how such a formulation of the "theory" of astrology could be accomplished when there is a great variety of astrological systems and schools which disagree on nearly everything except that somehow "astrology works."

Rudhyar stelt vast dat astrologen nooit een universele theorie op kunnen stellen, zolang er zo'n grote verscheidenheid aan astrologische systemen en scholen bestaat, die het over vrijwel alles oneens zijn, behalve dat hun astrologische methode “werkt”. Maar wiens probleem is dat nu eigenlijk? Die eigengereidheid van astrologen valt toch moeilijk te verkopen als een argument tegen de statistische methode? Dat probleem zullen astrologen zelf moeten oplossen. Hoe? Door met zijn allen de astrologische praktijk beter te bestuderen natuurlijk!

Filosofen gingen er ooit van uit dat ruimte en tijd ons a priori gegeven waren, maar geldt dat nog steeds voor een op seizoenen gebaseerde astrologische indeling van de tijd? Misschien werkte dat nog in de oudheid, toen de tijd nog niet zo nauwgezet bijgehouden werd, maar gelden die astrologische principes ook in een tijd waarin klokken met een atoomklok gesynchroniseerd worden? Dat zijn de onderzoeksvragen waar astrologen zich beter mee bezig kunnen houden, in plaats van hun opponenten met drogredenen te bestrijden.

Zo'n dringend tijdsbesef was het boeiende thema van de cultfilm Pi van Darren Aronofsky, waarin de held Max Cohen het kabbalistische gebeuren verwoed met computers probeerde na te rekenen. Maar ook rusttijden zijn nodig, stelde zijn leermeester Sol (Salomon) voor, want anders word je gek. Want bij iedere levendige dialoog gaat het uiteindelijk om de reflectie: “There would be no order, only chaos”. Ik zou dat ook kunnen samenvatten met het spreekwoord “Twee joden, drie meningen”, dat ook voor mijn zevende huis relaties geldt. Maar toch bereiken we steeds weer een compromis. En ook in de wetenschap is onenigheid geen fundamenteel probleem. Verschil van mening is juist de aanjager van vooruitgang. Maar wat we in ons leven tegenkomen telt wel.

De kunst is om voor iedere relatie te achterhalen wat we met elkaar gemeen hebben, of dit nu geloof, hoop en liefde is met betrekking tot een gedeeld sprookje of overeenstemming over de feiten. Het is daarom vooral een kwestie van willen: Wat is uw belang, wat is mijn belang en wat hebben we met elkaar gemeenschappelijk? Wetenschappers en geliefden kijken dan steeds weer opnieuw naar de aldoor veranderende werkelijkheid. Want ook liefde is een werkwoord waarin het kan vriezen of dooien. En is dat een probleem? Nee, die dynamiek houdt een relatie juist levendig.

Rudhyar vervolgt zijn betoog met de open deur dat de astrologische aforismen niet altijd werken. Logisch, want die aforismen zijn natuurlijk geen in astrologische laboratoria vastgestelde natuurwetten. En buiten het laboratorium gooit de werkelijkheid toch weer altijd roet in het eten. Daarom maken al die normale wetenschappers gebruik van toetsende statistiek met controlegroepen. Maar Rudhyar wil iedere astrologische cliënt op maat bedienen. En van statistieken wil hij niets weten, want ieder mens is uniek.

Yet it quite obviously does not always work! There are any number of instances in which statements accepted as authoritative, or "aphorisms," when applied to this or that chart simply do apply. Astrological textbooks, old and new, are full of such statements which apply to some cases but not to others.

Het gaat bij een astrologische uitspraken om de vraag of ze vaak genoeg van toepassing zijn om een voorspellende waarde te kunnen hebben. Als dat wel het geval is, dan zit er misschien een kern van waarheid in dat aforisme. Maar anders hebben ze slechts een symbolische waarde, zoals spreekwoorden en gezegden, die soms wel en soms van toepassing zijn.

Laat ik u dit toelichten met de symbolische interpretatie van Chiron vierkant Venus van Robert Hand. Het slaat op de transit van de langzaam bewegende asteroïde Chiron, die astrologen associeren met de mythologische Centaur Chiron, over de plaats waar de planeet van de liefde Venus staat in uw horoscoop. Er gebeurt dan volgens Robert Hand iets speciaal met uw liefdesleven:

Werkzaam gedurende vele maanden: Waarom is de liefde soms zo pijnlijk? Doordat u het dagelijks leven deelt, laat u uw geliefde dichterbij komen dan wie dan ook. In de verliefdheidsfase kunt u uw zwakheden wellicht nog enigszins verbergen. Maar hoe langer u met een partner samen bent, hoe beter u elkaar leert kennen, met alle goede en minder goede eigenschappen. Uw partner heeft een punt bereikt waarop hij alleen nog maar uw zwakke kanten lijkt te zien.

Wie in het online Nederlands spreekwoordenboek naar het woord “liefde” zoekt, weet dat hij voor dergelijke gemeenplaatsen niet bij een astroloog te rade hoeft te gaan. De Lieve Mona rubrieken in de krant kunnen u er ook alles over vertellen. En ook de tekst van Robert Hand is heel algemeen geformuleerd. De onderhavige astrologische claim dat de Chiron versus Venus transit het liefdesleven op de proef stelt wordt niet eens expliciet gesteld. Maar de astro-logische redenatie gaat als volgt: Soms is de liefde pijnlijk. Hoe komt dat? Liefde associeren astrologen met Venus en pijn met Chiron. Maken die planeten een vierkant met elkaar, dan kunt op dat gebied problemen verwachten.

De impliciete aanname is dus dat tijdens een transit van Chiron vierkant Venus dergelijke kwesties vaker zullen optreden. En omdat het ook om een placebo-effect kan gaan, zouden die effecten ook bij niet in astrologie gelovige mensen moeten optreden. En omdat die passage langzaam verloopt, zal het effect maanden duren en dus geen kortstondig effect mogen zijn.

Zou iemand met relatieproblemen dus bij de astroloog langskomen, dan zou de astroloog hem op die transit kunnen wijzen: Ja, dat hadden we al voorzien. Lees het maar na in onze boeken. En wat als die transit nog niet plaatsgevonden heeft? Dan zijn er wel andere toepasbare aspecten te vinden tussen de vele gevoelige punten in iedere horoscoop. Dan zou u uw cliënt op die astrologische factoren kunnen wijzen. En al die andere aspecten die dat tegenspreken, negeert u maar om uw klant niet teveel te verwarren.

Maar wat doet u dan? Wat is uw methode? U koos gewoon wat toepasbare astrologische aforismen uit, die u ook uit het spreekwoordenboek of een Liefde voor dummies boek zou kunnen halen. Want net als een spreekwoord geldt een astrologisch aforisme soms wel, soms niet. Wat maakt dan het verschil? Ongetwijfeld is dat uw geloof in de werking van astrologie. En van dat geloof kan best wel eens een suggestieve werking uitgaan op uzelf en uw cliënten. Evenals bij het placebo-effect van een nepmiddel of het geloof in persoonlijke God van een televisiedominee, kan dat best wel eens effectief sociaal wapen zijn.

Die vele mogelijkheden om er naar believen op los te kunnen speculeren lijken heel handig, maar ze vormen ook de kern van het probleem. Want als u van alles op zo'n ad hoc manier achteraf verklaren kunt, verklaart u eigenlijk niets. Een achteraf verklaring van een gebeurtenis die u nooit vooraf kon voorzien, heeft geen enkele waarde. De redenatie: “Het huis spatte uiteen. Het kwam door de granaat op dat huis” is toch van een andere orde dan Hands algemene astrologische uitspraken over ons liefdesleven.

Maar of die vermeende astrologische effecten echt een rol spelen, hoe vaak, hoe sterk en onder welke omstandigheden, kunnen alleen statistici na grootschalig vergelijkend onderzoek van grote groepen bepalen. Maar dat is nu juist het soort onderzoek dat Rudhyar aldoor afwijst en bekritiseert. Want toeval bestaat niet en ieder individu is anders. Groepsgemiddelden zeggen hem dus niets. Maar de relatie astroloog-cliënt, dominee-gelovige zegt hem wel iets. Of de door hen veronderstelde goden nu bestaan of niet.

Rudhyar veronderstelt dat de astrologische aforismen doorgaans wel zullen kloppen, maar dat de moeilijkheid meer ligt in de complexiteit van de horoscoop met al zijn transits. Het gaat dan om technische problemen, die ook een rol zullen spelen bij de rectificatie van een horoscoop. Hierbij voorspellen astrologen de juiste geboortetijd, op grond van belangwekkende gebeurtenissen in de levensbiografie. En dat zou dus een crisis in het huwelijk kunnen zijn na een Chiron vierkant Venus transit. Maar er zijn natuurlijk ook veel andere voor astrologen belangwekkende transits gedurende die weken. En welke zijn dan dominant?

The difficulty is obviously that most of such statements refer only to one particular planetary aspect or the position of one planet in a zodiacal sign or house; and today there are ten planets used in astrology – which means, scientifically speaking, ten variables. To analyze in strictly scientific terms any situation which includes ten variables, not to mention rather ambiguous frames of reference, is indeed a very difficult problem. It would have been considered hopeless before the invention of computers.

Maar als het waar is dat astrologische wetmatigheden aldoor gelden, in de zin dat de tien planeten in uw horoscoop aldoor met elkaar in uw horoscoop interacteren en zo uw leven beïnvloeden, hoe kan een onderzoeker zo'n complex gebeuren ooit ontleden? Geen mens kan met zo'n veelvoud van interacties nog rekening houden. Zouden we op grote groepen personen met bepaalde kenmerken factoranalyse loslaten, bijvoorbeeld om te bepalen welke van de tien planeten bepaalde kwesties nu het meest “regeren”, dan geef ik u het te doen. Want zelfs met de meest eenvoudige lineaire modellen komt u er niet uit.

Het vinden van een of meer achterliggende (mogelijk hypothetische) variabelen is het doel van factoranalyse. In theorie kan het aantal factoren uiteenlopen van een tot het aantal oorspronkelijke variabelen. Als vuistregel geldt vaak dat een derde tot een vijfde van het aantal oorspronkelijke variabelen een nuttige factoroplossing kan betekenen.
Bij het uitvoeren van een factoranalyse wordt op elk moment in het proces veel eigen interpretatie van de uitvoerder gevraagd. Twee verschillende personen kunnen daardoor met exact dezelfde dataset tot andere conclusies komen. Waar de ene persoon drie factoren meent te onderscheiden, kan een ander van mening zijn dat het in werkelijkheid om vijf factoren gaat. Om deze reden heeft factoranalyse in een aantal wetenschappelijke disciplines aan belang ingeboet.

En dan moeten die onderzoekers de waargenomen effecten ook nog eens corrigeren voor zoveel andere factoren als geslacht, ras en klasse, die aantoonbaar NIET door de horoscoop worden bepaald. Zie ook: What does the chart NOT show?

Alois: It does not show your intelligence, your wealth, your weight or height, your education, your health, the colour of your skin, whether you are a Saint, a Nazi, a Communist, a Trumpist or a normal person, and many other concrete things.

Rudhyar suggereert terecht dat er veel rekenkracht voor nodig is om zo'n complex samenspel te ontrafelen. Maar hij heeft niet door dat het wiskundig gezien, laat staan operationeel, wel eens een onmogelijke taak kan zijn. In de vroege jaren zeventig waren dure IBM mainframes nodig voor serieus rekenwerk, maar tegenwoordig heeft uw smartphone al meer geheugen en rekenkracht in huis dan zo'n oude rekenkast. Maar nog steeds vergt het veel tijd en rekenkracht om serieus statistisch astrologisch onderzoek te doen.

Over het berekenen van de AstroDienst database (ADB) controlegroepen deed een snelle personal computer meerdere weken. Een computer uit Rudhyars tijd zou er jaren over doen om te bepalen wat we in een gemiddelde ADB categorie aan waarden konden verwachten. En dan hebben we nog niet eens over de vele manjaren die nodig waren voor het verzamelen van al die data. Voor iedere ADB categorie moesten we vervolgens weer aparte berekeningen doen. Maar dat leverde ons wel zinnige uitspraken op, die iedere “astroloog” vanuit zijn leunstoel kan tegenspeken door te beweren dat het in zijn ervaring toch wel heel anders is. Maar met welk recht van spreken? Op basis van welke observaties? Met welke p-waarde? Hoe zit het dan wel? Hoe hebt u dat gemeten? Dat zijn de onderzoeksvragen die er toe doen.

In Geobserveerde waarden in de ADB categorie Fine art artist schreven we:

De berekening van het bronbestand observed_values.xlsx duurde ruim 7 uur op een snelle Ryzen 2700X computer met veel geheugen. Het gaat om de gevonden astrologische waarden van 1902 gevallen van de ADB categorie Fine art artist. Maar hiermee beschikt u over veel relevante astrologische data over die ADB categorie. Om ruimte te besparen laat ik u hier steeds maar een deel ervan zien.
Uiteindelijk gaat het erom dat u vragen beantwoorden kunt als: Komt Venus konjunkt Saturnus veel meer dan gemiddeld bij schilders voor? Het antwoord is volgens ons onderzoek nee, want de effect grootte was 1,00 (neutraal, p is 0,52) om precies te zijn.

Het is de vraag of Rudhyar de implicaties van zijn eigen argumenten tegen de statistici nog wel begreep. Want wat is kritisch beschouwd nog de waarde van de waarnemingen van astrologen die niét met die vele variabelen rekening hielden vóór de intrede van nauwkeurige klokken, efemeriden en computers? Konden de priester-astrologen uit de oudheid het hele astrologische plaatje wel overzien met hun beperkte kennis van zeven planeten? Dat lijkt ons hoogst onwaarschijnlijk. Kunnen we dan nog rekenen op een betrouwbare empirische basis van het huidige astrologisch symbolisme? Nee, natuurlijk niet.

Maar waar is dan al die astrologische boekenkennis op gebaseerd? Als het niet om empirisch onderzoek gaat, als het met de verkeerde horoscoop astrologen ook wel eens lukt, dan moet het wel om waarzeggerij gaan zou Geoffrey Cornelius concluderen in zijn boek Moment of Astrology: Origins in Divination. We zouden dan van profetie kunnen spreken. Astrologie kunt u dan zien als een soort protowetenschap zien, die volgens godsdienstsociologen ook door eenlingen als de profeet Elia bedreven werd:

Elia was godsdienstsociologisch gezien een institutioneel ongebonden, zwervende, solitair werkende profeet: volgens de traditie leefde hij van wat hij in de natuur aantrof of wat welwillende personen hem aanreikten, zonder vaste woonplaats, aan de rand van de samenleving, waarvan hij zich ook onderscheidde door een ruige mantel en een leren lendendoek te dragen.
Als in de traditie gezocht wordt naar de historische Elia, kan met enige waarschijnlijkheid worden geconcludeerd dat Elia in zijn tijd werd beschouwd als een waarzeggende en over magische krachten beschikkende regenmaker, die de regen kon lokken maar ook met toverspreuken en zwarte magie kon verhinderen. Op basis van de beschrijving in de droogte-compositie (1 Koningen 17-18), die - hoewel zeker van een recenter datum - zich baseert op oudere overleveringen, mogelijk uit de tijd van Elia zelf, kreeg Elia de reputatie de regen te kunnen beheersen. Omdat hij die krachten gebruikte in zijn conflict met de door de Omrische regering om diplomatieke redenen verordende aanbidding van Baäl door de Israëlieten, kreeg hij de bijnaam "Ongeluksbrenger van Israël".

Theologen maken een onderscheid tussen gezalfde godsmensen, die ze als ware profeten bestempelen en valse profeten en waarzeggers die er maar een potje van maken. Via smeuïge wonderverhalen leert de bijbel u hoe u een ware van een valse profeet kunt onderscheiden. De valse profeten rommelden maar wat aan, zonder kennis van zaken en zonder enig positief resultaat, terwijl de ware profeten wel wonderen konden verrichten.

Dergelijke argumenten mogen overduidelijk zijn, maar het bewijs dat Elia een ware profeet was, is daarmee nog niet geleverd. Zo kunnen sceptici stellen dat de bijbelverhalen historisch gezien volstrekt onbetrouwbaar zijn. De wonderverhalen zouden door de overwinnaars van al dan niet aan ons bekende theologische disputen meermaals bewerkt kunnen zijn. En zo'n argument zou ook een criticus kunnen inbrengen tegen de wonderverhalen in William Lilly in Christian astrology. Want ook zijn verhalen zijn te mooi om waar te zijn. Maar niemand kan Lilly's getuigenis achteraf nog controleren. Is het dan feit of fictie?

Het gaat in de astrologische praktijk vooral om in bepaalde tradities ingeburgerdere verzamelingen van dogma's en vooroordelen, die via vele schisma's tot velerlei vormen van astrologisch geloof hebben geleid: Ruhhyars astrologische onenigheid. In de Oudheid en Middeleeuwen konden astrologen nog een beroep doen op een oraal of geschreven eeuwig weten, maar in de moderne tijd kwam met de boekdrukkunst ook het probleem van de vele meningen op en werd het principe wie stelt die bewijst steeds belangrijker.

U kunt dan wel in uw eigen boekenwijsheid geloven, maar dat maakt het nog geen wetenschap, laat staan een universeel weten. Het is slechts uw lokale waarheid, uw opgedoekte verzameling van kennis en ervaring, die als eeuwig weten verkocht wordt. Maar iedere astroloog weet na een tijdje wel beter. Zoals de waard is, vertrouwt hij zijn gasten, en dat levert steeds weer onenigheid op.

Om die reden moest het astrologisch basisonderzoek wel overgedaan worden. Hoe kunnen we astrologische kenmerken correleren met aardse kenmerken, zoals Rudhyar zelf ook al aangaf. Hoeveel vaker zijn Rammen nu eigenlijk agressief ten opzichte van de andere tekens? En is dat een beduidend effect?

About the only things left to do, therefore, is to try to tabulate the number of instances in which a particular astrological factor – a planetary position or an aspect between planets – correlates successfully with known actual events or personal characteristics according to what it is asserted to signify and of those instances in which it does not correlate.

Dat is precies wat de ADB Research Group trachtte te doen. Nagaan hoe vaak bepaalde astrologische parameters voorkomen in de Astrodienst database (“de populatie”) en of die waarden significant verschilden voor specifieke groepen (ADB categorieën).

This at least would be the logical scientific way to go about establishing "empirical proof" of the validity of the most important and widely accepted astrological statements filling our textbooks. Astrologers are recognizing a general hypothesis as valid beyond doubt: the positions of and interrelations between planets correspond to definite events on earth and traits of human personality. From this hypothesis, they make a vast series of deductions which they claim are justified if not by all facts, at least by a large number of facts. Let us, therefore, see in how many instances the celestial fact that Saturn is conjunct the Sun or Uranus is conjunct the Moon or Jupiter is square Saturn or Neptune is on the ascendant can be definitely and unquestionably correlated with a specific set of terrestrial events and human characteristics – and in how many other cases the correlation does not exist or is very doubtful.

Maar denkt u dat dergelijk onderzoek in astrologische kringen verwelkomd wordt? Nee, want de resultaten van dat empirische onderzoek stelden de astrologen teleur. De uitkomst van onze berekeningen was dat alle gemeten astrologische kenmerken niet vaker in specifieke ADB categorieën voorkwamen dan door toeval of bias kon worden verwacht. Hadden we iets onrechtmatig gedaan? Onderzochten we de verkeerde categorieën? Waren we uit op het grote geld? Nee, dergelijke verwijten kregen we niet, maar de uitkomst van onderzoek kwam de astrologische gemeenschap niet goed uit en aldus werd het ADB onderzoek straal genegeerd.

Wie teruggaat naar Rudhyars voorstel om bepaalde aspecten in de horoscoop (celestial facts) definitief en zonder twijfel (definitely and unquestionably) met bepaalde gebeurtenissen op aarde (terrestrial events) en menselijke eigenschappen (human characteristics) te correleren, zou bij voorbaat al kunnen weten dat dit geen bewijs voor de validiteit van de astrologie opleveren zal. Als er al zoiets als “de astrologie” bestaat, gezien de verdeeldheid onder astrologen. Want met een correlatie stelt u nog geen oorzakelijk verband vast. En al helemaal niet als u maar met een paar factoren (horoscoop, gebeurtenis) rekening houdt, die wetenschappelijk gezien geen enkel causaal verband met elkaar hebben. Want dat levert dezelfde soort associaties op als dat met de komst van de ooievaars ook meer lammetjes geboren worden. Maar zijn daar wel ooievaars voor nodig?

Op dezelfde manier zou u bij alles wat astrologen zeggen de vraag kunnen stellen: Is hier wel een astrologische verklaring voor nodig? Het antwoord op die vraag is vrijwel altijd een ontkenning en daarom spreken moderne astrologen liever van synchroniciteit. Want de eerder door astrologen veronderstelde oorzakelijke verbanden werden niet aangetoond. Maar zinvolle coïncidenties bestaan natuurlijk wel, omdat mensen vrij zijn aan ieder aspect van hun leven betekenis te hechten.

De term synchroniciteit (letterlijk: gelijktijdigheid) betekent zinvolle coïncidentie van uiterlijke en innerlijke gebeurtenissen die zelf niet causaal verbonden zijn. Het begrip werd in 1930 geformuleerd door de Zwitserse psychiater en psycholoog Carl Gustav Jung in zijn verhandeling Synchroniciteit: een acausaal, verbindend principe.

Maar zinvolle acausale verbanden zijn wel subjectief. En daarom kunt u er misschien wel iemands motieven mee verklaren binnen een bepaalde context, maar u zult er weinig mee kunnen doen zodra u de besloten subjectieve wereld verlaat. Want wat zinvol is voor de een, is dat niet voor de ander. Zo heeft iedere subcultuur en ook ieder mens, wel een last van bijgelovige ideeën, die van de dogma's van officiële religies en gevestigde wetenschappelijke paradigma's verschillen.

Bijgeloof, volksgeloof of alternatieve religiositeit is een niet op godsdienst of wetenschap gebaseerd geloof. Het houdt meestal in dat er iets veroorzaakt zou kunnen worden door bovennatuurlijke krachten of machten. Door bepaalde handelingen uit te voeren zou men deze krachten kunnen neutraliseren, oproepen of bijsturen. Meestal heeft het betrekking op het verwerven van geluk en het afweren van ongeluk. Men maakt vaak onderscheid tussen bijgeloof en religieus geloof om dat laatste te legitimeren, ook al heeft het daarmee het geloof in het bovennatuurlijke gemeen.

Dat sluit niet uit dat godsdienstige of bijgelovige rituelen geen rationele basis kunnen hebben. Ik denk aan de rituele reinigingen die al bestonden voordat bacteriën en gebrek aan lichaamsbeweging als ziekteverwekkers werden ontdekt. Maar zonder kennis van de causale mechanismen (pathogenese), kunt u door die rituelen ook schade lijden. Zo zal het veelvuldig wassen met zeep u beslist niet van een schilferige droge huid verlossen. Het lastige is dat objectief waarneembare correlaties, laat staan subjectieve synchroniciteiten, zelden voorspelbare causale verbanden aangeven. Net als ieder geloof geven ze u hoogsten tijdelijk houvast. En als veel mensen hetzelfde geloof of bijgeloof hebben, dan begrijpen ze elkaar wat beter. Zo ontstaan tradities als carnaval en Sinterklaas, die groepen verenigen en het leven zinvol kleuren. Maar voor een feestje hebt u die tradities niet nodig.

Het oorzakelijke verband tussen roken en longkanker is niet gebaseerd op de evidente correlatie tussen pack-years van roken en longkanker, maar op de biochemische kennis van carcinogenese. Wie weet zijn longkankerpatiënten wel geboren rokers, vroeg een door de tabaksindustrie gesponsorde geneticus zich af. Maar dan hebben hun genen het gedaan en wordt de tabaksindustrie ten onrechte van moord beschuldigd. Maar de sterke correlatie met pack-years gaf wel aan dat roken een grote impact op het optreden van longkanker had. Inmiddels zijn er tientalen carcinogene stoffen in tabaksrook vastgesteld. De biochemische effecten van rook op de longen, hart en bloedvaten en andere organen zijn in detail beschreven. Van toeval of coïncidentie kan dus geen sprake meer zijn met zo'n veelheid van aanwijzingen.

Maar de valkuil van iemand die de werkzaamheid van malefic en benefic planeten al bij voorbaat denkt te kennen, bijvoorbeeld omdat het als een astrologisch feit in zijn favoriete astrologieboek of -webstek gepresenteerd werd, is dat hij denkt dat hij die hypothese alleen nog maar in een paar gevallen hoeft te verifiëren. Als u bijvoorbeeld gelooft via gebeden zieken te kunnen genezen, dan hoeft u alleen maar wat succesgevallen daarvan in uw kerk te presenteren. Degenen die ondanks uw gebeden overleden zijn komen toch niet opdagen. Op die wijze houden gewoonten, tradities en vooroordelen zich binnen groepen als Facebook en Twitter in stand. Want aan de uitspraken van belangrijke anderen (leiders, influencers) wordt onevenredig veel waarde gehecht.

Selectiemechanismen en machtsfactoren houden niet alleen de gegronde kennis van eminente kennisinstituten in stand, maar ook de onbewezen vooroordelen van subculturen. Want het verschil tussen feit en mening is voor leken lastig te achterhalen. En dat geldt al helemaal binnen sektarische gemeenschappen, waar het bevragen van de gevestigde vooroordelen al als een agressieve daad wordt gezien. Ongetwijfeld worden de meeste astrologische, religieuze en politieke aforismen via een publicatiebias binnen zo'n lokale gemeenschap gecultiveerd, waardoor het voor haar leden nog lastiger wordt om meer voor hand liggende verklaringen binnen hun kring tegen te komen, laat staan om ze te bespreken. Omdat de open visie van wetenschappers in gesloten groeperingen ontbreekt.

Publicatiebias is de vertekening die ontstaat als bij wetenschappelijk onderzoek de positieve resultaten wel, maar negatieve of onduidelijke resultaten niet gepubliceerd worden. Dit wordt ook wel het dossierkast- of bureaulade-effect genoemd, omdat de dossiers met negatieve resultaten in de kast of de (onderste) bureaulade 'verdwijnen'.

In politieke redevoeringen en sprookjesboeken worden de vele alternatieve verklaringen natuurlijk ook niet besproken, om de toehoorders niet te verwarren. Twijfel zaaien is opvoedkundig gezien niet zo slim. Dat doen ouders, politici en en instanties slechts in noodgevallen. Laten we er eerst maar een nachtje over slapen, denkt de ouder die zijn kinderen zojuist het verhaal van Hans en Grietje voorlas. Hopelijk bevragen ze me niet over de morele waarden van ouders die hun kinderen in een behekst bos achterlaten. Misschien onthouden ze dat Hans en Grietje met goud en paarlen terugkwamen nadat ze de slechtziende heks gefopt hadden. De kille stiefmoeder bleek inmiddels ook al dood te zijn en ze leefden nog lang en gelukkig. Daarmee is de zaak toch afgedaan?

Maar werkt het ook zo in de praktijk? Gaat het altijd wonderbaarlijk goed? Is uw presentatie van de gevonden feiten zo uniek en iconisch, zodat de andere verhalen daar slechts vage afspiegelingen van zijn? Wat is de opvoedkundige waarde? Hoe kunnen we dit weten? Door de autoriteiten maar weer op hun blauwe ogen te geloven? Het probleem van al die ongelooflijke astrologische verhalen is dat ze maar een klein en onbeduidend stukje van de werkelijkheid laten zien. Toeval bestaat ogenschijnlijk niet, maar manipulatie van de gevonden feiten, bias en vooroordelen bestaan wel degenlijk. En ook al erkennen astrologen openlijk hun vooringenomenheid, als ze stellen dat ieder individu via zijn horoscoop de wereld op een andere manier waarneemt, toch menen ze het natuurlijk zelf wel het best te weten. Wat wetenschappers beweren moeten zij weten, maar mijn astrologische verhaal zit goed in elkaar. Maar van een goed rijmend gedicht kunt u hetzelfde zeggen. Het is maar net wat u belangrijk vindt.

Maar als die hypothetische astrologische effecten niet in grotere onderzoeken kunnen worden aangetoond, zoals de rol van roken bij het longkanker onomstotelijk vastgesteld werd, dan hebben astrologen toch wel een probleem met hun reality testing . En dat lossen ze niet op door te stellen dat hun weten alleen voor individuen geldt en dat statistieken alleen maar iets over groepen kunnen zeggen. Want dat is slechts een leuk gevonden smoes waar antieke filosofen en astrologen spontaan van in de lach zouden schieten.

Reality testing is the psychotherapeutic function by which the objective or real world and one's relationship to it are reflected on and evaluated by the observer. This process of distinguishing the internal world of thoughts and feelings from the external world is a technique commonly used in psychoanalysis and behavior therapy, and was originally devised by Sigmund Freud.

En natuurlijk kunnen astrologen speculeren dat hun pijp rokende opa, dankzij zijn sterke genen en daarmee samenhangende astrologische factoren wel honderd jaar oud werd. Maar wat is zo'n astrologische verklaring in de empirische praktijk waard? Een p-waarde kunt u niet aan een individuele uitzondering op de regel toekennen. Dat kan pas als u die uitzondering op de regel op een grotere schaal vast zou kunnen stellen. Maar zonder die aanwijzingen, want een correlatie is nog steeds geen bewijs, blijft het slechts uw particuliere speculatie.

Rudhyar werpt onnodige problemen op, omdat hij niet inzag wat Thomas Kuhn met normale wetenschap bedoelde. Rudhyar klaagt dat astrologen die statistisch onderzoek doen de gemakkelijke weg kiezen, zonder aan te geven wat verkeerd is aan assumptionless research. Daarbij proberen onderzoekers nu eens niet hun eigen vooroordelen in een cognitieve bubbel van vrienden en vakgenoten te bevestigen, maar bevragen ze de empirische werkelijkheid zoals die zich aan gewone mensen voordoet. En dat doen ze om eens definitief uit te zoeken hoe het hele plaatje in elkaar steekt. Maar Rudhyar vindt dat maar niks, hij spreekt van de gemakkelijke weg, waarbij de onderzoekers ook nog eens aarzelen om zijn overtuiging dat astrologie een valide wetenschappelijke theorie is, in het openbaar uit te dragen. Maar op dezelfde Uranische manier waarmee Einstein de relativiteit van Newtons zwaartekracht wetten in de gekromde tijdruimte bewees, zullen astrologen ooit eens hun gelijk bewijzen.

Strangely enough, astrologers who today are involved in what they call statistical research do not follow such a procedure. They have opted for what I might call the reverse method probably because it is an easier one to follow but also because they are reluctant to claim that astrology is a valid scientific theory – as inherently valid as, let us say, Einstein’s Theory of Relativity. The latter could be proven valid by some rather clear-cut demonstrations or proofs; but, unfortunately, scientific theories which deal with human behavior (individually or in groups) and even with biological situations are not so easily "proven" true. Astrology today deals largely with psychological character and behavior of human beings; and it is indeed in that biological, psychological, and social field that present-day astrologers are mainly conducting their statistical research.

Maar Rudhyar weet dat het lastig zal zijn de astrologische uitgangspunten te testen, zoals Arthur Eddington tijdens de eclips van 29 mei 1919 een implicatie van Einsteins relativiteitstheorie bevestigde.

Tijdens een totale zonsverduistering zijn overdag de sterren te zien en kunnen we verschijnselen zoals het afbuigen van het sterrenlicht door de zwaartekracht van de zon vanaf de aarde bestuderen. De gevonden afwijking betrof op zijn hoogst enkele boogseconden, geen graden. Het was dus geen afwijking die u met het blote oog kon zien. Maar Einsteins theorie was specifiek en helder geformuleerd, zodat er exacte voorspellingen mee konden worden gedaan. En zijn theorie was ook niet strijdig met de normale gang van zaken, zodat de natuurwetten nog steeds werken: Appels vallen nog steeds van de bomen.

Maar de astrologische aforismen zijn geen natuurwetten is Rudhyars argument. En inderdaad, bij menselijk gedrag is het veel moeilijker om voorspellingen te doen. De baan van een onbezielde kogel of een hersendode bundel fotonen is via de mechanica te berekenen, maar niet de levensloop van vrij mens. Want hierbij spelen ontiegelijk veel meer factoren een rol.

Desalniettemin weten artsen, psychologen en andere deskundigen heel goed hoe ze Piet het individu op maat kunnen adviseren. Dat u met statistische methoden zinnige uitspraken over multi-causaal veroorzaakte problemen kunt doen, hebben inmiddels miljoenen normaal denkende wetenschappers bewezen. Via statistische testen werd ook vastgesteld dat u met astrologische aforismen niet beter kunt voorspellen dan door toeval kan worden verwacht. U hoeft dus niet bang te zijn voor een Mars transit over uw Zon in het zesde huis, zal Rudhyar u later nog vertellen. Maar volgens Rudhyar

Astrologen reageerden op dat voor hen teleurstellende onderzoek door de geldigheid van de statistische methoden aan te vechten, waarbij ze vooral hamerden op uitzonderingen op de regel die voor hen doorslaggevend waren. Dergelijke discussies spelen ook in de politiek. Populisten als Donald Trump komen ook steeds weer opdraven met “alternatieve feiten” om hun gelijk te bewijzen. En eenmaal aan de macht gekomen proberen ze van hun kokervisie het “nieuwe normaal” te maken, door bijvoorbeeld hen welgezinde rechters te benoemen.

Karl Popper motiveerde zijn falsificatiecriterium voor de vele eigengereide theorieën in de sociale wetenschap en politiek met Eddingtons queeste: Niet de vele mogelijkheden om de juistheid van een hypothese achteraf aan te tonen (verificatie) zijn van belang, maar juist die specifieke gelegenheden om die hypothese definitief te kunnen weerleggen (falsificatie) via ongekende, maar beslissende experimenten.

De zonsverduistering van 1919 bood Eddington gelegenheid om Einsteins algemene relativiteitstheorie uit 1916 op de proef te stellen. Buigen de lichtstralen van de sterren af als ze vlak langs de zon scheren zoals Einsteins theorie in detail voorspelde? En inderdaad gebeurde iets dat niet eerder opgemerkt was: Stars Not Where They Seemed or Were Calculated to be, but Nobody Need Worry kopte de New York Times van 10 november 1919.

Maar geen empirische wet belooft u dat de daarvan afgeleide regels altijd zullen gelden. Daarom sprak Popper liever van wetenschappelijke hypothesen, dan van wetenschappelijke theorieën of natuurwetten. Voor Popper was de voorspellende waarde van een theorie veel belangrijker dan zijn verklarend vermogen achteraf. En zogenaamde “universele theorieën” die achteraf gezien van alles verklaren, maar geen weerlegbare voorspellingen doen, hebben volgens Popper geen enkele wetenschappelijke waarde. Want ook alle vooroordelen houden zich op die manier in stand.

Om Poppers falsificatiecriterium echt te begrijpen, moet u kennis hebben van kansberekening. Met een metaaldetector kunt u spelden in een hooiberg vinden. En misschien ontdekt u wel een patroon in hun vindplaatsen. Maar dat patroon kan ook op toeval berusten. Daarom wordt het pas interessant als u de locaties van die spelden exact kunt berekenen, zodat u de spelden daarna blindelings in de hooiberg terug kunt vinden. Of op zijn minst veel vaker dan verwacht zoals met het gevonden verband tussen roken en longkanker. Om dat soort voorspellende waarde gaat het in een normale wetenschap en techniek.

Het correleren van unieke planeetstanden met bijvoorbeeld het winnen van de lotto heeft weinig zin, als die situatie zich niet veelvuldig herhaald. Opmerkelijke constellaties, denk aan conjuncties met een nauwe orb van Jupiter in transit, zijn in iedere horoscoop wel eens te vinden. En als u er actief naar op zoek gaat in bepaalde situaties, in de hoop een astrologische hypothese uit uw boeken bevestigd te willen zien, dan zult u na een tijdje wel iets vinden. En de publicatiebias binnen de astrologische gemeenschap doet dan de rest:

Een astroloog kan dus niet zomaar zeggen: Ik vond 15 rammen onder 120 agressievelingen, dus toeval bestaat niet. Want de kans om 15 of meer rammen aan te treffen in een willekeurige steekproef van 120 is 7,45 % (Px >14). Die ervaring maakt die astroloog beslist geen betere astroloog dan een collega die maar 5 rammen aantrof. Maar de "pechvogel" zal er niet over opscheppen. En dat leidt weer tot een publicatiebias op het internet en in andere media:

Niemand wordt binnen de astrologische gemeenschap populair door op de negatieve uitkomsten in het meer gedegen astrologisch onderzoek te wijzen. Maar de beste verhalen binnen een gemeenschap overleven. Wat dissonant is met het gangbare astrologische wereldbeeld wordt spoedig vergeten. En empirisch vastgestelde feiten zoals de bemonsteringsfout worden eenvoudig ontkend onder het mom van toeval bestaat niet. Maar door zo selectief met de gevonden feiten om te gaan houden vooroordelen zich ook in stand. En ook al passen die perfect bij uw theorie, ze hebben geen enkele waarde, zolang u er geen concrete astrologische voorspellingen mee kunt doen. Het blijft slechts een hypothese, die nog op zijn openbaring wacht.

Specifieke uitspraken waarmee u weerlegbare voorspellingen kunt doen ontbreken in moderne astrologieboeken. Het zijn tegenwoordig vooral “misschien” en “het zou wel eens kunnen” suggesties die altijd waar zijn. En dat is het gevolg van het feit dat professionele astrologen inmiddels ook wel weten dat de verifieerbare astrologische aforismen uit het verleden zelden bleken te kloppen. Het blijkt al moeilijk om de astrologische gang van zaken achteraf na te gaan, zo blijkt uit de eindeloze discussies op astrologische fora. En komen we dus aan met wat astrologen duiding en verificatie noemen.

Verificatie versus falsificatie

> Top <

Maar als het klopt dat astrologie ooit als een empirische wetenschap begon, dan moeten er vast wel sporen van waarheid in terug te vinden zijn, stelde de astroloog Cyril Fagan (1896 - 1970) kort voor zijn dood vast. Een astrologische leek zou denken: Waarom had Cyril Fagan dat niet eerder bedacht? En wat was voor die tijd dan wel zijn uitgangspunt? Dat het voor astrologen om bekende feiten ging? Ik weet het niet. Maar laten we Rudhyar maar weer aan het woord:

If it were true, as Cyril Fagan stated before his death, that astrology was born in Egypt as an empirical science and that astrologers in Egypt, Chaldea, and Alexandria developed the data and aphorisms which are still in use today by patiently listing, generation after generation, observed correlations between celestial and terrestrial events, then such a patient and "scientific" empirical approach should have brought forth a wealth of quite provable data, relatively easy to test. But, as I said before, these traditional data and aphorisms are certainly not 100% accurate. Then why not try to find out how accurate they are in, say, at least several thousand cases? Professional astrologers, having large files of charts which they interpreted for their clients, could easily provide such a number of authenticable cases. Every aphorism found in Ptolemy’s and classical European astrologer’s books could, thus, be tested statistically, one after the other.

Rudhyar suggereert vervolgens dat via verificatie van enige duizenden horoscopen de uitspraken van de ouden wel op hun mate van correctheid kunnen worden getoetst. En dan is het probleem met die statistiek bedrijvende astrologische beunhazen natuurlijk snel opgelost. Maar hoe staan rechters en wetenschappers tegenover zo'n initiatief? Is verificatie van duizenden astrologische factoren in een paar duizend horoscopen wel een haalbare kaart? Wat zou een statisticus daarvan zeggen?

Is zo'n verificatie van geval tot geval wel haalbaar als u rekening moet houden met wel tien interacterende planeten en ook nog eens duizenden onbekende niet astrologische factoren? Zeg maar, de gevonden feiten en omstandigheden zoals een rechter dat noemt. Hoe bepaalt een ervaren astroloog dat een slecht gepositioneerde Mars uiteindelijk de boosdoener was? Moderne rechters, criminologen en forensische laboratoria zullen astrologen hier niet in ondersteunen. Hebben astrologen wel voldoende nagedacht over de kwaliteit van hun innerlijk weten? Zeggen dat ze voor kwaliteit willen gaan is gemakkelijk, maar die kwaliteit ook leveren is een andere zaak.

Rudhyar geeft niet aan hoe die verificatie tot stand moet komen gezien de evidente complexiteit van de horoscoop. Wat te doen als de tien planeten en hun aspecten elkaar aldoor tegenspreken, zoals zo vaak voorkomt bij een uitdraai van een interpretatiebestand door een astrologieprogramma? Zeg maar de gemiddelde rommelhoroscoop van Jan en Alleman. Kunnen degenen met minder fraaie horoscopen ook hun astrologische potentieel bereiken? Of hebben we dan te maken met een complexe persoonlijkheid? Zoals bij de wildeman uit het het land der Gadarenen: "Mijn naam is Legio, want wij zijn velen". Hoe brengen holistische astrologen dan een synthese tot stand?

Dat lukt in de praktijk alleen met behulp van selectieve aandacht voor waargenomen feiten die bij uw astrologische kokervisie passen. En via dat kersenplukken destilleert de astroloog een verklaring op maat: “O ik zie het al, in uw geval verliep het zo en zo.” Maar als u van tevoren niets met zo'n astrologische rommelkaart kon aanvangen, dan is ook de fraaiste achteraf verklaring niets waard. Dat was ook het probleem met de tien platen (geen planeten) van de Rorschachtest:

Het verschijnsel waar de rorschachtest op gebaseerd is, is tegenwoordig goed bekend in de psychologie en wordt pareidolia genoemd. Het is een bijproduct van onze patroonherkenning dat zo sterk is om gezichten en andere belangrijke informatie te zien, dat onze hersenen deze patronen herkennen waar er geen zijn.

Astrologen zien betekenisvolle astrologische patronen in horoscopen, waar een ander niets bijzonders in ziet. Moeten we grensgevallen met wijde orbs ook meetellen? Of moeten we de vele potentiële, maar nog niet overtuigend bewezen astrologische treffers in astrologische rommelkaarten maar seponeren wegens gebrek aan bewijs? Zoals ook het aantal veroordeelde criminelen maar het topje van de criminele ijsberg is?

Als u serieus over dergelijke kwesties nadenkt is een astrologisch onderzoek zonder gebruik te maken van statistische methoden een onmogelijke zaak. Maar toch wilde Rudhyar dat beslist voorkomen. Zoals ook de zakenman Donald Trump zich uit alle macht verweerde tegen ieder gerechtelijk onderzoek naar zijn financiële handel en wandel. Maar Trump en Rudhyar wilden wel dolgraag hun eigen publiek toespreken. Omdat ze inmiddels ook wel doorhadden dat de normale technieken om de waarheid te achterhalen hen voor schut zouden zetten, terwijl ze hun enthousiaste volgers nog wel met succes konden bespelen.

Rudhyar vermoedt dat zo'n verificatie voor ervaren astrologen een koud kunstje zal zijn. Ervaren astrologen weten evenals slimme politici hun publiek wel met populaire drogredenen te bespelen. Rudhyar is daarom een groot voorstander van een vette verificatie door bevriende vakgenoten, terwijl hij zich fel verzet tegen de magere resultaten van de statistische methodieken van Michel Gauquelin. Terwijl assumptionless research methodieken juist zo hard nodig zijn om de eerder door Rudhyar gestelde empirische vragen over de astrologische complexiteit - laat staan die van de empirische praktijk - netjes te kunnen beantwoorden. Maar aan een onafhankelijk onderzoek naar de in de buitenwereld gevonden feiten doen de leden van een geprivilegieerd Old boys network natuurlijk niet. Ze weten het via hun voor de buitenwereld afgesloten onderlinge communicatiekanalen immers al zo vele malen beter. En maar weinigen durfden hen tegen te spreken. Want dan ben je niet meer lid van de overheersende clan.

Een old boys network is een netwerk van oudgedienden of gevestigden van een organisatie of onderneming (leger, studentenvereniging, politiek, bedrijf) die hun huidige machtspositie niet willen opgeven of na hun uittreden nog contact houden met de organisatie, en jonge (ex-)leden en elkaar helpen. De term heeft een enigszins negatieve connotatie omdat het geassocieerd wordt met nepotisme.

De leden van de high society regelen zo'n onderzoek liever onderling op een manier die hen het beste uitkomt. Bij de verificatie van algemeen bekende veronderstelde standpunten als Rammen zijn agressief, Hollanders zijn vrekken, Marokkanen zijn profiteurs, start de old boy network onderzoeker met de bekende veronderstellingen en gaat dan na of die bewering in een bepaald geval van toepassing is of niet. En dan maakt het natuurlijk wel uit wie er als scheidsrechter aangewezen wordt. Iemand van binnen of buiten de beter wetende groep. En ook de gekozen rechtsgang is dan van belang. Wordt dat onderzoek gedaan door een onafhankelijke parlementaire commissie? Nee, want daar hebben we geen controle op. En dat geldt ook het justitieel gedoe met zogenaamd onafhankelijke rechters. Geef ons liever maar een propaganda campagne met een vage vraagstelling voor een referendum. Met dat bijltje hebben de geprivilegieerde jongens van Eton wel eerder gehakt. Niet voor niets werden ze meestal de gevestigde premiers in Good Old England.

Voor Rudhyar zijn ervaren astrologen nodig om die verificatie tot stand te brengen. Want die met de oudheid bekende astrologen letten beter op de kern van de zaak, terwijl empirici zich teveel met astrologische gezien irrelevante empirische details bemoeien. Geen wonder dat de empirici ooit iets van waarde vonden. Maar krijgen we een eerlijk proces als “ervaren astrologen” met hun aan empirici bekende astrologische kokervisie zelf eventjes hun aforismen mogen verifiëren? Wat wordt dan hun maatstaf? En wat zijn de door hen geraadpleegde referenties en bronnen? Hun eigen ervaringen? Het succes van practical jokes? De bevooroordeelde berichtgeving uit hun Astrologische Telegraaf? Op welke wijze controleren we de validiteit van die aannames? Hangt dat van de dagkoersen hun populariteit af?

Maar zoals ik al eerder verklaarde hangt het oordeel van een rechter of wetenschapper niet in eerste instantie af van gangbare meningen, maar van de in de empirie gevonden feiten. En het massale geloof van mensen in drogredenen en onbewezen feiten is ook een empirisch feit.

Ieder mens denkt nu eenmaal anders (drogreden). Maar is dat een kwestie van de juiste geboortetijd en -plaats zoals alle astrologen geloven?

Waarom hebben de top astrologen van weleer dat belangwekkende empirische onderzoek naar feit en fictie al niet veel eerder gedaan? Tijdens een broodnodige Astrologische Reformatie met bijbehorende Zuivering, waarbij het astrologische Kaf (het verschijnende) van het astrologische Koren (de essentie) gescheiden werd? Die terugkeer naar het zuurdesem en de essentie zou toch wel een enorme kwaliteitsverbetering op moeten leveren. Want ook de meest invloedrijke astrologen geven nog steeds geen enkele garantie op de inhoud van hun boeken en andere astrologische producten. Ze doen slechts een beroep op hun autoriteit en ervaring. Maar hoe betrouwbaar is zo'n old boys network gang van zaken? Het is niet meer dan wat het is.

Rudhyars betoog doet me denken aan de slager die per se zijn eigen vlees wil keuren. En laat anders mijn bevriende collega's dat maar doen. Maar hij verzet zich tegen iedere bemoeienis van buitenstaanders die niets van zijn astrologische manier van werken schijnen af te weten. Zelfs al zijn dat ervaren collega astrologen, die evenals de ouden empirisch onderzoek trachten te doen. Maar hun statistische bevindingen erkent hij niet. Ze keken blijkbaar in zijn ogen de verkeerde kant op. Ze bekeken het niet vanuit zijn unieke holistische old boys network perspectief. Want ze correleerden slechts banale bio-sociale categorieën van groepen met astrologische factoren. Terwijl iedere astroloog wel weet dat ieder volwassen ego weer anders over politieke en privé zaken denkt. Maar is die redenatie geen banale drogreden waarmee iedereen zijn gelijk wel kan aantonen via een al eeuwen aan filosofen bekend vals alternatief?

But this is not the way statistically oriented astrologers have been proceeding. What they have done is to erect the birth-charts of several thousand generals, priests, artists, statesmen – or of people known to have a specific disease or social-sexual problem – and to see whether in the charts of one of these categories of people one astrological factor is present in a particular location in a more-than-average (i.e. statistically relevant) number of cases being studies.

Voor Rudhyar zijn groepsgemiddelden blijkbaar niet van belang. Want een individu heeft niets aan dat grijze midden. Het zou zoiets zijn als bekende vooroordelen gebaseerd op berichten uit uw krant en persoonlijke omgeving te willen toetsen in de populatie als geheel. En dan moet maar weer blijken of Rammen agressief, Hollanders vrekken en Marokkanen profiteurs zijn. Meestal vallen de resultaten van empirisch onderzoek de gemiddelde Astrologische Telegraaf lezer nogal tegen. We zien dan toch weer een regressie naar het gemiddelde of er is een simpele verklaring voor het verschil, zoals de door astrologen nog niet begrepen Zeitgeist.

Maar astrologen bestuderen hun favoriete media niet voor niets. Ze weten ook wel dat niet alle Rammen agressief zijn, maar ze zijn ervan overtuigd dat een typische Ram dat ideologisch gezien wel moet zijn. En hoe weten ze dat? Dat is een “relatively well-established astrological proposition” binnen hun traditie van denken. En daarvoor hoeft een Astrologische Telegraaf lezer alleen maar in de archieven van zijn krant te duiken om dat van geval tot geval bevestigd te zien. Toeval bestaat immers niet als u maar een correcte bril opzet.

En ondertussen betichten deze kokerzienden empirische wetenschappers van reductionisme. Want die empirici gingen niet bij voorbaat al uit van Rudhyars (of course not 100 %) correct bevonden astrologische aannames. Maar het door empirici gevonden probleem was dat die traditionele astrologische aannames, die “well-established astrological propositions” doorgaans niet klopten. Alleen met een bijzonder gekleurde bril op zult u het systematisch anders en misschien wel het in uw voordeel beter zien.

Maar Rudhyar ziet het heel anders. De onderzoekers hadden nog niet de juiste Cruijffiaanse bril opgezet. En daarom begrepen ze hem niet: Je snap het pas als je het begrijpt.

In other words, the researcher does not start with an at least relatively well-established astrological proposition then inquire whether, statistically speaking this proposition is valid or not. He starts with a bio-social category (professional, pathological, or whatever it be) "hoping" to find that there will be some astrological factor that will stand out as possibly referring to some basic characteristics of this entire category of people.

Rudhyars volgende drogreden tegen de statistiek betreft niet zozeer de statistische methode. Want ook bij de door hem voorgestelde verificatie van astrologische hypothesen in een paar duizend horoscopen, zullen de treffers en de missers voor iedere aforisme toch wel geteld en gewogen moeten worden. Nee, Rudhyar gebruikt hier het bekende argument dat iedere arts, generaal of hond weer anders is. Het is een bekende drogreden, want voor wie of wat geldt dat argument niet? U kunt er dus alle kanten mee op. Zelfs tweelingen zullen wel iets van elkaar verschillen.

Maar volgens astrologen ontstaan veel verschillen doordat in iedere horoscoop de tien planeten weer anders staan. Daarom is iedere Zon in Ram niet alleen fysiek, maar ook astrologisch gezien weer anders. En daarom zegt het het gemiddelde in een kruistabel nog niets over de afzonderlijke gevallen. En dat klopt. Dat fenomeen heet spreiding.

Maar wat te denken van deze door astrologen impliciet als ultieme waarheid aanvaarde stelling?

Premise: Ieder individu is anders, maar tweelingen lijken op elkaar.
Premise: Iedere horoscoop is anders, maar de horoscopen van tweelingen vertonen veel gelijkenis
Conclusie: De horoscoop bepaalt de persoonlijkheid. Daarom lijken tweelingen zoveel op elkaar.

Maar hoe aannemelijk is die conclusie? Hoe zou u dat kunnen aantonen dat die astrologische factoren er toe doen? Dat ieder individu weer anders is een bekende drogreden. Maar de globale anatomie van een mens (vier ledematen, een hoofd, etc) wordt nog niet door de horoscoop bepaald. Via de horoscoop van een dier kunt u niet de soort of het geslacht bepalen. En politieke en humanitaire zaken zijn ook niet uit de horoscoop af te lezen. Wat eigenlijk wel? Uw astrologische beter weten, waarin u op een holistische wijze “alles aan elkaar aan elkaar koppelt” en het daarna achteraf beter ziet? Maar dat lijkt teveel op de bekende stuurman aan wal lappendeken techniek. U knutselt de gevonden feiten (boodschap) maar wat in elkaar,

Maar wat leverde het astrologische tweelingen onderzoek ons op? Werden uw astrologisch aannames bevestigd? Het correcte antwoord is: Beslist niet. En pleiten die gevonden feiten dan tegen de astrologie of tegen de methodieken van de statistici? U mag het zelf zeggen. Want vrijheid van meningsuiting hoort nu eenmaal bij een democratie. Maar ook het empirische feit dat de schijn doorgaans bedriegt.

Maar volgens Ruhyar is er veel meer aan de hand dan de opgemeten globale statistieken. Een elementair kentheoretisch probleem dat nog niet iedere rechtspersoon schijnt te bevatten. Het gaat niet om de door de gemene deler bepaalde feiten van groepen en categorieën, maar om de uniciteit en betekenis ervan voor ieder individu! En laten die empirische wetenschappers daar nu eens geen oog voor hebben. Maar astrologen geven wel aandacht aan de horoscoop van ieder Piet het individu.

But what does the category "medical men" or "general" actually mean in terms of the individual persons listed in books referring to that profession? Very little indeed! A youngster may take the medical courses or enter West Point or enlist in some branch of the services for many reasons, some of which may have very little to do with the character of the profession. A good general today may be an excellent administrator, or he may attain top ranks for various political reasons – and in the past because of his aristocratic background. All these things do not tell much about his personal character and his individual responses to life.
This is, of course, the typically scientific way of describing "reality" – description by category or class. A German shepherd dog is "a dog," whether he is a dangerous, violent animal or a loving companion for a blind person. What makes him a "dog" is a certain set of biological features; but science does not deal with what the individual dog is like and what is his place and function in our human world. However, defining a complex set of biological features and stating that Mars is found in, say, 65% of cases near the midheaven or the ascendant in the charts of "generals" are two entirely different things. The astrological and the biological statements belong to two different orders of concepts.

Natuurlijk is ieder individueel geval van een bepaalde categorie weer anders. En of u dat nu dat vanuit een irrationeel astrologisch perspectief wilt bezien of vanuit een empirische wetenschap, het zijn toch altijd weer de gevonden feiten en omstandigheden die het verschil uitmaken. Maar is die door Rudhyar opgeworpen open deur nu echt een onoverkomelijk kentheoretisch probleem? Dat lijkt in de dagelijkse praktijk toch wel mee te vallen. Zelfs kleuters weten na een tijdje wel dat iedere aap, noot of poes er wat anders uitziet dan de aap, noot en Mies van hun leesplankje. Maar ze raken hiervan niet in paniek. Ze doen er ook niet zo moeilijk over als Rudhyar. Zijn die kinderen dan nog dom? Zijn dat de naïeve realisten? Nee, die kinderen hebben gewoon niets te verbergen. Ze hoeven zich niet slimmer voor te doen dan ze zijn. De nog ego-arme kinderen hebben geen drogredenen nodig om het beter te weten: Onopgevoede kinderen zien de feiten gewoon zoals ze zijn. Is daar (tabula rasa) iets mis mee?

En ook de Saturnale rechters weten dat de ene agressieve daad de andere niet is. Want de feiten en omstandigheden zullen per krantenkop “Ram agressief. Schorpioen zint op wraak!” per geval verschillen. Een veroordeling van die daad hoeft dus niet noodzakelijk te volgen. Het kan ook om een ongelukkige samenloop van omstandigheden gaan. In dat geval was de bron van uw astrologische informatie slechts een misleidende kop uit de Astrologische Telegraaf. En zo'n onbewezen geval zou in Rudhyars kwalitatieve verificatie van astrologische aforismen niet mogen tellen. Want een kwalitatief goed oordeel impliceert dat u ook met andere mogelijkheden rekening houdt. Maar dat inzicht was Rudhyar vanuit zijn astrologische kokervisie niet gegeven.

Maar wanneer is een astrologisch aforisme in een individueel geval geldig, in de zin van dat kan geen toeval meer zijn? Gelden daar niet dezelfde normatieve bezwaren die Rudhyar tegen het categorisch denken van statistici inbracht? Dat de ene Ram de andere niet is? En dat de ene agressieve daad niet de andere is? Doen de aforismen uit astrologieboeken óók geen algemene uitspraken over categorieën? Hebben we dan empirisch gezien niet te maken met een verzameling van onbewezen vooroordelen waar een onderzoeksrechter of onderzoeksjournalist korte metten mee zou maken? En kunnen we de astrologische aforismen eigenlijk nog wel verifiëren als we met al die bezwaren die Rudhyar tegen statistici inbrengt rekening moeten houden? Of is het meer een kwestie van: Wie niet voor mij is, is tegen mij. Punt uit. Maar ook dat is weer een beruchte drogreden van mensen die iedere discussie willen ontlopen.

Over die wezenlijke vragen doet Rudhyar geen uitspraak, want zover heeft hij niet nagedacht. Wel beweert hij plotsklaps dat astrologische en biologische uitspraken niets met elkaar te maken hebben. Het zijn “gewoon” verschillende domeinen. Dat klinkt aannemelijk, maar het is weer de zoveelste drogreden. Het is net zoiets als beweren dat appels en peren niet met elkaar te vergelijken zijn. Kunnen we die vruchten dan niet meer meten, wegen en als zuur of zoet bestempelen? Waarom zouden we niet evenzo de verschillen tussen astrologische rammen en stieren niet op een empirische manier met elkaar vergelijken? Omdat de ene ram of stier nu eenmaal niet als de andere is? Maar ook iedere appel of peer die van de boom valt of geplukt wordt is weer anders en heeft een unieke horoscoop. En ze verschillen allemaal iets van vorm. Maar een kleuter kan het verschil tussen een peer en een appel, een ram en een stier nog wel observeren. Maar geldt dat ook voor het verschil tussen een astrologische stier en ram? Nee, want de astrologie is volgens Rudhyar een heel ander domein. En dat gebeuren speelt zich in de hoofden van astrologen vast.

Het lijkt bij de metafoor van de stampende olifant in de porseleinkast vooral te gaan om het verstoorde evenwicht van de astroloog zelf. Zeg maar, zijn binnenwereld, zijn denkraam. En wat we daar aantreffen is een subtiele wereldbeschouwing die niet door iedereen wordt verstaan. In ieder geval niet door moderne encyclopedisten, die de voormalige koningin der wetenschappen als een pseudo-wetenschap bestempelden. Wat is hier dan aan de hand?

Ik begrijp dat principe, ik respecteer ieder individu, maar de enige gepaste respons van een wijze lijkt me om er dan maar verder over te zwijgen. Want hier houdt het spel met woorden op. Gelooft u nog echt in uw woordenspel? En waar gaat het eigenlijk om? U en uw recht op een unieke visie? Of die van de hele wereld? Beiden bestaan niet, want zowel Ik en Men zijn slechts concepten. Maar er is altijd wel de hoop op een gedeelde waarheid die voor iedereen geldt.

Individueel holisme

> Top <

Waar Rudhyar nog een recht van spreken vandaan haalt, anders dan dat hij een beter alternatief meent te hebben voor zijn verknipte beschrijving van de normale wetenschap en waarheidsvinding, wordt ons volstrekt niet duidelijk gemaakt, totdat hij een geheel nieuw concept introduceert: Individueel holisme.

The astrological approach to the problem of human existence has developed, I believe, in contrast to the statistical method, for this characteristic astrological approach deals essentially with individual whole situations or persons. What individualizes the typical astrological situation is its position in time and space. Astrology is fundamentally the study of the significance of space-time positions in terms of the balance of bio-physiological drives and functions within any more or less well-integrated individual system of organic activities. An individual person is such a system.

Astrologische uitspraken betreffen dus min of meer holistische individuen en ecosystemen die met behulp van uw persoonlijke huisastroloog wel eventjes in tijd en ruimte geïntegreerd kunnen worden, terwijl de onwetende statistici alleen maar wat algemeens over groepen kunnen zeggen. Men (de anderen) en Ikke (het Ego) zijn gewoon twee verschillende werelden. We moeten dus onderscheiden tussen de fijnzinnige maas van de astrologische wereld van unieke holistische individuen versus de platte wereld van grote getallen, waar die individuen ook nog eens toe zouden moeten behoren. En of ze zich nu met die door statistici onderzochte groepen willen identificeren of niet. Want generaals en andere professionals kunnen enorm van elkaar verschillen. En ook de ene ram is de andere niet. En toch worden ze als zodanig gedefinieerd. Maar dergelijke generalisaties zijn voor astrologen en hun cliënten natuurlijk veel te banaal. In die empirische spiegel herkennen ze zich niet.

Bertrand Russell in his "Analysis of Matter" defined statistics "ideally as accurate laws about large groups." Even if "ideally" considered, the fact is that they have no real significance except in terms of "large groups." How large the group remains a question. The basic point is, nevertheless, that statistical statements concern classes of phenomena but not individuals included within these classes. Because of this, statistical knowledge is valuable only when one wants to know refers to the behavior of the class (or group) as a whole and there is no concern for the individual.

In dat standpunt van Bertrand Russell zit natuurlijk wel een belangrijke kern van waarheid: “Ik heb kanker, maar ik ben geen kanker” zou iemand met kanker u na een cursus mindfulness kunnen vertellen. Want iedere patiënt behelst zoveel meer dan die diagnose. En dat geldt ook voor het lidmaatmaatschap van een bepaalde astrologische categorie. Want dat hokjesdenken van die op het uiterlijk georiënteerde andere mensen is volgens existentiële filosofen als Sartre en Friedrich Weinreb onze hel. Men legt ons dan vast op iets dat we definitief beslist niet wilden zijn. En toch lijkt het aldoor te gebeuren volgens sommige anderen die dat volgens hun algoritmen al zoveel beter voorzagen . Wat is er dan is er dan de hand? De gebruikelijke bias of een slim door astrologen ontworpen mechanisme waarmee u van alles verklaren kunt?

Maar hebt u daar een cursus astrologie nodig om die nood te beseffen? Het simpele levensbesef dat het uiterlijke van de mens niet het wezenlijke is, zou u al voldoende troost en hoop moeten brengen. Want van binnen bestaat er nog steeds een onontgonnen leegte vol onverwachte mogelijkheden. Want toevalligheden bepalen ons vervloekte bestaan en we zijn volgens Jean-Paul Sartre - Filosofie Magazine nog steeds vrij om daar op vele eigenwijze manieren mee om te gaan. We kunnen ons lot dus vervloeken, ontkennen, verfraaien of omarmen als een hemels geschenk.

De mens is alleen datgene wat hij van zichzelf maakt."
"De hel, dat zijn de anderen."
Jean-Paul Sartre is een van de grootste schrijvers van de twintigste eeuw en de belangrijkste filosoof van het existentialisme: een atheïstische filosofie waarin de vrijheid en verantwoordelijkheid van de mens centraal staan.
Het bestaan is volgens Sartre een dynamisch proces waarin een persoon zichzelf definieert door zijn acties en keuzes. Hij definieert zichzelf, omdat hem bij zijn geboorte geen essentie is geschonken. Vandaar Sartres veel geciteerde uitspraak: ‘Existentie gaat vooraf aan de essentie’. God bestaat volgens Sartre net zo min als ‘de zin van het leven’. Sartre raadt ons aan om uit te gaan van de absurditeit van het bestaan: er is niets gegeven. De mens is volgens Sartre zomaar in een zinloze wereld geworpen en het komt er vervolgens op aan onszelf te ontwerpen. Hoe we dat doen, staat ons vrij.

Processen als identificatie en desidentificatie zijn al door veel meer filosofen en mystici beschreven. U bent niet bij voorbaat al geboren voor een dubbeltje. Er steekt zoveel meer in u. De al half dood verklaarde kanker patiënt zou terecht kunnen stellen dat hij ook een kind, ouder, werknemer, staatsburger en lid van andere categorieën met een unieke voorgeschiedenis is. En zou dit alles nu ineens teloor zijn gegaan na de vaststelling van de k-diagnose? Daarmee gaat u misschien wat eerder dan verwacht was dood. Maar doet uw visie er dan ineens niet meer toe? Volgens het recht zijn uw getuigenissen en ervaringen nog steeds van waarde om bepaalde waarheden te achterhalen.

Misschien heeft deze patiënt ook een exclusieve privé club van persoonlijke planeten in zijn hoofd: Een zon in ram, maan in waterman en ga zo maar door. Misschien gelooft hij wel in een hiernamaals, reïncarnatie en dat soort verborgen zaken. Dat geeft toch wel weer een heel andere kijk op die mens. Iets dat anderen nog niet kunnen weten. Maar u en uw intimi wel. Maar hebt u daar kennis van astrologie of metafysica voor nodig? En welke versie daarvan beschrijft die processen op de beste manier? U hoeft daar volgens mij geen Astrologische Telegraaf voor te lezen. Gewone journalisten en auteurs met een oprechte interesse in persoonlijke verhalen vertellen ons zo'n biografie veel beter. Gewoon, omdat ze niet zo krom met waargenomen feiten hoeven om te gaan als de redacteuren van een Astrologische Telegraaf.

Vele zichtbare en onzichtbare factoren bepalen de ontologie (het zo zijn) van Piet het individu sinds mensenheugenis. Maar wie stelt de gevonden feiten definitief vast? En waar gaat het om? Het uiterlijke verschijnende is ook in de empirische wereld niet alles wat er is. Een mens leeft niet van brood alleen. Zo is er liefde voor de waarheid nodig in plaats van betweterij en onnodige polarisatie. En ook liefde en respect voor de minder bedeelden. En daarom hoeft u ook niet waarde hechten aan een horoscoop. Want ook de plaats en tijd van een geboorte leggen de mens nog niet definitief vast. En al helemaal niet op de astrologische manier van denken, want dat is inmiddels een bewezen feit. Het simpele feit dat empirici ook niet alles kunnen weten, beseffen de meeste wetenschappers zelf ook wel, omdat ze ook lid zijn van zoveel sociale of psychologische groeperingen, of die nu imaginair zijn of niet. En anders weten de artsen en psychologen van Piet het individu dat wel. Maar Rudhyar maakt daar doodleuk van dat statistische kennis van groepen niet relevant is voor Piet het individu.

The basic point is, nevertheless, that statistical statements concern classes of phenomena but not individuals included within these classes.

Rudhyars schijntegenstelling van statistische kennis over groepen versus de individuele kenmerken van groepsleden is een bewuste sofistische misleiding. Want het gaat nooit om groepskenmerken versus individuele kenmerken. Beiden doen er altijd toe. Het individu staat altijd in verhouding tot groepen. En zolang individuen zich identificeren met de normen en waarden van groepen - of juist daarmee de strijd aangaan - is er een levendige wisselwerking tussen groepen en individuen. Het hele logische denken is op dergelijke categorieën gebaseerd, zoals al blijkt uit het bekende syllogisme van Aristoteles:

Alle mensen zijn sterfelijk (majorpremisse)
Socrates is een mens (minorpremisse)
Socrates is sterfelijk (conclusie)

Met het luchtig gemak en het aardse onbenul waarmee Rudhyar eerder een geïsoleerd citaat van de fysicus Einstein misbruikte, haalt hij vervolgens een uitspraak van de logicus Bertrand Russell (1872-1970) uit zijn verband. Opnieuw vertelt hij u niet het hele verhaal. Zo waren Einstein en Russell bepaald geen verklaarde vijanden van de statistische methoden. Einstein had ze hard nodig om thermodynamische uitspraken te kunnen doen. En beide heren hadden kennis van en waardering voor Kuhns normale wetenschap. Omdat ze heel goed begrepen dat de vele ingenieurs, artsen en psychologen gebruik moesten maken van grootschalig statistisch onderzoek om hun individuele cliënten beter te kunnen te adviseren. Maar die vereiste geldt blijkbaar niet voor de al Uranisch denkende astrologen.

Ingenieurs hadden statistieken nodig om de kwaliteit van uw voedsel, bruggen, huizen en auto's te testen en artsen en psychologen om onderzoek te doen naar sociale misstanden, ziekten en de werkzaamheid van interventies. En daar konden ze betweterige astrologen, die zich als een stuurman aan wal gedroegen, niet bij gebruiken. Maar Rudhyar ziet het gebruik van statistiek heel anders, want vanuit zijn kokervisie zijn het slechts cynici die zich ermee bezig houden, Zoals de vele verzekeraars die volstrekt geen compassie hebben met Piet het individu. En toen kwamen er ook nog eens anders denkende astrologen aandraven die met statistisch onderzoek Rudhyars hoger weten bezoedelden. In dat soort onderzoek kon de oude garde van astrologen zich natuurlijk niet herkennen.

When an insurance company uses statistics of births and deaths to establish the amount of premiums which will allow the company a safe return above investments, overhead, and disbursements, it is of no consequence whatsoever to the managers whether insured Mr. Smith or another man dies. All that matters is the percentage of life-insurance policies for which each year the company will have to pay money to the survivors. Likewise, in electrical atomic phenomena, the knowledge that is required and statistically available is the number of particles which will behave in a certain manner. The behavior of an individual particle does not matter and may never be known.

Maar Rudhyar lijkt toch wel iets van statistiek te begrijpen. Zo beschrijft hij hoe sociale wetenschappers rekening houden met verschillende groepen, als ze via gestratificeerde steekproeven voorspellingen doen over het te verwachten stemgedrag van de natie als een geheel.

The same is true of popular polls in politics – perhaps with the quite remarkable difference that apparently citizens do not vote as individuals, but as members of a social, ethnic, racial, or geographical class. If this were not so, the polls taken by questioning a few thousand supposedly representative persons would not possibly indicate what the votes of an electorate including many millions of persons would be. That is to say, these millions of people do not respond to the issues of the campaign "as individuals"; and this, of course, is the huge joker in the democratic system which is "ideally" based on the free decisions of individuals.

Maar het empirische feit dat zoveel personen zich als deelnemers van groepen gedragen, is volgens Rudhyar beneden hun waardigheid als individu. Want al die plebejers met hun solidariteit en groepsidentificatie snappen er niets van. Dat gemanipuleerde stemgedrag is niet eerlijk zou een blanke Republikein zeggen: “Straks gaan alle zwarten nog massaal op de Democraten stemmen als die hen een hoger loon beloven. Onder het mom van gelijke rechten voor iedereen. Dat moeten we beslist verhoeden!”. En onder het motto Ieder voor zich en God voor ons allen motiveren ze hun kiesrechtgeografie:

Kiesrechtgeografie, ook wel Gerrymandering genoemd, is het manipuleren of hertekenen van de grenzen van kiesdistricten. Vaak worden deze kiesdistricten gemanipuleerd om een politiek voordeel te behalen voor een specifieke politieke partij of kandidaat.

U denkt misschien: Dat kan toch niet waar zijn? Maar verdeel en heers is nog steeds de meest gangbare politieke praktijk. Het verzinnen van misleidende drogredenen die uw publiek aanspreken maakt onderdeel van zo'n campagne. Maar nog effectiever is het uitsluiten of op een zijspoor zetten van kritische anderen.

Rudhyars holistische visie op de mens is een vaag begrip, een soort astrologisch halo waarmee gelovige personen zich tijdelijk kunnen identificeren, maar dat uiteindelijk toch niet uit duurzame substantie zal blijken te bestaan. Hij stelde zich iets moois voor, een koninkrijk op aarde, maar liet nog niets concreets zien. Rudhyars holistische visie op de mens is eigenlijk niets meer dan een uit de lucht gegrepen deus ex machina waarmee hij het tij voor astrologen weer helemaal denkt te kunnen keren.

Deus ex machina (Latijn: god uit een machine) is een narratieve techniek waarbij er sprake is van een onverwachte ontknoping van een verhaal. Men spreekt van een deus ex machina als een plot op een manier, die niet logisch uit het voorafgaande voortkomt, onverwacht een einde aan een episode maakt. Te denken valt aan een goddelijke of bovennatuurlijke persoon, die ingrijpt, of aan een wapen met een superkracht, dat wordt gevonden, maar waar men daarvoor niet naar op zoek was. Het is dus een soort kunstgreep.

Hoe zou u een campagne met deze blijde astrologische boodschap op willen zetten? Welke leus zou het best werken?

Als astrologen maar holistisch genoeg naar individuele situaties van personen en andere organische gehelen kijken, overzien ze ineens het hele plaatje.

Ik had dat nog niet van die kant bezien. Ik moet nu even op adem komen. Wat staat hier nu eigenlijk? Geldt dat ook voor gewone mensen?

Als mensen holistisch denken, komen ze we er wel.

Ik moet dat verhaal nog even laten bezinken. Want hoe logisch het ook klinkt, toch klopt er iets niet zegt de aardse stier in mij. Waar komen ze dan aan? Het beloofde land? Maar waar bevindt zich dat?

Als mensen holistisch denken, bereiken ze hun potentie.

Maar wat overzien de minder holistisch denkende mensen dan nog niet? Missen ze iets uit de empirisch gevonden werkelijkheid? Zeg maar ons astrologische Sein op deze planeet? Nee, want dat wordt juist door Ruhhyar gebagatelliseerd. Of zien ze gewoon beter hoe het volgens hen zou moeten zijn, hun astrologische Sollen op deze planeet? Of iets praktisch er tussenin? Een mengelmoes van gevonden feiten en holistische fictie, waarmee u alles achteraf naar believen kunt verklaren?

Maar als ik dan het astrologieprogramma Radix5 raadpleeg, dan doorzie ik Dane Rudhyar meteen. Hij kletst maar wat zonder verstand te hebben van aardse zaken. Het stond al in zijn sterren geschreven: Veel lucht, maar weinig gronding in aarde. Is dat niet een klassiek, voorspelbaar astrologisch patroon van iemand die zich teveel met zijn horoscoop identificeert? Zie: Rudhyar, Dane.rtf

interpretatie: Rudhyar, Dane
Klassieke interpretatie radix personen
De hierna volgende interpretatie die aan de planeetstanden bij uw geboorte gegeven wordt, is gebaseerd op omschrijvingen van diverse beroepsastrologen. De meeste verbanden tussen de kosmos en persoonlijke kenmerken zijn gecondenseerd uit subjectieve waarnemingen en zijn nog niet op een wetenschappelijke manier aangetoond.
_____________________________________________________________________________
Eerst bekijken we de globale verdeling van de vier elementen in uw horoscoop.
aarde < 1
Het aardse bestaan stelt u voor zware problemen. Het vergaren van de noodzakelijke materiële bestaansmiddelen is voor u een beslommering die u er liever niet bij zou hebben, en het zal u dan ook moeite kosten of gekost hebben een plaatsje in de wereld te veroveren. Het positieve aspect van deze energie-toestand is dat u uw spirituele en creatieve aspiraties niet vlug zal laten inperken door stoffelijke beperkingen.
lucht > 40
U hebt een uiterst actieve geest, en abstracte denkbeelden vormen voor u geen probleem. U kan zaken objectief vanuit alle hoeken bekijken, hetgeen niet uitsluitend een pluspunt is: in sommige gevallen kan u te lang blijven "kijken" zonder daadwerkelijk iets met een idee te "doen". Het regelmatig veranderen van omgeving is voor u aan te raden, om uw overactief zenuwstelsel te ontladen.

Maar hoe gaan we dan om met de De leugenaarsparadox en andere verschijnselen? Ik weet het niet. En of deze door mij gezochte selectie van de hele horoscoop nu een lokale uitzondering is of niet wens ik toch wel in veel meer gevallen empirisch te onderzoeken.

Dat kan toch niet waar zijn?

> Top <

Iemand mag de geldigheid van de gravitatiewetten van Newton terecht betwijfelen als hij tijdens een bombardement opeens appels de lucht in ziet vliegen. Dat kan toch niet waar zijn? Hoe zou een holistisch astroloog dat gravitatieprobleem verklaren? We moeten dan wel zowel met de tijd als met de plaats van dat gebeuren in de hele kosmos rekening houden stelt Dane Rudhyar. En hij brengt dus wat meer nuance aan dan de psycholoog Carl Jung, die het nog niet helemaal begreep. Niet alleen de tijd, maar ook de plaats van het voorval doen er toe. Achterstandsgebieden bestaan nu eenmaal ook. En dat maakt ieder lokaal gebeuren weer wat anders. Astrologen kunnen dus niet zomaar wat generaliseren op basis van de tijd.

Carl Jung’s statement that all that happens at a particular moment of time is defined by the character of the moment is not completely true. The factor of location in space is also involved. What astrology studies is the relationship of any point in space to the whole surrounding universe at a particular time. The interpretation of what constitutes the surrounding universe (or the cosmic environment) may vary according to what is considered at any time to be relevant and usable factors; thus, at one time it may be seven planets observed on the background of relatively changeless star patterns (i.e., constellations) and at another time ten planets whose cyclic motions are plotted against the background of the cyclic Earth-to-Sun relationship (i.e., the Earth’s orbit). In the distant future, astrology may consider other factors "relevant and usable" – factors perhaps related to galactic phenomena.

Dat lijkt een gewiekste gedachte, maar hoe stelt u zoiets vast? Hoe verifieert u die veronderstelling? Wat zijn de regels in dat spel? Wie of wat bepaalt hen? Vooralsnog is Dane Rudhyar degene die de regels bepaalt. Want hij stelt iets dat voor astrologen vanzelfsprekend is, zonder daar enig bewijs voor aan te leveren. Voor astrologen is dit natuurlijk nogal wiedes. Iedere astroloog weet dat zowel de tijd als de plaats van de geboorte of het voorval er astrologisch gezien toe doen. Maar met welke bewijskracht? Speculeren dat iets onder andere omstandigheden ook astrologisch gezien anders zal zijn, lijkt nogal bijdehand. Maar of de astrologie er überhaupt toe doet, moet u eerst nog wel bewijzen. Anders blijft het maar een ongerede galactische speculatie.

Het is dus nog maar de vraag of u een bombardement met een transit over de horoscoop van de boomgaard, de appelboom of zijn vruchten kunt verklaren. Artilleristen hebben daar veel eenvoudiger verklaringen voor. Maar een holistisch georiënteerd astroloog kan natuurlijk altijd beweren dat hij zoiets ongewoons beslist wel had zien aankomen, als hij óók weet had van de juiste horoscoop van het kanon, de granaat en de artilleristen. Want dan kon hij het hele plaatje overzien. Misschien zag hij wel een bepaald patroon in de langzame planeten dat op een wereldoorlog duidde. Dan was het dus Zeitgeist. Maar waarom die ene boomgaard wel en die andere niet getroffen werd vereist natuurlijk wel enig nader astrologisch onderzoek. Maar als u maar diep genoeg in dergelijke astrologische mysteries graaft, dan komt u er vast wel uit. Maar door zo speculatief te denken wordt de astrologie in de ogen van Popper een waardeloze hypothese.

Wat betekent het hele plaatje overzien voor de meeste mensen in de empirische praktijk? Is dat niet hun meest eenvoudige voorstelling van zaken, waarmee ze iets dat hen beter uitkomt vlot en elegant kunnen verklaren? Ook al is die speculatie een leugentje voor bestwil? Astrologen nemen niet de die tijd om naar andere mogelijkheden om te zien. Als hun astrologische speculatie lijkt te kloppen, zijn alternatieve verklaringen niet meer interessant. Was dat niet wat Rudhyar deed toen hij de vermeende motieven van waarheidszoekers als de "neo-astroloog" Michel Gauquelin onderzocht met het oogmerk om zijn statistisch onderzoek in diskrediet te brengen? De man pleegde zelfmoord nadat hij zowel door wetenschappers als als door de astrologische wereld werd verguisd. En ook Socrates moest die gifbeker nemen.

De heilige zoek en gij zult vinden verklarende technieken van astrologen werken helaas ook goed met de verkeerde invoer. Want wat ziet u steeds weer voor u als u met voor u voldoende astrologische factoren rekening houdt? Ontelbaar veel mogelijkheden. En wat betekent dat holistisch gezien? Dat uw favoriete astrologische verklaring er ook wel tussen zit. Dat is de blijde boodschap van iedere astroloog of betweter. Maar berust op die lafhartige luchtige ruimdenkendheid waar Karl Popper (met maar 15 % lucht in zijn horoscoop) zo'n grondige hekel aan had. Want hoe brengt zo'n ad hoc bestuurscultuur zonder enige visie ons verder?

Dat u niets met astrologie voorspellen kunt is slechts een symptoom, een gevolg van een irrationele of foutieve manier manier van denken. Maar irrationeel denken kan nog een te overwinnen kinderziekte zijn. Het heeft ook eeuwen geduurd voordat mensen over de continenten heen konden vliegen of dat vrouwen stemrecht kregen. Dat iets na eeuwen nog niet gelukt is, maakt dat streven nog niet futiel. Om die reden zal ik gelovigen die om wereldvrede bidden niet als dwaas en naïef afschilderen. Het probleem ligt volgens mij vooral bij betweters als Rudhyar, die zó in hun eigen gelijk geloven, dat ze niet alleen de kritiek op hun irrationele methodieken en aannames in de wind slaan, maar door ontkenning van de gevonden feiten de kenbare wereld als irrelevant afdoen. En zo gooien ze het kind met het badwater weg.

Typisch maken ze een kunstmatig onderscheid tussen twee werelden: Er bestaat een door astrologen bestudeerde magische wereld waarin astrologische factoren een rol spelen en er bestaat een door wetenschappers bestudeerde empirische wereld waarin de rol van astrologische factoren nimmer werd aangetoond. En dan kunt u voor het ene of voor het andere wereldbeeld kiezen. Voor Rudhyar is zijn eigen wereld spiritueel, verheven en kwalitatief van aard en de andere wereld is banaal, kwaadaardig en kwantitatief. Maar dat zijn natuurlijk wel gemakkelijk doorprikbare schijntegenstellingen. Dat geslijm is ook een beproefde marketingstrategie.

Astrologen vergeten nog wel eens dat ook het astrologische denken en handelen zowel kwalitatief als kwantitatief empirisch onderzocht kan worden. En dat ze net als andere mensen ook zelf tot object geworden zijn. Theologen die bekend zijn met menselijke zwakheden, realiseerden zich dat al vroeg en daarom is theologie nog steeds een wetenschap. Disciplines als de psychologie en sociologie zouden daar nog fijntjes aan kunnen toevoegen dat, waar astrologische (theologische) factoren wel een invloed hadden op de wereld, factoren als opvoeding, sociale druk en identificatie een grote rol speelden bij dat proces. En omgekeerd kunnen astrologen hun astrologische wapenarsenaal weer loslaten op empirische denkers, om aan te tonen dat niet alleen hun denken, maar ook hun horoscoop onevenwichtig was.

Het heikele punt is dat er maar één aantoonbare werkelijkheid kan zijn. En natuurlijk kent die werkelijkheid net als een reuzendiamand heel veel zijden. Het slijpwerk aan die wereld is beslist nog niet af. Maar een koning eenoog die vanuit zijn holistische perspectief al denkt te weten hoe de vork in de steel zit, en met de gevonden feiten naar believen maar wat meent te kunnen goochelen, staat de vooruitgang van dat moeizame slijpwerk beslist in de weg.

Het astrologische symbolische denken kenmerkt zich door de ruime definities zoals Rudhyar hieronder van de Mars energie geeft:

In astrology, Mars refers essentially to outward movements and to what makes these possible or desirable; thus, it refers to all muscles but also to the psychological drive toward a desired action. This is the basic Mars character. From it many secondary characteristics are deduced, but all of them are not necessarily relevant to an individual person who chart is being studied. Mars may mean aggressiveness, anger, intense desire, sexual potency, jealousy, and instinctual attraction for using weapons or metal tools, leadership under strenuous circumstances, a tendency to accidents, etc. It can refer indifferently to physical or psychological characteristics; both types may exist, yet one may entirely dominate the other. Moreover, a combination of other planets may produce effects similar to those of Mars and either enhance, frustrate, or condition this Mars factor.

En wie dat brede begripskader in de ogen van astrologen goed toepast kan een perfecte astrologische verklaring voor ieder voorval formuleren. Met de ruime interpretaties van tien planeten en al hun aspecten in twaalf huizen en tekens hebt u genoeg mogelijkheden om dat te doen. Maar wat zegt dat astrologische standpunt? Wat is haar bewijskracht? Ieder voorval is ook wel in een pakkend Sinterklaas gedicht vast te leggen. Elke gelegenheidsdichter maakt er weer zijn eigen versie van. En dat leidt tot grote hilariteit op een Sinterklaasavond. Maar net als gelegenheidsdichters hebben astrologen nog wel een empirisch probleem. Ze kunnen volgens hun methode met rijmelarij wel van alles ludiek beschrijven, maar ze kunnen met rijm nog niet het kleinste detail voorspellen. En hoe redelijk zijn uw verklaringen van die unieke gebeurtenissen dan? Het rijmde in ons parallelle universum, maar dat is het dan ook wel. Presenteerden de best rijmende gedichten u de beste visie? En met welke argumentatie? Het rijmt en het klinkt wel aardig. Dan zal wel waar zijn. Maar zo werken ook voor veel reclameboodschappen.

Door maar twee werelden te veronderstellen, die van ons eigen gelijk en die van de normale wetenschap, ik noemde dat elders Sollen en Sein, ontstaat een soort dichotomie die me doet denken aan de zondagse waarheid van de kansel en de doordeweekse praktijk, die niets met elkaar te maken schijnen te hebben. Maar leeft u dan nog wel echt in het hier en nu van de zevende dag? Het innerlijke (essentie) kan ook niet zonder het uiterlijke bestaan.

Vergelijken we groepen, dan kunnen we via statistische methoden de betrouwbaarheidsintervallen van Mars-achtige effecten meten. Maar dan moeten we de volgens Rudhyar “nog niet 100 procent accurate” astrologische uitspraken als Rammen zijn agressief wel behoorlijk nuanceren.

In een onderzoek uit 2019 van de ADB Research groep werd Zon in Ram 1,53 (ci 0,95-2,11) maal zo vaak aangetroffen in de ADB categorie aggressive/brash dan in de ADB was verwacht (p=0,0278).

Maar astrologen willen liever niet over groepen spreken, maar over unieke gebeurtenissen, die volgens hun brede referentiekader ook nog eens per geval en dus “op maat” moeten worden bekeken. Want zo kan niemand hen op listig opportunisme betrappen. Als meer mensen de onzichtbare kleren van de koning hadden aangetrokken, dan was die koning ook wel iets opgevallen. Zeg maar de naakte waarheid. Maar dat was niet het verhaal. Het verkooppraatje was dat deze kleren uniek en alleen voor de koning gemaakt waren. En dat maakt iedere astrologische duiding net als een koddig sinterklaasgedicht heel leuk en uniek, maar ook onweerlegbaar eigenwijs. Beslist geen wetenschap, maar wel een leuk vertier voor bluffende speculanten. En het geeft uw ego een goed gevoel als uw probeersels ook nog eens in de smaak vallen bij een select publiek. En dat is wat Rudhyar hier doet. Don Rudhyar presenteert zich als een ervaren wijze, die alles al had voorzien:

In a similar sense, I do not feel that statistical research as it is being used today in astrology can ever touch the basic questions which astrology poses. As I stated some 36 years ago, if astrology is to be considered a science, it should not be as an empirical science, but as a kind of algebra based on a new and complex type of "holistic" logic dealing with the structural operations of a few variable factors which can be found at work in any steady and organized system of activities.

Rudhyar heeft zijn holistische algebra nooit op papier gezet. Net als de populistische Amerikaanse president Donald Trump (aarde < 15), barst hij van de geniale ideeën, maar een uitgewerkt plan ontbreekt. Ook Trump verzet zich tegen de werkelijkheid, zonder de moeite te doen zijn alternatieve visie ook maar in grote lijnen uit te werken. Maar wie echt iets nieuws wil, moet zijn visie wel in het openbaar verdedigen. Hij moet zijn troeven en tekortkomingen aan zijn opponenten laten zien en zal zich daarmee kwetsbaar moeten opstellen. Ook als hij toevallig toch weer eens verliest. Maar aan zijn eigen parochie kan een populist van alles beloven zonder schade op te lopen. Want voor dat forum hoeft Trump geen rekenschap af te leggen. Ze geloven toch al alles wat hij zegt. Ze geloven in zijn magische mythe van Make Americia Great Again (MAGA). En als het misgaat met hun Messias op aarde, dan hebben zijn tegenstanders hem wel natuurlijk verraden. De vele verdwaalde burgers die achter het Trumpisme aanlopen, bewijzen toch immers Trumps gelijk? Maar zou u in zo'n kokervisie willen geloven? Gelooft u nog in astrologie omdat het voor u en verblinde lotgenoten ooit eens werkte? Maar wat hebt u aan zo'n irrationeel geloof. Een zekert houvast, omdat zoveel andere hersenspoelde idioten er ook nog in geloven?

Een nieuwe algebra voor de mensheid

> Top <

Hoe ziet die nieuwe door Dane Rudhyar geproclameerde algebra voor een van top tot teen verdeelde mensheid er nu eigenlijk uit? Zal ze op een met anderen gedeelde democratische praktijk toepasbaar zijn? Of gaat het het zoveelste broodjeaapverhaal? Ik weet het beter. Klatergoud voor een enkeling zoals Donald Trump, maar geen Nieuw Testament voor de minder bedeelden. En waar is die nieuwe algebra eigenlijk op gebaseerd? Op de snelle associaties van een intuïtief denkend marktkoopman of op het moeizame gevecht met de gevonden feiten van normale wetenschappers? En natuurlijk bestaan er veel varianten, omdat we hebben aldoor te maken met nieuwe feiten en fictie. Niemand kan nu eenmaal alles weten, niemand is optimaal geïnformeerd. Alleen achteraf kan iedere stuurman aan wal het volgens de mediawetgeving beter weten. Maar ieder mediageniek voorval is niet wat het empirisch lijkt te zijn. Besef van context en rationaliteit zijn altijd van belang om de gevonden feiten in hun perspectief te kunnen interpreteren. Maar over dergelijke mindfullness beschikken populisten doorgaans niet. Ze nemen liever alles letterlijk op en ageren tegen de wetenschappelijke betweters. Waarom zouden die wel een recht hebben n om te bestaan, als mijn magistrale ego het woordenspel meteen al doorzie?t Weg ermee!

Met een goed rekenkundig model kunt u aanstaande gebeurtenissen voorspellen. En op basis van de beschikbare informatie kunt u beslissingen nemen (actionable information). Op zich hoeft zo'n beschrijvend model nog geen rationele verklaring te geven. En het model mag ook op een klein gebied toepasbaar zijn. Maar zo'n beperkt model van de werkelijkheid is wel een goed begin, dat later nog verder beproefd en verbeterd kan worden via beslissende experimenten.

Op zich is de beperking van het kennisveld niet iets waar astrologen zich voor hoeven te schamen. Alle deskundigen op een bepaald gebied krijgen ermee te maken. Want hoe geleerder u wordt, des te vaker zult u zich realiseren dat u maar weinig weet van uw vakgebied, laat staan van de rest van de wereld. Kiezen is verliezen en ook leren behelst veel afleren. Uw oude weten komt aldoor onder druk te staan, als u geconfronteerd wordt met nieuwe feiten. En steeds spelen zoveel onbekende factoren daarbij een rol. Zaken die u niet eens had onderzocht, zeg maar de blinde vlekken in uw wereldbeeld. En vaak weet u niet eens waar die gaten in uw wereldbeeld bestaan. Want wat u niet opmerkt, hoeft u ook niet te missen.

Maar Rudhyars aankondiging van een nieuwe algebra voor een algemeen weten dat nog nooit iets kon voorspellen, maar wel van alles achteraf meende te kunnen verklaren, heeft natuurlijk geen enkele nieuwswaarde. En ze heeft ook geen enkel maatschappelijk nut. Want iets beter denken te weten kan iedere stuurman aan wal. Ook al denkt die stuurman dit keer over een kosmische blik te beschikken. Maar gebrek aan bewezen nut, maakt dergelijke theorieën nog niet minder populair. Want degenen die de normale wetenschappelijke ontwikkelingen niet meer kunnen volgen, gaan toch wel weer bij astrologen en charlatans te rade. En typisch is de aanleiding daarvoor dat hen door toeval iets totaal onverwacht overkwam: Scheiding, ziekte, verlies van baan of dierbaren. Ineens leek de u vertrouwde wereld heel anders te zijn. En voor dat unieke voorval hadden al die deskundigen geen bevredigend antwoord voor Maar een astroloog kan zo'n uitzondering op de regel ineens wel voor u op maat verklaren. En dan wordt u ineens wakker (woke) en ziet u alles in een heel ander licht. Rara, hoe kant dit?

Astrologen pretenderen al eeuwen de toekomst te kunnen voorspellen met complexe symboliek. Eerst ging het om zeven wandelende sterren (planeten), nu zijn het er tien of veel meer als we de asteroïden ook moeten meetellen. En al die vermeende planetaire energieën kunnen vele gedaanten aannemen door hun tekenpositie en aspecten met andere sterren en huizen.

Want dat complexe geheel werkt ook nog eens diepgaand op elkaar in, zoals de vele spelers in een klassiek drama of detective. En voorspel dan maar eens wat de uitkomst van dat verhaal is. Wie is de dader? Wie was medeplichtig? Wat waren hun motieven en waar speelde toeval de belangrijkste rol?

Feiten zijn maakbaar. Machtige potentaten en kleine ego's kunnen het ene feit wel en het andere niet aan de wereld presenteren. En dat geldt ook voor regisseurs van een drama. Of voor de goochelaar van hiernaast.

De uitkomst van een misdaadserie voorspellen kunt u doorgaans niet. En dat maakt crimi's buitengewoon spannend Maar achteraf snapt u wel het hele verhaal. Want de dader bekende en toen viel alles op zijn pootjes in elkaar. U begreep het opeens. En de vragen voor later kwamen niet aan de orde omdat de misdaadserie u weer confronteerde met een nieuw mysterie.

Maar wat als de dader de gevonden feiten aldoor bleef ontkennen? Hoe zeker bent u dan van uw zaak? De film toonde u maar een fractie van wat er aldoor gebeurde. En daarom kunt u de Wie, wat, waar, wanneer, waarom en hoe vragen van journalisten niet beantwoorden. Alleen de bekentenis van de dader geeft u echt zekerheid. Maar wat als die verdachte - meer dan een aanname is het niet - de gevonden feiten aldoor ontkent? Want ook dat komt voor bij criminelen, despoten en politici. En dus ook bij uzelf!

Hoe zal het met mij in de toekomst aflopen? Dat weten astrologen natuurlijk niet. Want er zijn zoveel astrologische en niet door astrologie bepaalde variabelen in het geding. Maar ze begonnen er wel over te speculeren, stelden op een intuïtieve manier patronen in de sterren voor vast en baseerden daar wat regeltjes op. En op grond van die empirische feiten meenden proto-astrologen dat ze daarmee op zijn minst veel zaken voor u konden verklaren. Want zo werkt nu eenmaal in de gangbare astrologische praktijk. Via op basis van onze cumulatieve ervaringen astrologische speculatie (want meer is het niet) kunnen we astrologische zaken voorzien.

En die manier van zaken doen ging hen steeds beter af, naarmate ze zich minder met concrete aardse zaken gingen bemoeien, maar zich des te meer concentreerden op de unieke wetenswaardigheden van hun astrologische goocheltafel: Want uw horoscoop bleek over verborgen inhouden te beschikken, waar gewone mensen nog niets van af bleken te weten. De gelukkig wel over die hogere kennis beschikkende astrologen wezen u op voor u nog onbekende astrologische feiten die uw ervaringen ook heel goed konden verklaren en verbaasden u met hun fraai gevonden speculatie op maat. Dat kan toch niet waar zijn? Die miraculeuze verklaring vanuit de sterrenwereld paste precies bij uw persoonlijke levensverhaal.

Maar zo'n verhaal blijft nog wel een lokaal mirakel op een voor dit doel ontworpen astrologische goocheltafel. Een schijnbaar onwaarschijnlijk samenhang van gebeurtenissen die via een goocheltruc aan u wordt gepresenteerd. Want waaruit bestaat de truc van iedere goochelaar? Uit afleiding van de relevante feiten en suggestie bestaat die kunst. De goochelaar doet opzichtig iets dat volstrekt irrelevant is, doet ondertussen stiekem iets anders en geeft u slechts het nakijken, zoals u in het schilderij van de goochelaar (Saint-Germain-en-Laye) zo fraai kunt zien.

Maar laat ik een voorbeeld uit de astrologische praktijk nemen. Iets overkwam u dat de deskundigen niet afdoende konden verklaren. Niemand had uw whiplash letsel voorspelt, omdat de kans erop zo klein was. En niemand helpt u er snel vanaf. Dat maakt die gebeurtenis zo moeilijk voor u om te accepteren.

Het is net zoiets als uw particuliere whiplash letsel. U deed zo uw best om in het leven verder te komen en ineens komt er een hufter aan die u van achteren aanrijdt. U wordt boos en voelt zich verraden, maar dat gerede verzet helpt u nu niet. U bent immers geen Rambo of Wonder Woman. Al om u heen schietend komt u niet uit de misère. U krijgt er alleen maar meer hoofd- en nekpijn van. U moet dan op zoek gaan innerlijke rust. Maar die rust lukt niet op doktersrecept. Uw hoofd staat er niet naar. U zint nog steeds op wraak.

Maar als een astroloog uw whiplash ongeval wel weet te duiden en u er ook nog eens een spiritueel mens van kunt worden, dan beziet u dat ongeval vanuit een heel ander perspectief. Dat is de blijde boodschap van de astrologie. Ieder persoonlijk verhaal valt immers wel als bovennatuurlijk of als nogal wiedes te framen. Dat weet iedere psycholoog of politicus. Het klinkt toch weer heel anders dat een engel op uw schouder heeft voorkomen dat u om het leven kwam, dan dat een hufter u van achteren aangereden heeft. En zie hier de winst van een metafysische afdoende verklaring Toeval bestaat immers niet als hte u persoonlijk aangaat. Want u hebt daar al ervaring mee.

Die innerlijke ruimte ontstaat pas na wat psychologen loslaten noemen. Zoals uw hoofd wat leger wordt na een stevige wandeling zonder een beoogd doel. U raakt dan wat mentale ballast kwijt. Inclusief uw vermeende rol als held of redder van uw wereld. U denkt: Nu even niet. Laat mij maar gewoon maar even in het hier en nu zijn. En laat mij dan maar gaan. Uw wil geschiede. Het is goed zo.

Maar Dane Rudhyar heeft niet door dat het geen zin heeft om de uitzonderingen op de regels te verklaren, als hij het gedrag van zijn astrologische goocheldoos niet eens kent en erger nog, niet eens statistisch wenst te laten onderzoeken. En hij beseft niet dat het geen zin heeft complexe zaken te beschrijven, zonder met kansberekening rekening te houden. Want ook de interpretaties van de botsingen in deeltjesversnellers berusten nog steeds op statistiek. Maar de individualist Rudhyar is fel gekant tegen het gebruik van die statistische technieken, omdat ieder individu volgens hem zo bijzonder en uniek is. Empirici weten dat dit argument een onzinnige drogreden is, maar in die smoes gelooft ieder ego. En zeker het hogere moi van Mis Piggy uit de Muppet Show. En vaqn die gevonden feiten daar maken mannetjesmakers en intriganten natuurlijk volop gebruik van.

Maar zijn individuen empirisch of astrologisch gezien wel zo uniek? En wat bewijst dat? Zelfs iedere kogel heeft weer een andere geschiedenis, plaats en bestemming. En natuurlijk ook zijn eigen horoscoop met unieke transits. Maar zouden we daarom geen ballistiek meer kunnen bedrijven? Of sociologische uitspraken over hun schutters kunnen doen? Of individueel gedrag kunnen voorspellen? Of iets zeggen over het waterstofatoom in het algemeen? Natuurlijk wel. Dat is wat normale wetenschappers aldoor doen. En dat levert ons veel nuttige informatie op, gevonden feiten waar we gerede beslissingen op kunnen baseren. Maar beweren dat holistische systemen heel anders in elkaar steken en dat dan astrologische factoren een beslissende rol zullen spelen, is natuurlijk pure speculatie. Hoe zou u dat ooit aantonen? Dat lukt u niet met empirisch onderzoek.

Als u op de door Rudhyar gesuggereerde manier iets voorspellen wilt, dan hebt u een immens empirisch probleem. Want welke van de tien interacterende factoren in teken en huis zijn in dit complexe samenspel voor welke kwesties nu het meest relevant? Als u met alle astrologisch gezien potentiële effecten van 10 planeten in een verschillend teken en huis rekening moet houden, dan moet u al 144 tot de macht 10 is 3.833.759.992.447.475.122.176 combinaties zinvol van elkaar kunnen onderscheiden. Een empirisch onderzoek om de kenmerken van al die varianten empirisch vast te stellen lijkt ons een schier onmogelijke zaak. Daarom moeten astrologen wel vooraf en dus bevooroordeeld vaststellen welke planeten er in welke kwesties voor hen toe zullen doen. En dan maken ze gebruik van het is, zoals het is drogreden, waarvoor zij hebben geleerd. Want empirisch onderzoek waar een redelijke keus op gebaseerd zou kunnen zijn, ontbreekt. En het zal nog eeuwen duren voordat vriend en vijand van de onzinnigheid van uw vermetele Uranische stellingen op de hoogte kunnen zijn.

Wetenschappers zouden die beslissing baseren op de meest in het oog springende correlaties uit voorgaand empirisch onderzoek. En ze onderzoeken daarom liever niet teveel factoren tegelijkertijd. Ze prefereren het Keep it simple, stupid principe om de kans op denkfouten te verkleinen. Als uit eenvoudig empirisch onderzoek blijkt dat wolken regen kunnen voorspellen, zullen meteorologen vooral wolken bestuderen in plaats van theebladen of planeetstanden, waar die sterke correlatie met de gevonden regenval ontbreekt. En dat is natuurlijk geen onzinnige reductie van de werkelijkheid, maar juist een waardevolle concentratie op de relevante zaken, omdat wolken de enige bron van natuurlijke regenval zijn. Zonder wolken valt er geen regen. Op die manier weet een weerman waar hij naar moet kijken.

Ook astrologen moesten hun keuzen baseren op de ervaringen van hun voorgangers. Maar helaas beschikken ze niet over enig gedocumenteerd empirisch astrologisch onderzoek van waarde. Ja, ze weten dat op gezette tijden in het jaar regenseizoenen plaats vinden, maar die correlatie is veel minder sterk dan die van de empirisch gevonden wetmatigheid dat alleen vanuit de wolken regen kan vallen. Het enige houvast dat astrologen dan nog hebben, zijn de irrationele aannames van hun astrologisch symbolistische traditie. En volgens die traditie heeft iedere planeet haar eigen specialiteit en gedragen planeten zich braaf volgens de regels als ze van huis of teken verspringen. Enkele hypersensitieve personen met astrologische voorkennis schijnen dat al in hun lijf en leden te voelen, zoals sommige reumapatiënten wandelende weerstations lijken te zijn. Maar de regels van dat traditionele weten zijn na vele eeuwen van astrologische observaties nog steeds niet gebaseerd op goed gedocumenteerde empirisch onderzoek. Alle astrologische aforismen en zelfs de meest basale astrologische grondregels kregen daarom de status van bakerpraat.

Maar met behulp van die onbewezen aannames kan een astroloog of een computerprogramma nog wel iets over een individuele horoscoop zeggen, iets dat voor degenen die met astrologie opgegroeid zijn heel aannemelijk lijkt. Maar het spreekt vanzelf dat dit astrologische houvast wel een gedeeld geloof moet zijn, want niemand kan nu eenmaal al die gevallen controleren. Het geloof in zo'n astrologische basisstructuur is dus onmisbaar is om astrologie te kunnen bedrijven:

The important point in any type of astrology is the belief that everything displaying a steady organized structure relating a small number of functional activities to each other can be given a meaning in terms of the cyclic interplay of a few relevant and usable factors dynamically interrelated in the cosmic environment of that structure.

Maar zou u met dat eeuwige weten in pacht de talrijke astrologische aforismen even onbevooroordeeld kunnen toetsen na bestudering van een paar duizend horoscopen? Nee, nooit. Het zou logisch gezien al een gewaagde opgave zijn als u zich tot de drie belangrijkste astrologische factoren zou willen beperken. Stel dat iemand een boek zou willen schrijven over de 1728 (12^3) combinaties van Zon, Maan en Ascendant in teken. Natuurlijk moet hij eerst wel wat reële gevallen van al die combinaties kwalitatief bestuderen. En als de eerste Zon, Maan en Ascendent in Ram die hij aantrof niet agressief was, krabt hij zich achter de oren. Dat moet wel die beruchte uitzondering op de regel zijn. De astroloog besluit vervolgens per combinatie meerdere gevallen (n) te bestuderen, om de kans op uitzonderingen op de regel op basis van bemonsteringsfout te verminderen. Hij raadpleegt daarvoor een statisticus die hem adviseert minimaal voor np >10 te gaan, waarbij p de kans is om een bepaalde gebeurtenis aan te treffen. En hij vraagt aan zijn wijkagent hoeveel burgers in de stad nu eigenlijk bewezen agressief zijn. De wijkagent schat het in op één op de honderd, maar het verschilt nogal per buurt. De astroloog slaat dan weer aan het rekenen: Om zo'n drieeenheid in het Noordelijk halfrond te bestuderen op de factor bewezen agressief heeft hij op zijn minst 1728 (12^3) maal 2 (correctie voor snelrijzende tekens) maal 1000 gevallen per combinatie (np>10 ) nodig. Dat zijn maar liefst 3.456.000 te onderzoeken horoscopen. Maar zo groot was de door hem geraadpleegde Astrodienst databank nog niet eens!

Dat op de empirische praktijk gebaseerde astrologische basisboek werd dus niet geschreven. Want geen astroloog kan voldoende ervaring hebben opgedaan met al die varianten. En bovendien hield dat onderzoek ook nog niet eens rekening met de huisposities, andere planeten en hun onderlinge aspecten, die volgens alle astrologen ook nog eens van grote invloed zouden zijn. Om maar niet te spreken over de vele niet-astrologische factoren die dat plaatje ook nog eens kunnen verstoren. En als een Task Force van astrologen met man en macht jarenlang doorwerkte om dat onderzoek toch maar uit te voeren, dan zouden traditionele astrologen vanuit hun luie stoel de uitkomsten van dat gigantische onderzoek eenvoudig kunnen bekritiseren: “U bekeek maar een fractie van wat er in de hele horoscoop te vinden is. Elke unieke combinatie van Zon, Maan en Ascendant is toch weer anders. Wij hebben hier heel andere ervaringen mee opgedaan”.

Maar is dat ook het geval? Nee, natuurlijk niet. Vanuit hun vooringenomen visie hebben ze misschien gelijk, maar in de praktijk zal geen astroloog met al die factoren rekening kunnen houden. En dat geldt ook voor alle stuurlui aan wal die onderzoek bekritiseren met maar een beperkte kennis van zaken. Ze veronderstellen slechts wat. Bij gebrek aan beter verklaren astrologen daarom in de praktijk gewoon wat ze met hun astrologische algebra willen verklaren. En als ze genoeg indicatoren gevonden hebben in een complexe horoscoop houden ze ermee op. Dat ad hoc beleid noemen ze holisme, want dat verkoopt nu eenmaal beter dan het to put in my two-penny worth in een economie waar het doorgaans om het grote geld draait. Dat principe had Rudhyar wel goed begrepen.

The earliest reference to an analog of "two cents" appears in the lesson of the widow's mite in both the Gospel of Mark and the Gospel of Luke. In the biblical episode, several wealthy temple patrons donate large sums of money, but an extremely poor widow places just two small coins, i.e. her two cents, into the offering. She finds greater favor with Jesus than do the wealthy patrons, seeing that the widow gave all of her money to the Temple in Jerusalem while the wealthy patrons made little investment, leaving much money for themselves.

Maar wat was nu de alternatieve claim van Rudhyar? Nadat hij ruiterlijk toegaf dat de over eeuwen heen geaccumuleerde astrologische wijsheid “nog niet 100% accuraat” was (zo stelt hij onomwonden vast, maar nog geen 2 % lijkt me een betere waarde), zal met de nog nader te bepalen kennis van die tien planeten het hele plaatje van ieder individu natuurlijk wel te overzien zijn. Het gaat immers om deductie, oftewel conclusies trekken op basis van juist bevonden aannames.

More simply stated: the astrologer observes the interrelated motions of the closest factors in the cosmic environment of a particular locality on the earth's surface - i.e., the ten astrological planets - and having identified these planets with the most basic functions and drives in the total organism of a particular human being, he deduces from the interrelationships of the planets at a particular time what the interrelationships between the constituent parts of this human being will be.

Maar die astrologische aannames waren nu juist het probleem! Die zijn nooit behoorlijk geverifieerd. En dus stoelt uw deductie op drijfzand en vooroordeel. Tenzij u het Halleluja geroep in uw kerk als een bewijs voor de waarheid van uw verkondiging aanziet. Maar in de astrologische praktijk gaat het toch steeds weer om een veelvoud van astrologische hypothesen (leerstellingen), die niet in de empirische praktijk konden worden aangetoond. En zeker niet op een gangbare wetenschappelijke manier die rekening houdt met factoren als bias en de standard error. Hoezo bestaat toeval dan ineens niet meer? Is dat mystiek?

Waar statistici slechts iets algemeens kunnen zeggen over groepen, zouden astrologen met hun nog niet (sic) 100% accurate empirische kennis over de effecten en interacties van de tien planeten op alle mensen, het hele plaatje ineens wel kunnen overzien? Is dat aannemelijk? Is dat volgens de logica van de empirische statistische toetsen met een bepaalde p-waarde waarschijnlijk of is dat toch weer het zoveelste eind goed al goed verhaal uit de Donald Duck? Hoe flikt een holistisch denkend astroloog dat kunstje met tien planeten? De een ziet het als een creatief astrologisch standpunt en een ander noemt het ongebreidelde fantasie. Maar het lezen van een goed astrologieboek blijft zo gezien nog steeds wel een grappig en leerzaam tijdverdrijf:

This may sound very abstract to a fan of astrology who is told that he must beware of accidents or feverish complaints because Mars is now moving over his Sun in his natal sixth house; but I cannot see how astrology, especially natal and horary astrology, can be significantly justified in any other way. Only such an approach to the problem of the nature of astrology can explain why Jupiter, for instance, can refer to such diverse matters as wealth, authority, social prestige, good fellowship, a sense of self-righteousness, religious institutions, the condition of a man’s liver and solar plexus, or whether he is slim or fat, etc.

Daarna komen we weer in de gebruikelijke astrologische drogredenen terecht. Empirisch gezien is het niet te bevatten, dus moet het wel om een logische deductie gaan. En omdat het voor ons astrologen werkt, zal het wel om een correcte metafysische deductie gaan. Mars werkt Martiaans, Venus Venusiaans en logisch gezien gaat het zo verder, wat die empirici ook van dat geloof mogen denken. Maar is dat geen luchtig taalspel?

Het zijn drogredenen die de aanhangers van uw vrolijke astrologische leer vertrouwd in de oren zullen klinken, maar ze hebben geen enkele binding met de levenssituatie van de rest van de wereld. Het werkt alleen bij mensen die net zo malloot denken. En ook dat kan gebeuren als malloten zichzelf als een verlosser zien en via de sociale dwang en propaganda van hun volgers steeds meer aanhang verwerven. Zo zijn immers ook de grote religies en wereldmachten ontstaan.

Rudhyar ervaart dat de formules van de moderne kwantummechanica niet meer te bevatten zijn. En daarom moeten ze wel metafysisch van aard zijn.

When Einstein sought to reduce every basic activity and process in the universe to a universal formula, he was acting as a metaphysician. He was seeking to discover through the multiplicity of secondary phenomena a fundamental principle or formula of action, undertoning, as it were, all of the infinitely varied rhythms and modes of behavior found in the cosmos.

Het doet me denken aan de elektrische schakelaar van een gloeilamp, die voor de Middeleeuwse monnik Catweazle een als een toverstok werkte. En om die magische kunst helemaal te begrijpen, voegde Catweazle er nog wat toverspreuken aan toe.

Zie de tweede aflevering van mijn favoriete jeugdserie Catweazle - The Sun in a Bottle op circa 14h20 (5+2 =7) en zijn verbijstering hiernaast. Hé! of Huh? zeggen mensen dan.

Een Nederlandse taalwetenschapper stelde vast dat die kreet van verbazing terug te vinden is in alle geschreven en ongeschreven talen. Het is een universele hartekreet evenals het verrukte Aah geroep als iemand klaarkomt.

Het is daarom wel grappig - meer is het niet - dat Kabbalisten de vijfde letter van het Hebreeuwse alfabet (Hee) associeren met het getal 5. Vier is alles zei Pythagoras, wijzend op de al bekende vier windstreken, vier seizoenen en de voer hoeken van een simpel huis, maar 1+2+3+4=10/1 (of 4+1=5) is waar het om gaat. Het brengt ons in een nieuwe dimensie.

5. De hee is de vijfde letter van het alfabet met getalswaarde vijf.
De betekenis is 'venster', 'uitkijken', 'zien'. De oorspronkelijke vorm van de letter was het beeld van een biddende of roepende mens met opgeheven armen.

Zie ook mijn beschouwing van Type 5: De Denker of Waarnemer van het Sufi enneagram, dat in tegenstelling tot wat moderne enneagramdeskundigen beweren, wel degenlijk een relatie had met zowel de astrologie als de numerologie. Want het zijn non-binaire wijzen van zien. Die zienswijzen zijn niet vanzelfsprekend correct, maar ze willen wel verder kijken dan het gewone oog kan zien. En ze zijn welkome bemiddelaars voor het geval dat ons binaire en door emoties gekleurde reptielenbrein de controle overneemt. Het ongenuanceerde Wie niet voor mij is, is tegen mij wordt dan de gekozen strategie. Maar empirisch gezien ligt de waarheid meestal ergens anders en dus moeten we ook naar hogere dimensies van dat conflict probleem speuren.

Maar waar die scène met Catweazle me bovenal aan doet denken is het invloedrijke psycho-analytische boek De magische wereld van het kind van Selma H. Fraiberg. Daar verbaast het jonge kind zich erover dat zijn ouders zomaar uit zijn kamer (wereld) kunnen verdwijnen. Met de fysieke eigenschappen van een deur hebben ze nog weinig ervaring opgedaan en objectconstantie ontwikkelt zich maar moeizaam tussen het eerste en derde levensjaar. Het plots uit het zicht verdwijnen van zijn verzorgers is voor een jong kind daarom doodeng. Maar het kind lost het probleem van een complexe wereld die hij nog niet kan begrijpen op door die wereld dan maar als magisch op te vatten.

Onze hardnekkige neiging tot religie en bijgeloof zal ongetwijfeld wel in onze dierlijke genen vastgelegd zijn. Zonder een irrationeel gevoel van Hoop op zegen zal geen dier de door catastrofen bedreigde natuurlijke wereld in willen gaan. Het irrationele God is met ons levensinstinct is een noodzakelijke aanname om een kans in de schepping te wagen, ondanks de al eerder door uw gezin ervaren en dus weer te verwachten tegenspoed. En op een hoger plan, kan die drogreden ook voor een groep of staat gelden.

En zo kunt u de magische werking van de astrologie en theologie op ons geloof en volharding in gangbare ideologieën natuurlijk ook zien. Wat we niet kunnen zien of begrijpen is in ieder geval nog magisch op te vatten. Alle volwassenen worden geconfronteerd met zaken die hun de pet te boven gaat. En zij kiezen dan volgens psychologen liever voor een irrationele verklaring, dan dat ze ruiterlijk toegeven dat ze nog niet weten wat er aan de hand is. Want in het laatste geval kunnen ze niet veel anders doen dan afwachten en bij anderen te rade gaan. En die afhankelijkheid van anderen is op zich al doodeng. Zoals de waard is, vertrouwd hij zijn gasten.

Als die gerede angst toeslaat dan brengt ons ego afweermechanismen in stelling, die soms heel rationeel lijken te zijn:

Een afweermechanisme in de psychologie is een techniek of trucje die de geest onwillekeurig gebruikt om bepaalde driftmatige strevingen en verlangens en waarheden (realiteiten) die te veel angst of verdriet oproepen, uit het bewustzijn weg te houden.

Dan wordt het denken wat minder helder, maar als de angst weer zakt ontstaat er ruimte om alternatieve hypothesen te bedenken. En bij gebrek aan beter, moeten we dan weer aan de basis beginnen. Mensen stellen dan weer de grote filosofische persoons- en zijnsvragen. Wat is leven? Waar doe ik het voor? Waar wil ik heen? Hoe kan ik dat weten? En astrologen en andere quasi deskundigen vullen dat gat in de markt graag voor u in.

Zo ook Rudhyar, die geen moment aan zijn missie als astroloog twijfelt, nu ook weer de diepte in duikt. En hij sluit dan graag aan bij Einsteins uitspraak God dobbelt niet. Want was dat ook niet waar alle astrologen in geloofden? Toeval bestaat niet. Ik ben geen dom radartje in het geheel. Ik wil daar meer van weten. Met mijn geloof in de ene God, hogere wiskunde en astrologie in de hand, heb ik mijn leven beter onder controle. Dat irrationele geloof helpt u en uw naasten ongetwijfeld om de te verwachten tegenspoed in deze wereld mentaal beter te overleven. En ook volgens veel guru's is positief denken de oplossing van veel wereldproblemen.

Volgens het denken in analogieën mag je astrologie dan wel met kwantumfysica vergelijken. Ook al heeft de astroloog Rudhyar er geen notie van wat de kwantumfysica aan bewezen wiskunde en statistiek behelst. Maar zo werkt het magische denken in analogieën nu eenmaal. Op dezelfde manier als Einstein de dimensies van tijd en ruimte onderzocht, proberen astrologen al eeuwen de relatie tussen de microkosmos en de macrokosmos tot enkele metafysische principes te herleiden. Ze gingen Einstein dus al lang voor.

But this is really what astrology has attempted to do for millennia. It has sought to know that underneath the complexity of traits of human character and of types of natural events and processes of existence, one can distinguish a few basic qualities and patterns of relationships; and it has claimed that these few basic factors could be related to the simple motions and interrelationships of the main components of the solar system; i.e., of our closest cosmic environment. This is the fundamental fact about astrology. It implies a metaphysical concept; and the problem it poses must be answered at two levels: (1) Can one really reduce all human activities and traits of character to the cyclic interaction of ten variables, whatever these variables may be? (2) If so, is the ever-changing pattern produced by the periodical changes in the environment of our planet, Earth, a relevant indicator of the operations of these variables?

En die grote queeste beëindigt hij met het opnieuw stellen van de grote vragen: Kunnen we werkelijk alle menselijk activiteit en karaktereigenschappen reduceren tot de cyclische interactie van tien variabelen, wat die variabelen ook mogen zijn? En kunnen we periodieke planetaire veranderingen in de omgeving van de aarde hiermee correleren? Dat is de grote astrologische vraag. Is daar iets mis mee? Nee, op zich niet. Iets vragen staat vrij en iedereen mag overal over speculeren. Maar zo'n niet meteen uit de empirie af te leiden hypothese is maar het halve werk stelden we al vast in: Kunt u astrologie uit de boeken leren?

Maar sapere aude vertaalt als durf te weten, in de context van Horatius' Een goed begin is het halve werk betekent nog niet dat u uw fantasie op zijn beloop kunt laten. Want hypothesevorming op basis van de door u toevallig gevonden verbanden en/of morele principes is slechts een goed begin. Dat is uw Het zou wel eens anders kunnen zijn speculatie op basis van uw astrologische observaties. Maar er is ook goed gereedschap nodig om dat halve werk af te maken. Anders biedt u geen betere kwaliteit dan de geruchtenmachines van internettrollen en intriganten.
Wat bovenal nodig is, is een gedegen reality testing en fact checking. Dan gaat het om de vraag: Is dit gegeven Sein of gewenste Sollen op grote schaal het geval? Is die bewering een empirische regel? Is dat principe redelijk? Is dat de ervaring of wens van het volk of van een eenling? Daarvoor is kwalitatief en kwantitatief onderzoek nodig zoals bij een eerlijk gehouden democratische verkiezing. Meten is weten heet dat beproefde principe.

En daarom is het zo vreemd dat Rudhyar met alle macht het empirische onderzoek naar deze door hem gestelde vragen op afstand hield. Dacht die gevierde astroloog dat hij vanuit zijn leunstoel als een soort Astrologische Zonnekoning (L'état, C'est Moi) al die vragen voor het gewone volk kon beantwoorden? Wat zouden andere astrologen daarvan zeggen? Anderen afkraken is gemakkelijk, maar wat stelt Rudhyar daar tegenover? Onbewezen dogma's en een eigengereide mening. Hoe het werkt weten we niet, waarom het werkt weten we niet en we kunnen die tien planeten op allerlei manieren interpreteren, maar dat deze magie voor ons werkt, daarover zijn we het eens. Het is zoals het is. En zo ziet hij de horoscoop als een astrologische formule:

In other words, ten variables are considered sufficient to interpret and to attribute meaning to all past and present events and personal crises and to enable the astrologer to predict future developments. Moreover, the relatively simple formula which a birth-chart constitutes is said by the astrologer to define the very character of the "native" – even though human character is quite a complex affair! Obviously, it can only do so if the ten variables represents the basic qualities of existence which may manifest at any and all levels of human personality. We, therefore, are leaving altogether the scientific realm of quantitative measurements and in astrology we are operating in terms of the organic interplay between universal qualities or life rhythms. Each of these ten qualities – modified by their positions within frames of reference like zodiacal signs and natal houses – must, therefore, cover a multitude of cases. Mars can refer to any characteristic form of behavior, feeling-response, and mental activity which displays a "Martian" quality.

En is dat niet een fantastisch verhaal? Maar is die belofte ook niet het credo van alle gelovigen in iets? Maar hoe gaat u om met de minder bedeelden, de slaven en onnozele halzen die uw magisch realistische werkelijkheid anders zien? Begrepen zij het nog niet? Moet u hen opvoeden of juist met justitiële maatregelen aanpakken? Of zou u ook iets van hen kunnen leren?

Wist de meta-realistische schilder Dane Rudhyar dat hij met 12 tot macht 10 is 61.917.364.224 combinaties van tien planeten in teken te maken heeft? Een pointillist die voor ieder van die combinaties een klein stipje van een millimeter op het doek zette zou daar jaren mee bezig zijn. Met een miljoen stipjes per vierkante meter, levert dat 61.917,4 vierkante meter op, zeg maar ruim zes hectare of bijna negen voetbalvelden van 0,7 hectare. En dan wordt de holistische synthese van het hele plaatje toch wel een kwestie van smaak en voorkeur. Welke piepkleine stukjes van het geheel gaan we bestuderen en welke 99,99 % van de realiteit laten we buiten beschouwing? Laten we dat aan het toeval over of kiezen we hierin onze eigen weg? En dan hebben we nog niet eens gehad over hun huisposities en onderlinge aspecten, want dan wordt het wel een heel bijzonder multidimensionaal schilderij.

Een modern computerprogramma kan daar met behulp van het astrologisch symbolisme nog wel een grove uitdraai van geven, maar een gewoon mens kan al die factoren onmogelijk in zijn werkgeheugen vasthouden, laat staan tot een geheel integeren. Een empirisch onderzoeker die geen gebruik wenst te maken van het astrologische symbolisme, omdat het aantoonbaar op warrig geformuleerde vooroordelen berust, wacht dus een onmogelijke taak.

Maar ook Rudhyar heeft nog wel enig begrip voor aardse verhoudingen. Zo stelt hij dat als 60% van de generaals in een empirisch onderzoek een bepaald astrologisch kenmerk hebben, dat nog niet wil zeggen dat 60% van de jongelingen met die eigenschap later ook een generaal zouden moeten worden.

Thus, if a person born with Mars close to the midheaven of his birth-chart, it makes no sense at all to tell him that by temperament he should be, or will be, a successful military man. This would be a reversal of judgment, for even if 60% of all generals were proven to have Mars near their natal midheaven, it does not follow that 60% of the people having Mars near their midheaven should enter the military service, hoping for several "stars" on their uniform.

Rudhyar grijpt die open deur aan om aan te tonen dat niemand iets specifieks met een enkele kaartfactor kan voorspellen. Want zoals we al eerder bespraken, zouden we daarvoor veel meer relevante factoren moeten kennen. Pas na grootschalig onderzoek van allerlei relevante factoren konden artsen en psychologen hun individuele cliënten beter adviseren. Maar, zo houdt Rudhyar zijn lezers voor, astrologen brengen uw levensloop en karakter al met tien astrologische basisfuncties in beeld. Kwantitatieve feiten die voor grote groepen gelden doen er voor ons niet toe, want de kwaliteit en zin van uw individuele leven staat nu op het spel!

Astrology deals with individual persons; it is meant to help these persons to live a more harmonious and significant, a richer and fuller life. In pursuit of such a goal, quantitative factors are of little value, for what is at stake is the quality of each of the persons’ ten basic bio-psychic organic functions – the Sun function, the Moon function, the Mercury function, the Venus function, the Mars function, etc.

Rudhyar gebruikt opnieuw niet relevante teleologische argumenten met betrekking tot de aard en de doelstellingen van de astrologie, waar basale kennis over het proces van kennisvergaring via inductie volstaat. Het doel heiligt niet altijd de middelen. De op het etiket geplakte termen als “holistisch” of “karmisch zeggen bij astrologische producten nog niets over de kwaliteit van het product. Rudhyar begrijpt maar niet dat de correctheid van basale astrologische uitspraken, zeg Mercurius staat voor intelligentie, Mars voor assertiviteit, eerst maar eens empirisch aangetoond moeten worden, voordat we van goede astrologische producten kunnen spreken.

Maar Rudhyar spreekt niet voor een in logica en wetenschap geïnteresseerd publiek, maar voor een “astrologisch” denkend publiek. En dat publiek wenst alles, maar dan ook alles, in een astrologisch kader te beleven. Ook al staat dat empirisch gezien nergens op. Het is zoiets als een dominee die wereld in theologische krachttermen tracht verklaren. En dat is evenals het op rijm en ritme zetten van een gedicht natuurlijk best wel knap. Maar resulteert die theorie of dichtkunst ook in een hogere waarheid? Iets dat de gewone mensen nog niet kunnen inzien? Dat is maar weer de vraag. Want het hangt weer af van de correctheid van uw aangeleerde aannames.

Om die reden zeggen uw IQ en ervaring nog niets over uw wijsheid. Een klein kind kan de stand van zaken vanuit een tabula rasa visie vaak al beter zien dan grote ego's als Dane Rudhyar, die het veel beter denken te weten vanuit een kokervisie met wel tien planeten. Maar een narcistisch ego ziet dat anders. Die ziet slechts wat hij ìn wil zien en is trots op zijn oppervlakkige kennis van zaken. Zo ook Rudhyar:

The specific "genius" of astrology resides in the astrologer’s ability to relate every trait of character, every mode of behavior, every form of intelligence, every vital feeling-response to merely ten variables. The more complex human existence becomes, the more each of those variables has to be loaded with possible meaning – a process which seems to be in direct opposition to the ever more refined type of analysis developed by modern scientists so specialized that indeed they come "to know more and more about less and less."

Maar waar die was volgens Rudhyar die nog niet 100% correcte astrologische kennis op gebaseerd? Op het sluiten van de ogen met veel hoop, geloof en liefde voor de astrologie. Op het pathologisch ontkennen en bagatelliseren van de gevonden feiten, maar beslist niet op enig astrologisch bewijs. Want als het in de twintigste eeuw met snelle computers en grote databestanden al niet lukt om de astrologische code te kraken, dan is dat ook niet in de oudheid al voor u gedaan. En wat dan overblijft is een onnavolgbaar magisch denken. Net als bij de grappige Cruijffiaanse wijsheden, die door hun ambiguïteit van alles kunnen suggereren, maar waar u achteraf gezien alleen maar over kunt gniffelen. Het kan verkeren, zoals de Bredero al zei.

Bronnen

> Top <

Dane Rudhyar - Statistical Astrology and Individuality.

Dane Rudhyar: Astrological Mandala The Cycle of Transformations and Its 360 Symbolic Phases.

Dane Rudhyar - An Attempt at Formulating Minimal Requirements for the Practice of Astrology.

Het Filosofisch Kwintet: Wetenschap 12 juli 2020.

Astrology as divination.

Gaslighting:

Gaslighting is een vorm van psychologische manipulatie waarbij de pleger er, al dan niet bewust, op uit is het slachtoffer (tegenstander) mentaal te ontredderen. Dit probeert de pleger te bewerkstelligen door bij het slachtoffer twijfel te zaaien aan het eigen gezonde verstand. De gaslighter zal de werkelijkheid glashard ontkennen, of precies het tegendeel beweren van eerder door hem gedane uitspraken.
De term is afkomstig van de titel van het toneelstuk Gaslight (geschreven door de Britse toneelschrijver Patrick Hamilton, 1938) dat meermaals verfilmd is. De term wordt ook gebruikt in wetenschappelijke, psychologische literatuur en in de politieke journalistiek.

Rico Bulthuis over spiritisme, parapsychologie en astrologie . Stichting Skepsis.

Ineke Sluiter (nov 2015). Op zoek naar Socrates LUISTERBOEK. Een hoorcollege over een onverschrokken vragensteller uit klassiek Athene.

Jaap de Jong, Olga van Marion, Adriaan Rademaker: Vertrouw mij! Manipulaties van imago.

Xantippe - De boosaardige vrouw van Socrates | Historiek

Umberto Eco: Op de schouders van reuzen.

J.H. van den Berg: Metabletica of leer der veranderingen.

George Akerlof en Robert Shiller: De economie van list en bedrog: Hoe de vrije markt ons voor de gek houdt.

Frans H. Van Eemeren ,Rob Grootendorst et al : Fundamentals of Argumentation Theory.

Jean-Paul Sartre - Filosofie Magazine.

Tabula Rasa (Pärt) Zie ook: Björk interviews Arvo Pärt.

Psychologische Astrologie – Wikipedia

Marianne Notschaele-den Boer: Ik loop je astraal voorbij!

Trump woedend na uitspraak Hooggerechtshof over belastingaangifte | Buitenland | AD.nl

Dane Rudhyar Archival Project - Astrology, Wholeness, Music, Theosophy, Art - The Official Dane Rudhyar Web Site

Drogreden - Wikipedia

Alles over het bewijs in strafzaken…

What is Evidence-Based Astrology?

Notities Ollongren zichtbaar, 'positie Omtzigt, functie elders'

UNESCO Science Report

Wat ziet een hond? - Doggo.nl

Kurt Vonnegut: The shape of stories.

Verklarende beleidsdebat termen - Glossary of policy debate terms - qwe.wiki

Hocus pocus, pilatus, pas? Hoax! | Historiek.

Einstein had ongelijk: God dobbelt wel | Trouw.

De klimaatontkenners - Zembla - BNNVARA.





Filosofische noten

Edmund Husserl

> Top <

Rudhyar verwijst veel naar tussen haakjes gezette woorden als “realiteit” en “hond”. Die gewoonte om de realiteit tussen haakjes te zetten is een kenmerk van de fenomenologische methode van de Duitse filosoof Edmund Husserl, die ook in Rudhyars geboorteland Frankrijk grote invloed heeft gehad:

De fenomenologie (van Oudgrieks phainómenon 'het zichtbare', 'verschijning' en lógos 'rede', 'leer') is een filosofische stroming in de hedendaagse filosofie ontstaan op de grens van de 19e en 20e eeuw, die uitgaat van de directe en intuïtieve ervaring van fenomenen, en hieruit de essentiële eigenschappen van ervaringen en de essentie van wat men ervaart probeert af te leiden. Zij gaat dus niet uit van bepaalde vooronderstellingen en is vrij van theorieën die verschijnselen causaal met elkaar in verband wil brengen. Centraal staat de notie van intentionaliteit: het denken of de ervaring is altijd gericht op iets (anders).

Daar zit wel wijsheid in. Zo concludeerde Husserl dat ook de zogeheten objectieve natuurwetten uiteindelijk gebaseerd zijn op subjectieve ervaringen van menselijke onderzoekers. Ook al hebben mensen daar objectieve meetinstrumenten voor gebruikt. Maar een hond of computer die de kosmos exploreerde, zou daar misschien weer heel andere meetinstrumenten voor hebben gebruikt. En dan hebben we nog niet gesproken over de vele individuele persoonlijke voorkeuren binnen een soort. Zo kan iemand in tijd en ruimte normaal, bijziend of verziend zijn. Maar wie bepaalt de norm? Het gaat dus nooit om op zich zelf staande objectieve natuurwetten die individuen met de juiste kijk op het geheel wel eventjes objectief kunnen vaststellen.

De wereld van een bijziende myoop ziet er anders uit dan die van een normale of verziende hypermetroop. Een verziende kan een bijziende niet verwijten dat hij de wereld niet op de juiste wijze ziet. Ieder detail in verte scherp zien is ook niet ideaal ondervond ik, toen ik als bijziende ineens de juiste bril op kreeg. De grote wereld bleek veel te scherp te zijn voor mijn aan mist gewende ogen. En dat verwarde mij, maar na een tijdje raakte ik er wel weer aan gewend. Omdat ook voor mij belangrijke anderen de wereld op die manier zagen.

De door wetenschappers beschreven natuurwetten hebben een relatie met de mens. Het is onze natuur. Maar een plant of dier zou die natuur weer anders ervaren. Onze modellen van de werkelijkheid worden beschreven in termen die mensen kunnen begrijpen. Voor een hond zou dat een reukspoor in de tijd-ruimte kunnen zijn, maar mensen ervaren de wereld vooral visueel. En ze denken vanuit dat beperkte perspectief soms dat ze alles kunnen overzien. Maar niets is minder waar. U zag (h)erkende en waardeerde slecht uw beperkte visie op het geheel.

Sir Arthur Conan Doyle

> Top <

Wat maakt het verschil tussen een gewone idioot, een vakidioot en een verstandig mens? Het gaat om uw manier van denken. Bestudeer met die vraag in uw achterhoofd eens de citaten van de beroemde arts en detectiveschrijver Sir Arthur Conan Doyle op Sherlock Holmes on Deduction and Deductive Reasoning. Hieronder bespreek ik enige citaten van Sherlock Holmes en vergelijk ze met de pseudo-wetenschappelijke astrologische manier van denken.

De toekomst is per definitie onbekend. Maar op basis van onze ervaringen uit het verleden, kunnen we toekomstige gebeurtenissen voorspellen doen. Die voorspelbaarheid is vaak zo vanzelfsprekend dat u er vaak niet eens bij stil staat. Zo gedragen onze huishoudelijke apparaten zich meestal heel betrouwbaar tijdens, maar meestal ook nog lang na hun garantietermijn. En ook het gedrag van mens en dier is onder soortgelijke omstandigheden redelijk voorspelbaar. Toch spreken we hier van stochastische processen omdat we het nooit helemaal zeker kunnen weten.

Het verleden bevindt zich al achter ons. We hebben dan te maken met voldongen feiten. En gedane zaken nemen geen keer. Maar dat wil niet zeggen dat u hun geschiedenis nu al kent. Want de geschiedenis is geen dood fenomeen, maar leeft voort in het onmetelijke heden: Op iedere moment komen er weer nieuwe feiten boven water. En andere zaken raken in de vergetelheid. De geschiedenis leeft, maar u kunt er wel een dor beeld van maken. En zo kunt u in de verleiding komen om voorvallen uit het verleden te verklaren, terwijl u de relevante feiten uit het verleden nog niet eens kent. Een dergelijk afstand nemen van de gevonden feiten doen mensen soms om afstand van het verleden te nemen na scheiding en verlies. Dan zetten ze ergens een punt achter. Ze nemen dan afstand van iets. Maar het gebod om niet te oordelen bestaat ook niet voor niets. Want iedere conclusie is voorbarig zolang u nog niet over alle relevante feiten beschikt.

Een astroloog die vanuit zijn astrologische onderricht planeten als Mars en Saturnus al bij voorbaat als veelplegers ziet, heeft het veel gemakkelijker dan een rechter die het zich niet kan veroorloven om de verkeerde dader te veroordelen. Zo'n gerechtelijke dwaling ondermijnt de rechtsstaat. De (serie)moordenaar loopt nog vrij rond en een onschuldige passant komt in het gevang. Daarom is in het civiele recht iemand onschuldig totdat het tegendeel is bewezen. Wie stelt, die bewijst heet dat. Maar zo verloopt het niet altijd in een wereld waarin vooringenomen lieden de dienst uitmaken.

Het is de taak van de detective Sherlock Holmes om mysteries uit het verleden te ontrafelen. Hij moet dan vanuit het heden terugblikken over hoe de zaken zijn gegaan. Maar dat blijkt helemaal niet zo eenvoudig te zijn als een deel van de getuigen liegt omdat ze wat hebben te verbergen hebben een ander deel het niet meer zo goed weet. Wat zijn dan de gevonden feiten waarop een oordeel kunt baseren?

Simply Stated – Deduction is Reasoning Backwards.
“In solving a problem of this sort, the grand thing is to be able to reason backwards. That is a very useful accomplishment, and a very easy one, but people do not practise it much. In the every-day affairs of life it is more useful to reason forwards, and so the other comes to be neglected. There are fifty who can reason synthetically for one who can reason analytically… Let me see if I can make it clearer. Most people, if you describe a train of events to them, will tell you what the result would be. They can put those events together in their minds, and argue from them that something will come to pass.
There are few people, however, who, if you told them a result, would be able to evolve from their own inner consciousness what the steps were which led up to that result. This power is what I mean when I talk of reasoning backwards, or analytically.”

Holmes stelt dat gewone mensen maar weinig ervaring met het analytisch denken hebben opgedaan. Want in de praktijk denken mensen synthetisch: Piet en Truus zijn getrouwd. Daar zullen wel een kinderen van komen. Dat is het bekende verhaal. En die bekende scrips kan ieder op zijn eigen manier invullen. Optimisten voorzien een rooskleurige toekomst en zondaars herinneren zich een mislukt verleden. Op die die manier doen mensen op basis van eerder opgedane ervaringen verschillende uitspraken over de toekomst. En of die voorspelling uitkomt, dat zal later wel blijken. Vaak blijkt het wel te kloppen, want de vertrouwde roze of zwarte bril die u opheeft zet u niet zomaar af.

Maar een detective kan zo niet te werk gaan. Een wait and see beleid is bij een seriemoordenaar ongewenst en werkt al helemaal niet bij een incidentele moord. Om de dader op te sporen moet de detective een nog onvolledig gekende situatie uit het verleden reconstrueren aan de hand van bewezen feiten. Die puzzelstukjes kunnen op allerlei manieren gecombineerd worden om een verhaal te vertellen. Maar daarvan kan maar een versie correct zijn. Zolang de detective over te weinig materiaal beschikt, is er nog geen sprake van bewijsvoering. Het gaat slechts om hypothesen. En daarom moet de detective actief op zoek gaan naar ontbrekende schakels. Zonder gedegen bewijs zullen de advocaten van de verdachte gehakt maken van een incompleet verhaal. In een rechtsstaat wordt de verdachte dan vrijgesproken wegens gebrek aan bewijs, maar in een autoritair bestel kan het heel anders verlopen.

Het is een beginnersfout om datgene wat u pas geleerd hebt meteen in de praktijk toe te willen passen. Dat is zoiets als het etnisch profileren van de belastingdienst, waarbij op grond van de waarneming dat in bepaalde groepen fraude relatief meer voorkwam, die groepen extra in de gaten werden gehouden. Dat vooroordeel veroorzaakte een tunnelvisie met ongekend onrecht als resultaat. Maar veel meer mensen maken die denkfout. Ze trekken dan conclusies op basis van aan hen bekende factoren, feiten en meningen, zonder na te willen gaan of er niet andere informatie beschikbaar zijn, die hun conclusies zou kunnen weerleggen. En die is er natuurlijk altijd.

Do Not Theorize Before Gathering Data
“It is a capital mistake to theorize before you have all the evidence. It biases the judgment.”
“It is a capital mistake to theorize before one has data. Insensibly one begins to twist facts to suit theories, instead of theories to suit facts.”

Holmes stelt dat een detective over voldoende gegevens moet beschikken voordat hij kan theoretiseren. Een astroloog zou zeggen dat er niets te duiden valt zonder kennis van de ware toedracht en de hele horoscoop. Maar een detective weet niet van tevoren wie de dader is en ook de ware toedracht is onbekend. Er zijn slechts sporen die als aanknopingspunt dienen voor verder onderzoek. En uiteindelijk moet de detective met alle gevonden feiten niet alleen zijn theorie aantonen, maar ook alternatieve theorieën kunnen weerleggen zonder met andere maten te meten. Met voldoende dossierkennis zult u niet verrast worden als iemand met een alternatief verhaal aankomt. Want die versie van het verhaal hebt u als het goed is al lang en met goede reden verworpen. Maar nieuwe feiten die met de oude hypothese onverenigbaar zijn kunnen natuurlijk wel ieder verhaal ontkrachten.

Een belangrijke factoren waarmee u altijd rekening moet houden is toeval. Hoe zat dat ook alweer? Als u driemaal achtereen een zes gooit, zou u moeten weten dat die dobbelsteen ook nog vijf andere zijden kent. De kans op driemaal een zes is maar 1/216 (0,46%) en de kans dat die dobbelsteen vals is, lijkt op dat moment veel groter dan verwacht. Maar is die dobbelsteen dan ook vals? Logisch gezien heeft die dobbelsteen de schijn dan tegen, maar empirisch gezien is dat zelden het geval. Hoe komt dat? Omdat dobbelstenen zich op korte termijn grillig gedragen. Die eigenschap maakt dobbelen leuk. Dobbelstenen met onafhankelijke kansen gedragen zich anders dan het weer. Het weer van morgen hangt af van het weer van vandaag en gisteren. Maar een dobbelsteen trekt zich niets van de dagkoersen aan. En daarom is de kans dat u na een vierde worp géén zes aantreft opnieuw 5/6 of 83,33 %. En als dat gebeurt zal dat de bewijsvoering voor een valse dobbelsteen flink ontkrachten.

Maar wat heeft die dobbelsteen te maken met ons onderwerp? Dat heeft te maken met de kansberekening van de bemonsteringsfout. Stel er zijn zes verdachten in de speurtocht naar een dader. Maar in uw onderzoek wijzen de eerste drie door u gevonden feiten meteen op verdachte A. Is dat dan toeval of niet? Als amateur detective zou in de verleiding kunnen komen om dan niet meer naar andere daders of oorzaken te zoeken. Want toeval bestaat niet. Maar dat is een kardinale denkfout volgens Sherlock Holmes. En het levert ongekend onrecht op als uw onderzoek niet objectief was, maar vanuit een bepaalde tunnelvisie plaats vond. Bijvoorbeeld omdat de tip van het gevonden bewijs tegen verdachte A van verdachte B afkomstig was. Maar hoe wist verdachte B daarvan?

Do Not Reason From Insufficient Data
“Data! Data! Data!” he cried impatiently. “I can’t make bricks without clay.”
“I had,” he said, “come to an entirely erroneous conclusion, my dear Watson, how dangerous it always is to reason from insufficient data.”

Over het speculeren met gebrek aan data ging The plumbers story. Maar ook de kwaliteit van uw observaties is van belang. Daarom is een goede verslaglegging van de feiten en omstandigheden essentieel. Gaat het om van horen zeggen wijsheid, getuigenissen of om reproduceerbare waarnemingen? Alleen goed gedocumenteerde zaken kunnen rechters onderzoeken en beoordelen. Maar met meningen of van horen zeggen wijsheid kunnen rechters weinig aanvangen. En met de door astrologen aangetroffen verbanden kan doorgaans niemand wat. Pas als veel grensgevallen opvallend vaak naar een bepaalde persoon of planeet wijzen, dan vinden we misschien de seriemoordenaar. Maar daarvoor moet u wel kennis van zaken hebben. En dus ook veel kennis van de bemonsteringsfout.

Data
“There is nothing like first-hand evidence.”

Bewijs uit de eerste hand is afkomstig van mensen die er zelf bij waren. Soms waren ze medeplichtig, soms waren het toevallige passanten. Medeplichtigen en daders hebben goede redenen om de waarheid te verdoezelen. Maar de onschuldige passanten en door emoties bevangen slachtoffers hebben vaak minder goed opgelet. Ze zagen misschien iemand snel wegrennen, maar hoe zag die man of vrouw er ook al weer uit? Als u niet van tevoren wist dat u later gehoord zou worden hebt u vast niet zo goed opgelet. Laat staan dat u, zoals een professionele journalist of agent betaamt, meteen al aantekeningen van dat voorval hebt gemaakt. Maar die getuigen zaten er wel dicht op toen dat voorval zich voordeed. Ze zagen met eigen ogen wat er gebeurde. Daarom blijven getuigen zo belangrijk in een justitieel onderzoek.

Maar mensen zijn niet zulke goede waarnemers. Ze verwarren gemakkelijk hun interpretaties met de waargenomen feiten en herinneringen vervagen snel. Een detective zal dus een getuige in een zo vroeg mogelijk stadium willen ondervragen, waarbij alles wat die getuige daadwerkelijk heeft gezien en ervaren vastgelegd moet worden. Want ook ogenschijnlijk triviale details kunnen later in het onderzoek van wezenlijk belang zijn. In grote lijnen kan een door u verondersteld verhaal wel kloppen, maar de details moeten ook kloppen. DNA sporen kunnen zowel de puntjes op i zetten, maar ook een op het eerste gezicht compleet verhaal volstrekt weerleggen. De gevonden associaties tussen een gevonden oorzaak (kogel in het lijf) en het ogenschijnlijke gevolg (dood) kunnen ijzersterk lijken, maar misschien overleed het slachtoffer wel een dag eerder aan een hartaanval. En daarom zal een rechter altijd met de rapportage van de lijkschouwer rekening moeten houden voordat hij iemand op basis van een al dan niet valse getuigenverklaring veroordeeld tot moord.

Notice Trifles
“You know my method. It is founded upon the observation of trifles.”
“It has long been an axiom of mine that the little things are infinitely the most important.”

Maar hoe gaan astrologen om met triviale details om? Op een astrologische manier. Wat behelst dat? De meeste astrologen letten heel goed op hun nog niet 100% correct bevonden astrologische zekerheden, maar sluiten zich voor de door empirici gevonden feiten af. Want die zijn voor hen veel te banaal. Astrologen beschouwen slechts de uitkomsten van hun astrologische kokervisie als relevant. En ze proberen u daarvan te overtuigen met astrologische algoritmen uitgevoerd op een astrologische goocheltafel, zodat u met uw eigen ogen kunt aanschouwen waar het astro-logisch gezien om gaat. Over degelijke kwesties ging: Wat verwacht u aan te treffen?

Het trekken van conclusies op basis van momentopnamen binnen een suggestieve context is een bedrieglijke bezigheid. Dat weet iedere illusionist en goochelaar, die u steeds weer kan laten zien dat niet alles is zoals het lijkt. En zeker niet als die illusionist de voorwaarden van zijn verbijsterende experiment in zijn eigen laboratorium en model van de werkelijkheid kan bepalen. Dan wordt het experiment net zoiets als handelen met voorkennis. Het verstoort de echte markt. En dat gemanipuleer met de gevonden feiten levert de marktverstoorder onverdiend profijt op.
Om dat te voorkomen is het in de wetenschap gebruikelijk om dergelijke experimenten over te doen in andere laboratoria op een voor iedereen navolgbare manier. Zodat anderen kunnen nagaan of uw ideeën over hoe de wereld in elkaar steekt nog wel kloppen. Achter de gesloten deuren van het heilige der heiligen, mogen priesters hun kunsten vertonen, maar in de empirische wetenschap moet in principe iedereen mee kunnen kijken. Dan kan iedereen nagaan of die principes vaak genoeg kloppen om er in de toekomst nog op te kunnen rekenen. Nog mooier wordt het als ingenieurs praktische toepassingen voor empirische wetten bedenken. Als uw auto als een tierelier rijdt zal het met de thermodynamica wel snor zitten: The proof of the pudding is in the eating zeggen de pragmatische Britten dan.

Daarom sprak ik van de horoscoop als een astrologische goocheltafel, waar schijnbaar van alles gebeurt zonder dat het relevant is voor de empirische praktijk. Het kan hoogstens uw individuele visie op het geheel begoochelen. Daar ging het over in Wie stelt die bewijst in de wetenschap en in de astrologie:

In de wetenschap en de rechtspraak wordt terecht getwijfeld aan de objectiviteit en de nauwkeurigheid van de menselijke waarnemer. Mensen zien maar een klein deel van het geheel en ze doen dat ook nog eens op een vervormde manier. Hierbij spelen onze beperkte zintuigen, beperkte ervaring en complexe conditionering een belangrijke rol. Daarnaast hebben mensen ook nog eens allerlei persoonlijke voorkeuren en belangen.

Helder zien is lastig als u nog veel aan persoonlijke voorkeuren en belangen hecht. Want dat gehecht zijn aan iets leidt onvermijdelijk tot vooroordeel en kokervisie. Het kleine ventje uit het sprookje van de onzichtbare kleren van de keizer zou u er meer over kunnen vertellen. Dat ventje werd door zijn ouders waarschijnlijk achter het behang geplakt en opgevoed met betere ideeën. Om hem voor schade en schande in een gekromde ruimte te behoeden. Want die keizer was nog steeds aan de macht en list en bedrog regeren nog steeds de wereld. Goed werkende rechtsstaten zijn in de minderheid.

In moderne totalitaire staten hebben grote leiders als Xi Jinping en Putin goed bedoelde heropvoedingskampen ingericht om dolende onderdanen te onderrichten. En dat is ook heel logisch en begrijpelijk vanuit hun beter wetende visie. Als niet voldoende burgers massaal met hen meedoen, hebben ze een probleem. Dan gaan anders denkenden de door Mao en Stalin bedachte visie op de staat ondermijnen. De geest is uit de fles als iedereen er anders over denkt. Dan valt het hele bestel uiteen met desastreuze gevolgen voor het geheel. En dan zijn al die manjaren van staatspropaganda en onderdrukking voor niets geweest...

Obvious Facts Can be Deceptive
“There is nothing more deceptive than an obvious fact.”
Don’t Just See, Observe!
“The world is full of obvious things which nobody by any chance ever observes.”
‘You see, but you do not observe. The distinction is clear.’

Zag u in het schilderij van de goochelaar de man in priestergewaad aan de linkerkant? Hij wendt zijn hoofd naar de hemel, maar ondertussen betast hij met zijn rechter hand de geldbuidel van de verbaasde man. Misschien zag het kleine ventje dat gebeuren, maar het begoochelde slachtoffer had dit niet door. En misschien werd de bedrogene na dat gebeuren ineens wel spiritueel. Omdat hij die dag iets bijzonders zag: Een magische wereld. U kunt het plaatje langdurig bestuderen, maar er zijn altijd weer nieuwe details te zien waar u nog niet op had gelet. Een goochelaar let immers weer op andere dingen dan een zakenroller. Een astroloog bestudeert andere feiten dan een rechter en ga zo maar door. In Survival of the fittest versus mindfulness schreef ik daar al over:

Ook uw hersenen verwerken aldoor enorm veel informatie. Inwendige en uitwendige receptoren stellen op ieder moment miljarden potentiële gewaarwordingen vast, maar u wilt alleen geïnformeerd worden over wat er in uw hier en nu echt toe doet. Dus niet over de jeuk bij uw kleine rechter teen tijdens een functioneringsgesprek, maar wel over de subliminale pijn die aangeeft dat u zult doorliggen als u zich niet tijdig omdraait. Daarom wordt u in u slaap regelmatig door uw reptielenbrein gewekt, maar merkt u de voetschimmel bij uw teen pas veel later op. Tenzij u een geboren hypochonder bent, want dan hebt u weer andere prioriteiten.
En aldus zal ook een ervaren vogelaar, astroloog of apendeskundige soms zaken zien die de gemiddelde Studio Sport liefhebber niet ziet.

Als ik u vraag wat de kleur van de stoel is waar u nu op zit, dan zult u het vaak niet weten. Waarom niet? Omdat het voor u een triviaal detail is. Misschien zat u al jaren op die stoel, zonder dat er iets bijzonders mee gebeurde. Maar jonge ADHD-ers, die ieder detail in mijn artsenkamer gefascineerd bestudeerden, zouden de kleur van mijn stoel wel direct opmerken. Over triviale details konden ze me van alles vertellen, maar over wat ik in hoofdlijnen met hen besprak hielden ze de aandacht minder goed vast. Terwijl ze echt van goede wil waren en er niet op uit waren om alles uit zijn verband te rukken zoals emotionele mensen vaak doen. .

Avoid Emotion
“Detection is, or ought to be, an exact science, and should be treated in the same cold and unemotional manner.”
‘The emotional qualities are antagonistic to clear reasoning.’

Over de rol van emoties in selectieve aandacht schreef ik al vaak. Emoties kleuren uw waarneming en vertroebelen het denken. Een naar objectiviteit strevende detective of rechter mag zich niet door emoties laten verblinden. Slechts de gevonden feiten mogen tellen. Maar zonder emoties kunnen mensen niet bevlogen leven. Wat u ter harte gaat, is van belang. Het is uw bron van inspiratie. En daar zou een door computer algoritmes bestuurde kunstmatige rechter maar weinig van begrijpen. Emoties en gevoelens bepalen uw betrokkenheid met uw doeleinden. Ze bepalen de zin van uw leven. Zo wil een rechercheur een einde maken aan een reeks verkrachtingen. En dat is weer wat anders dan het wait and see beleid van een bioloog die het paringsgedrag van insecten in een laboratorium bestudeerd.

Op basis van kennis van zaken en door emoties gestuurde voorkeuren maken mensen keuzen. En om te begrijpen wat mensen beweegt is het belangrijk om zowel hun begrip van de wereld, motieven en emoties te doorgronden. En daar is inlevingsvermogen voor nodig. Empathische gevoelens als liefde en mededogen zijn op de buitenwereld gericht, maar blinde driften zijn minder specifiek. Haat en nijd zeggen vaak meer over onze beeldvorming dan over de ander. Maar iemand die vanuit liefde en mededogen handelt, zal niet blind willen handelen. Die beseft dat hij de wensen en verlangens van een ander zal moeten respecteren.

Wat hebben liefde en mededogen te maken met de astrologie? Van alles. U beschikt als astroloog misschien niet over de correct gerectificeerde geboortehoroscoop van uw cliënt en alle relevante data, maar u wilt daar wel het beste van maken. En u concentreert zich dan op die vitale gevonden feiten die er volgens u nu toe doen. En bij het volgende consult leest u weer wat anders uit de horoscoop. Daar kunnen u en uw cliënt immens veel van leren.

Recognize Vital Facts
“It is of the highest importance in the art of detection to be able to recognize, out of a number of facts, which are incidental and which vital. Otherwise your energy and attention must be dissipated instead of being concentrated.”

Wanneer spreken we van een vitaal gegeven en wanneer is iets triviaal? Iets is vitaal als dat er volgens een bepaalde logica toe doet. Maar welke logica is dat? Welke logica is gepast? Dat is is voor mij een open vraag. Hoe iemand iets als vitaal of triviaal beleeft hangt af van zijn gemoed, motivatie en wereldbeeld en die kunnen van dag tot dag verschillen. Voor een astro-loog kan een Mars transit op een bepaald moment van vitaal belang zijn, maar een psycho-loog of socio-loog kijkt weer naar andere zaken. En zoals gezegd kunnen uw gemoed, motivatie en wereldbeeld per dag verschillen. Zo zult u op een sombere dag weer anders naar de gevonden feiten kijken dan op de dag dat u mazzel heeft. Maar welke visie op de gevonden feiten is dan correct? Welke logica is gepast? Of gelden er meerdere principes op zo'n dag?

Een professionele waarheidszoeker als Sherlock Holmes kan zich niet door de waan van de dag laten misleiden. Maar wat is voor een waarheidszoeker dan wel een vitaal of triviaal feit? Welke criteria gelden? Voor Sherlock Holmes geldt net als voor normale wetenschappers het juridische principe wie stelt, die bewijst. Want het is uiteindelijk een onafhankelijke rechter die de bewijsvoering beoordelen moet. Er is iets gebeurd. De feiten en omstandigheden van dat voorval worden zorgvuldig gereconstrueerd voor zover dat mogelijk is. En daaruit moet dan duidelijk worden wie waarvoor verantwoordelijk was.

Maar de geschiedenis is geen film die u even kunt terugdraaien. En als er beeldmateriaal aanwezig is, dan is dat zelden vanuit het juiste perspectief opgenomen. Want criminelen zijn ook niet gek. De bewakingscamera filmde de vermomde verdachte op de rug of een door de censuur vrijgegeven propagandafilm blijkt toch niet zo objectief te zijn. In een rechtsstaat moet een officier van justitie met een team van rechercheurs dus veel werk verrichten om de rechters of jury te overtuigen.

Maar er bestaan ook landen waar geheime diensten het voorwerk al voor u doen. Ze toveren het benodigde bewijsmateriaal knap tevoorschijn en ruimen de tegenstrijdigheden vakkundig op. En dan wordt de veroordeling van een staatsvijand een simpel hamerstuk. En zo bestaan er ook holistisch denkende gemeenschappen op het internet, die de Moenteqieus scheiding der machten niet meer nodig vinden. Omdat toch alles met alles samenhangt.

Eliminate the Impossible and What Remains Is Truth
“Eliminate all other factors, and the one which remains must be the truth.”
‘…when you have eliminated all which is impossible, then whatever remains, however improbable, must be the truth.’

Het onmogelijke elimineren op basis van tegenstrijdigheden is altijd een goed idee. De verblijfplaats van de verdachten natrekken ten tijde van de moord is het eerste wat een rechercheur moet doen. Met een goed alibi kunt u niet de dader van een fatale messteek zijn. U kunt hoogstens opdracht tot die moord gegeven hebben, maar dan moet justitie dat wel eerst bewijzen. Maar zonder een goed alibi, heeft de verdachte weer wat uit te leggen.

Politici die een verkooppraatje houden, weten dat hun toehoorders niet van tegenstrijdigheden houden. De meeste mensen willen vooral horen wat ze willen horen, ook al rammelt die boodschap aan ale kanten. Maar een afwijkend verhaal moet wel kloppen als het bij hen aan wil slaan. Alleen een cabaretier of dichter oogst applaus met paradoxen. Maar anders concluderen mensen bij ongerijmdheden terecht dat iets niet klopt. En dat is natuurlijk ook het geval. Politici vertellen u nooit het hele verhaal. Wie eigenlijk wel? Want bij iedere stuntelige poging om alle mitsen en maren van een complex proces te verklaren zullen de toehoorders snel afhaken. En dus beperken ze zich tot de hoofdzaken en beperken ze zich tot enige saillante details. Maar ook niet teveel details, want hoe concreter u bent, des te vaker zal iemand u vanuit zijn eigen persoonlijke ervaring tegenspreken. Voor mij geldt dit grote verhaal niet. En voor wie nu eigenlijk wel? Ieder verhaal is toch weer een combinatie van feit en fictie. Om twijfel te voorkomen vegen ervaren sprekers ongerijmdheden het liefst onder de mat. Ze doen ze hoogstens af met een grapje en gaan dan weer rustig verder met hun betoog. En als de gepresenteerde feiten dan goed met elkaar rijmen is het publiek tevreden met die visie op de werkelijkheid. Het oogt dan als het perfecte verhaal waar ze zo behoefte aan hadden.

Maar kan een onafhankelijke rechter of onderzoeker met perfect passende verklaringen tevreden zijn? Nee, natuurlijk niet. Als een verhaal te goed in elkaar zit, zal het ook wel niet kloppen. Het is dan te mooi om waar te zijn. Omdat het in de praktijk zelden om een hamerstuk gaat. En zeker niet als verschillende getuigen iets anders verklaren. Dat kwam Wie stelt die bewijst in de wetenschap en de astrologie al ter sprake:

In de rechtspraak zien we regelmatig dat verschillende getuigen andere verhalen vertellen. Als twee getuigen elkaar tegenspreken hebben we een duidelijk probleem. Maar is dat probleem opgelost als een van de twee getuigen zich terugtrekt of wordt omgelegd? Nee, natuurlijk niet. We zien zoiets ook als er verschillende stromingen binnen een pluriforme partij bestaan. Als de buitenwereld duidelijkheid wil en de partij keuzes moet maken, wordt na stemming van leden een compromis bereikt. Hierdoor verdwijnt de onenigheid binnen de partij tijdelijk wat uit zicht, maar die is daarmee nog niet verdwenen. Het symptoom werd bestreden, maar de oorzaak niet. Want ook een democratisch gekozen compromis is nog steeds het resultaat van een beperkte visie op de werkelijkheid. In een later stadium zal ze steeds weer moeten worden herzien. En zo gaat het ook in iedere levende empirische wetenschap. Alleen de dogma's van antieke geloven worden niet herzien.

Het Sherlock Holmes citaat Elimineer het onmogelijke en wat overblijft is de waarheid, kan in een dictatuur of maffiastaat vrij eenvoudig worden misbruikt. Dan nemen dictators en maffiosi de tekst wat al te letterlijk, zonder door te hebben dat er groter verhaal dan hun eigen verhaal bestaat. Maar helaas geloven veel onwetende volgers nog steeds in dat beperkte verhaal. Laat ik u een simpel voorbeeld hiervan geven:

De ex spion Vladimir Putin probeerde zijn onmogelijke opponent Aleksej Navalny op allerlei manieren tevergeefs te vergiftigen. Die laatste door Putin slechts dubbelzinnig ontkende moordaanslag mislukte, maar Navalny werd alsnog opgepakt en in een strafkamp opgesloten. Omdat hij zich volgens zijn Kafkaiaanse aanklagers niet tijdig bij de Russische justitie had aangemeld, aangezien hij toen nog herstelde van een moordaanslag in Rusland in een Duits hospitaal. Hoe kreeg Putin dat in een rechtstaat onmogelijke scenario voor elkaar?

Putin beschikte blijkbaar over genoeg volgers in het parlement, de media en andere sleutelposities om die poging tot moord te verheimelijken voor een niet meer in gerechtigheid gelovend cynisch publiek. De stemgerechtigde Russen werden niet geïnformeerd vanwege Putins censuur en het buitenland moest toch met Putin verder.

In Wisselvallige Wetenschap: De Deductieve Detective van 7 april 2013 merkt blogger Kirsten terecht op dat een eliminatiemethode nog geen deductie hoeft te zijn. Deductie werkt alleen binnen een logisch systeem waarvan u alle eigenschappen al kent. En voor dictators in gesloten totalitaire systemen lijkt dat het geval te zijn, want zij bepalen net als goochelaars de regels van het spel. Ze bepalen wat u wel en niet kunt zien. Ze bepalen het totalitaire plaatje. De bekende drogreden Wie niet voor mij is, is tegen mij is dan ook het motto van de paranoïde heerser. Het standpunt van de vijand kunt u dan beter niet inzien. Want alleen gerede twijfel maakt u al verdacht. In dergelijke dictaturen kan een seriemoordenaar als Putin dus aan de macht blijven, terwijl degenen die daar bezwaar tegen maken opgesloten worden in lugubere gevangenissen, waar ontmenselijking, moord en verkrachting aan de orde van de dag zijn.

Als u bij een dobbelsteen slechts de waarden één tot en met vijf aantreft, dan moet u de zes wel gemist hebben. Dat is een kwestie van deductie, want u weet dat de dobbelsteen zes vlakken heeft. En als er eerst zes oppositiepartijen waren en later nog maar twee, dan zijn de vier andere partijen blijkbaar juridisch gezien uitgesloten. Maar is dat toeval rechtmatig of geloofwaardig in een democratie? Wat is er dan aan de hand? En met welke p-waarde?

Hoeveel oorzakelijke factoren kunt u uitsluiten voordat u in een aan u onbekende situatie tot waarheidsvinding komt? Wanneer kunt u zeggen dat iets geen toeval meer kan zijn? U kunt slechts redelijk iets zeggen over p-waarden als u de aangetroffen situatie kent. Bij een twaalfzijdige dobbelstenen is dat het geval, maar niet bij een crime scene waarin u de rol van alle betrokkenen nog niet kent. En dat levert veel meer complexiteit en onzekerheid op dan bij de tien planeten van Dane Rudhyar. Hoe zou u dan ooit een moord kunnen oplossen?

Wie Putins en Stalins smerige streken daarmee astrologisch astrologisch kan verklaren is voor mij een held. Maar vertel me dan ook hoe die lieden aangepakt moeten worden. Want astro-logisch een detail verklaren is een ding, maar onverwachte gebeurtenissen vooraf voorspellen is wat anders. En dat geldt ook voor het bekende gelijk hebben en gelijk krijgen dilemma, die gladde jongens als Putin steeds weten te misbruiken, door bewijslast te creëren of te laten verdwijnen.

Zodra onzekerheden een rol gaan spelen, hebben we niet meer te maken met de logische wetten van deductie, maar met de op kansen gebaseerde wetten van inductie:

Socrates was een Griek (premisse)
De meeste Grieken aten vis (premisse)
Socrates at vis (conclusie)

De astrologische duidingen die Rudhyar meent uit te kunnen voeren - met nog nog niet honderd procent zekerheid omtrent de astrologische basisprincipes - behoren dus ook tot de categorie inductief redeneren. Maar zonder kennis van de effectgroottes en betrouwbaarheidsintervallen van die veronderstelde astrologische effecten is die duiding niets waard. Het gaat dan om op vooroordelen berustende speculatie, die doorgaans gemakkelijk te weerleggen is.

Piet is een ram (premisse)
Veel rammen zijn agressief (dubieuze premisse)
Piet is agressief (conclusie)

Voor de aanhangers van dat geloof is het een nogal wiedes verhaal, een simpele kwestie van deductie. En als het niet uitkomt vinden ze er wel astro-logisch gezien goede redenen voor. Dat bespraken we in The Wisdom Hierachy:

Ask astrology researcher Rudolf Smit, citing the astrologer David Hamblin, who questioned the biased way of thinking of his peer astrologers:
If I find a very meek and unaggressive person with five planets in Aries, this does not cause me to doubt that Aries means aggression. I may be able to point to his Pisces Ascendant, or to his Sun conjunct Saturn, or to his ruler in the twelfth house; and, if none of these alibis are available, I can simply say that he has not yet fulfilled his Aries potential. Or I can argue (as I have heard argued) that, if a person has an excess of planets in a particular sign, he will tend to suppress the characteristics of that sign because he is scared that, if he reveals them, he will carry them to excess. But if on the next day I meet a very aggressive person who also has five planets in Aries, I will change my tune: I will say that he had to be like that because of his planets in Aries.
This could be a classic example of the Look-elsewhere effect and fallacy:
The look-elsewhere effect is a phenomenon in the statistical analysis of scientific experiments where an apparently statistically significant observation may have actually arisen by chance because of the sheer size of the parameter space to be searched.

Maar bij justitie hoeft u niet aan te komen met een dergelijke redenatie. Zou dat wel het geval zijn, dan hadden ook astrologen inmiddels een booming business met prestigieuze kantoren op de Amsterdamse Zuid-as gehad. Maar wat ze wel met advocaten en belastingontduikers gemeen hebben is dat ze ingenieuze constructies bedenken om de waarheidsvinding te ondermijnen.

Additional Notes
“Nothing clears up a case so much as stating it to another person.”

Dit is een empirisch gezien uitermate belangrijke opmerking. Want ieder mens mag dan wel een voor zijn ego - zij het een oude of nieuwe ziel - overtuigende versie van de waarheid in pacht hebben, op wat we gemeenschappelijk hebben - oordeel of vooroordeel - komt het toch weer aan. Daarover schreef ik:

Zelfs profeten en heilige grotbewoners accepteren op een zeker moment Goethes In der Beschränkung zeigt sich erst der Meister. Ze begrepen dat het geen zin had om honderden jaren op hun publiek vooruit te lopen met maar een beperkte kennis van zaken. En zonder respect voor de minder bedeelden had hun persoonlijke verlichting natuurlijk ook weinig zin. Om die reden kon ook Socrates veel van Xantippe leren. En moest Mozes weer van de berg af dalen om het gewone klootjesvolk te onderrichten.

Een leuke zin om een weinig overtuigend verhaal te bevragen is: Gelooft u zelf ook wat u daarnet zei? Vooral boze mensen kunt u het best een tijdje laten uitrazen, om na hun eenzijdige verhaal te zeggen: Ik begrijp dat u boos bent. Maar hoe moeten we nu verder? Wat zou een redelijke oplossing zijn? Maar meer onredelijk denkende mensen kiezen er dan maar voor om de ander te negeren, te doden of op te sluiten. En dat kan naar uw believen heel simpel via virtuele kanalen als Twitter en Facebook. Zie: Hoe verwijder ik iemand als vriend op Facebook? Maar in de empirische praktijk bent u dan nog niet van hen af.

Iemand als vriend verwijderen:
Ga naar het profiel van de desbetreffende persoon door zijn of haar naam te typen in de zoekbalk bovenaan Facebook.
Klik bovenaan het profiel op .
Klik op Verwijderen als vriend en vervolgens op Bevestigen.
Opmerking: als je degene die je wilt verwijderen als vriend niet kunt vinden, is zijn of haar account mogelijk gedeactiveerd.

Rechercheurs die op zoek zijn naar de waarheid zullen hun versies 0.1 - 0.9 van hun reconstructies van de misdaad eindeloos aan kritische collega's en officieren van justitie moeten voorleggen, om de benodigde kritische feedback over hun eerste indrukken en dus vooroordelen te krijgen. Pas na zeer veel correcties kan er een geloofwaardig verhaal uit ontstaan. En als ze dat niet doen zullen de advocaten dat voorbarige verhaal aan flarden schieten vanwege ontbrekende details, onverklaarde tegenstrijdigheden en andere ongerijmdheden die altijd wel te vinden zijn in een uitgebreid justitieel dossier.

“I have already explained to you that what is out of the common is usually a guide rather ”than a hindrance.”
‘”The more outre’ and grotesque an incident is the more carefully it deserves to be examined, and the very point which appears to complicate a case is, when duly considered and scientifically handled, the one which is most likely to elucidate it.”

Maar dat empirische probleem geldt niet voor een despoot die niets van enige kritiek wil weten. Die pakt de rechters en de pers liever aan zodat ze zijn normen en waarden zullen respecteren. Maar dat maffiose gedrag van al dan niet democratisch verkozen despoten betekent wel het einde van de rechtsstaat (Rule of Law).

De Rule of law is onderdeel van de rechtsstaat en houdt in dat ook een overheid zich aan de wet moet houden.
Dit veruiterlijkt zich in de Latijnse spreuk patere legem quam ipse fecisti, wat betekent dat men zich moet houden aan de wet die men zelf heeft gemaakt.
De economische definitie van de Rule of law luidt: "Een staatsvorm die het recht als hoogste gezag handhaaft. Deze vorm van een rechtsstaat staat tegenover een politiestaat of machtsstaat."

De volgende uitspraak Iedere waarheid is beter dan eindeloze twijfel komt uit The yellow face. Holmes bedoelt hier dat het beter is om een pijnlijke waarheid onder ogen te zien dan eindeloos te blijven piekeren over wat er al dan niet kan zijn gebeurd. Maar dat verhaal moet natuurlijk wel kloppen. Luchtig geloven dat alles wel mee zal vallen is natuurlijk ook maar speculatie. Maar daar heeft Sherlock Holmes weinig mee op. De waarheid zal toch eens boven water moeten komen.

“Any truth is better than indefinite doubt.”
“I never guess. It is a shocking habit — destructive to the logical faculty”

Die laatste opmerking - niet gissen - is typisch voor de deductieve methode, waarin de detective doorgaat totdat alle puzzelstukjes samenkomen. En dan doorzien we het hele plaatje. Dan is het justitiële bewijs afgerond. Maar bij de inductieve methode gaat het niet om een achteraf oordeel, maar om een voorspelling van toekomstig gedrag. Hoe groot is de kans op herhaling bij deze veroordeelde veelpleger? Als die kans groot is, dan heeft dat consequenties voor de opgelegde straf. Maar er bestaat geen empirische wet die zegt dat alle veelplegers in herhaling zullen vallen. En daarom gaat het bij inductie niet om absolute zekerheden, maar op een kans op iets. En om die gerede kans om iets vooraf te bepalen zult u toch wel statistisch onderzoek moeten doen. Of u dit nu leuk vindt of niet.

> Top <